mei 18

Hardleers

Ik had het graag vermeden, maar ik moet nog een keer over de “kwestie” Nicolich schrijven. Na het ‘openbare’ raadsdebat van 16 februari kon ik eindelijk wat documenten opvragen bij de gemeente die mij eerst waren geweigerd. Dat maakten de Nicolichen via een brief aan burgemeester en gemeenteraad zelf mogelijk. Ik wilde inzicht in de manier waarop de Romafamilies voor april 2010 waren gehuisvest door de stad.

Bij het lezen van de stukken rezen de haren mij te bergen. Voor 6 maanden wonen in hotels en in vakantiehuisjes was bijna 30.000 euro uitgetrokken. Alles werd door de stad betaald inclusief etentjes, reparaties aan vakantiewoningen en filmverhuur. En dat neem ik de Romafamilies niet kwalijk. Wat zou jij doen als je niets hebt? Het kardinale punt zit hem de werkwijze van de ambtenarij en het stadsbestuur. Adequaat beleid ontbreekt. Utrecht plakt al decennia pleisters. Als er in de wereld van Roma of woonwagenbewoners iets dreigt mis te gaan komt het oliemannetje van de burgemeester in actie. Eerst wordt geregeld dat er niet naar de pers wordt gelekt om daarna een potentieel bestuurlijk risico voor het college te smoren. En dat mag wat kosten.

Bij nacht en ontij werden de families in september 2009 naar camping De Berekuil gedirigeerd door de hoogste adviseur van Wolfsen en de rekening van 5.500 euro ging naar hem. Toen dat door de geboorte van een kind onhoudbaar werd ging het via een hotel naar vakantiehuisjes in de regio. Uit ‘humanitaire‘ overwegingen. Vooral het H-woord gebruikte wethouder Bosch in 2010 om een gealarmeerde raad op een stuitend arrogante manier de grootst mogelijk onzin te verkopen. En ondanks een motie van de coalitie gaat de stad daar gewoon mee door.

Wij als burger stellen ons vertrouwen in raadsleden om bestuurders en ambtenaren te controleren. Maar wat als het college de gemeenteraad domweg niet informeert? Dan zijn er nog de media die af en toe met de wet in de hand wat kunnen afdwingen. En het stadsbestuur roept dan heel hard FOEI. Tja, dan heb je het anno 2012 nog steeds niet begrepen.

apr 13

Verdwaalpaal

Iedere woensdagmorgen bevind ik mij dus in een ruime wachtkamer aan de Vleutenseweg. Zo ook gisteren. Ik ben dan ergens op bezoek met mijn jongste zoon, ik schreef er al vaker over. Daarna proberen we er altijd een gezellig uurtje aan vast te plakken op de voor hem vrije woensdagmiddag. Als vader en zoon de hort op. Ergens een broodje eten, een kleine stadswandeling, een grote speelgoedwinkel, een stukje varen of zomaar keuvelend een uurtje voor ons uit rijden. Gisteren bedachten we dat het leuk zou zijn om zijn moeder en mijn vrouw onverwachts te bezoeken. Die werkt op de woensdagmorgen in een wat sleets pand op een behoorlijk versleten deel van Kanaleneiland.

Voor het pand bevindt zich een ruime parkeerstrook, en verdraaid, het is er nog gratis ook. Als stadsrijder met veel priegelervaring op de Oudegracht en voorzien van een bolide met de beste draaicirkel die er op de markt te vinden is vatte ik het eenvoudige klusje aan: het achteruit inparkeren. Jammer mensen. Met nog ruim een meter te gaan alvorens de grill van de rode bus achter mij te kunnen raken was er wat weerstand en een akelig schurend geluid. Toch geen kind dat zich onzichtbaar tussen twee auto’s aan het doorfriemelen was geweest? Of een verdwaalde trapkar? Niet van dat alles. Een halve meter uit de stoeprand bleek er op de parkeerplek een verdwaalde paal te staan. Onzichtbaar vanuit de auto want te laag maar voldoende aanwezig voor een lelijke beschadiging op de bolide. Nu hecht ik niet aan blik, maar man wat heb ik een bloedhekel aan zulke volstrekt debiele eenzame slopers.

Volgens een oud-raadslid was zijn grootste invloed in Utrecht geweest om ergens een paaltje geplaatst te krijgen en ergens anders een paaltje te laten verwijderen. Nu verbeeld ik mijzelf niets, maar ik ga al mijn invloed aanwenden om deze verdwaalpaal weg te krijgen. Al was het maar om even verlost te zijn van het soms akelig nutteloze gevoel dat je als Utrechts columnist vaak hebt.

apr 06

Soepsidie!

Volgens de rode economen Vermeend en Van der Ploeg kan het rijk makkelijk 1 miljard euro bezuinigen op de 5 miljard aan subsidies die jaarlijks wordt uitgekeerd. Gisteren bij Pauw en Witteman mochten de twee een lesje geven voor de ‘rechtse’ Catshuis onderhandelaars. Van die subsidies wordt zoveel ineffectief rondgestrooid, dat een korting van 20 procent voor deze socialisten geen probleem vormt. Opmerkelijk en verfrissend.

Oud-wethouder Harrie Bosch verscheen vorige week voor de commissie die de Utrechtse subsidiestromen onderzoekt. Volgens de oude krijger Bosch is het eigenlijk heel normaal dat het bij zo’n 10 procent van de subsidiegelden mis gaat. Hallo? In ons stadje gaat dat grofweg om 20 miljoen euro! Die 10 procent lijkt mij overigens een zware onderschatting. Misschien deed Bosch expres zo luchtig omdat het onderzoek er kwam nadat onder meer deze krant het vrij pittige subsidie schandaal blootlegde bij de stichting Jongeren in Actie op Kanaleneiland. Daar schoof onze Harrie bakken geld naar bijvoorbeeld een voetbalproject voor werkloze jongeren waaraan voornamelijk dikke dertigers met een baan meededen. Het wijkbureau, dat de vinger aan de pols moest houden bij dit project, had nimmer een training of een wedstrijd van het Belhadi-team bezocht. Zo wordt geldverbranden wel heel gemakkelijk.

Subsidies. Je zou een flink deel ervan kunnen zien als politiek smeergeld. Een potje zwart geld dat de boven ons gestelde beheren om vriendjes te helpen of mogelijke problemen mee weg te kwasten. De maatschappij pikt dat terecht niet meer. Zuur betaald belastinggeld moet effectief worden gebruikt en anders niet worden opgehaald. En natuurlijk gaat er af en toe wat mis. Maar de achteloosheid waarmee de oud wethouder eigenlijk zei dat we ermee moeten leren leven dat we in Utrecht jaarlijks tientallen miljoenen door de plee spoelen, vond ik pijnlijk. Net zo pijnlijk als de bijna 3 miljoen die hij uittrok voor de eerste 900 meter betonnen Gamma-schutting in met Maximapark terwijl er voor de volgende 2,5 kilometer geen geld is.

mrt 30

Buitenspelen

Met dit zalig zachte zonnige weer ben ik met geen tien stokken aan het werk te slaan. De aantrekkingskracht van de lente is zo ontzettend groot, daar helpt geen dozijn paarden aan. Mij houden ze niet achter mijn computer of aan de telefoon. In dat opzicht ben ik net een zwerver. Als ik 50 euro in mijn hand heb denk ik niet aan de dag van morgen, maar hoe ik die 50 euro vandaag kan stukslaan op een gezellig terras of op een andere zonovergoten plek. Gister ben ik stiekem, op het tijdstip waarin ik deze column behoor te schrijven, met mijn vrouw, jongste zoon en labrador Floor gevlucht naar IJsselstein om een bootje te huren. Niks is lekkerder dan op een oude rivier door de landerijen te kronkelen. Onverkavelde percelen met schitterende hoeven, gevuld met prachtig vee, waanzinnige dikke oude knotwilgen en het sappigste jonge gras dat op aarde te vinden is: het is een lust voor het oog en de geest. En het allermooiste nog was dat de meest briljante uitvinding van de afgelopen 10 jaar, de Apple Ipad met 3G, domweg onbruikbaar is in de zon. Weg plannetje om op het water een verhaal voor deze plek te dichten en dat via de lucht, vanuit een IJsselsteins grachtje, op het bureau van de hoofdredacteur te zwiepen. Het werd een uitje met ultiem spijbelkarakter.

Al mijmerend op de Hollandsche IJssel moest ik denken aan de diepe crisis op de huizen- en kantorenmarkt die ons land nu treft. Over de 800.000 vierkante meter die nog in Leidsche Rijn Centrum moet worden gebouwd. Over de plannen voor 7.000 woningen in de polder Rijnenburg. Over langs elkaar heen pratende ontwikkelaars, beleggers, banken en wethouders. Over gefrustreerde burgers zonder winkeltjes en cafés. Partijen die geen knopen doorhakken en elkaar in een ellendige wurggreep houden. Zulke mensen moesten ook wat vaker spijbelen. Huur een lullig bootje en ga met elkaar buitenspelen. Grote problemen zijn gemakkelijk oplosbaar met je kop in een lentebries en je ogen op de einder. Heuswaar.

mrt 23

Horeca

Laatst vroeg iemand mij via Twitter naar de leukste terrassen van Leidsche Rijn. Prompt antwoordde ik: Het Ledig Erf! Echte terrassen met echte horeca is wat ik in mijn ruim 13 jaar in de Vinex het meeste mis. Er moet toch een ontwikkelaar te vinden zijn die de binnenstad van Utrecht voldoende kent om de onvolprezen Tolsteegbarrière, de feitelijke straatnaam waaraan de cafés De Poort, Ledig Erf en het Louis Hartlooper Complex zijn gevestigd, hier ordinair na te bouwen.

Voorlopig zijn we aan deze zijde van het kanaal niet veel verder gekomen dan het omtoveren van drie boerderijen. Twee ervan werken met personeel met een beperking. De derde ligt op een bedrijventerrein. Gelukkig opent deze maand Boerderij De Balije. Jaren liet de gemeente het monument verkrotten zoals de gemeente dat doet met alle gebouwen die het hier bezit. Ook het monumentale Rhijnshoek waar de Roma familie Nicolich werd ondergebracht is tot op de draad versleten. Moet u eens doen.

Overigens werd woensdag bekend dat een deel van de familie nog een jaar in een slooppand mag doorbrengen. De rest staat vanaf 1 april op straat. Maar het ging om horeca en terrassen. De gemeente verruimde deze week de regels voor de buitenwijken. Misschien dat het daarmee Leidsche Rijn terrastechnisch nog niet helemaal verloren is. Aan de andere kant: iedere woensdag aan het eind van de ochtend zit ik met onze jongste zoon in de stad. Gister was het zo mooi dat we direct zijn doorgereden naar de cafés aan het zuidelijke uiteinde van de Oudegracht. Vroeger zat ik daar iedere dag. Nu was het weer veel te lang geleden. We wandelden over de werf langs onze oude kelder, door het Pelmolenplantsoen met al z’n herinneringen, langs m’n oude schooltje aan de Diaconessenstraat en naar m’n vroegere rookplek in de Fockstraat. Daarna op het terras van café het Ledig Erf. Het is domweg te mooi om na te bouwen. Dus als iemand daar een fijn huis weet, stuur alstublieft een mailtje.

mrt 17

Ondiep

Deze week is het precies vijf jaar geleden dat een politiekogel een einde maakte aan het leven van Utrechter Rinie Mulder. De Ondieper was na een wedstrijd van FC Utrecht nog even naar zijn stamcafé aan de Amsterdamsestraatweg gegaan en werd door zijn dochter thuis afgezet. Daar kreeg hij hommeles met een groepje hangjongeren, zoals vaker. De politie werd gebeld en toen die eindelijk arriveerde zag een motoragent een boze Mulder op hem afstappen. Met een fors mes in zijn hand. De motoragent loste een schot en de rest is bekend. Mulder overleed en in no time stond de volkswijk letterlijk en figuurlijk in de fik. Brandjes werden gesticht en overal vandaan werden verschillende groepen relzoekers binnengevlogen.

In mijn archief vond ik stapels documenten, foto’s en wat eigen gedraaide filmbeelden terug. Hoe de sluwe Annie Brouwer, net hersteld van een ernstige ziekte, een persconferentie buiten de wijk gaf om de media lekker uit de buurt te hebben op het moment dat massa’s ME-ers Ondiep hermetisch afgrendelde van de buitenwereld. Gelukkig kreeg ik een tip uit de wijk, verliet halfweg de persconferentie, om nog net op tijd Ondiep in te kunnen voor de wijk op slot ging.

Het was een briljante zet van Brouwer en haar team. De avond ervoor had de politie alle zeilen moeten bijzetten om de vlam niet volledig in de pan te laten vliegen. Een bijna onmogelijke opgave in de smalle straatjes van de versleten wijk. Het was echt spannend om daar toen tussen te staan.

Over de uitmuntende manier waarop het drama van Ondiep bestuurlijk werd aangepakt schreef ik destijds een column. Nota bene commissaris van de Koningin Roel Robbertsen droeg een deel daarvan voor tijdens de afscheidsraad van Annie Brouwer. Ik zag brokken in kelen.

Wat ik eigenlijk zeggen wil is dat bestuurders ook goede pers krijgen bij goed optreden. De manier waarom Diederik Samsom werd afgebrand toen hij eerlijk zei wat hij van Wolfsen vond is in dat verband veelzeggend. Eerlijkheid wordt kennelijk niet op prijs gesteld.

mrt 10

Nieuwe brief!

Ik kom er niet onderuit om het deze week te hebben over mijn eigen stadsdeel Leidsche Rijn. U weet wel: die winderige uithoek waar binnenstadsbewoners hun neus voor ophalen. De plek waar ik ruim 13 jaar geleden met mijn vrouw, onze eerste zoon van een paar maanden en een knapzak vol dromen en idealen neerstreek. Neerstreek in een soort toendra van zand tussen landerijen en heistellingen. In het midden van niets maar gelukkig met onze Vinextuin en elkaar. En wat waren we blij toen er na jaren een heus schoolgebouw kwam. De eerste winkels waren er al na bijna zes jaar ploeteren. Verloskundige hulp regelden we zelf door een praktijk uit Vianen naar binnen te loodsen. We wasten onze modderauto’s op een verplichte autowasplek (afgeschaft), sproeiden onze tuinen met grijs water (afgeschaft) en gingen de barricades op om hoogspanningslijnen ondergronds te krijgen (gelukt) of gevaarlijke wegen te verbeteren (deels gelukt). Daarmee druk lieten wij ons collectief in de luren leggen door leugenachtige verhalen van de gemeente, instellingen en ontwikkelaars over de bouw van gezondheidscentra, winkelcentra, busbanen, parken, stations, sportvelden, zwembaden, fietsbruggen, kinderopvang, schilderachtige horeca in oude hofstedes en bijvoorbeeld zoiets als Leidsche Rijn Centrum. Wij hebben het (bijna) allemaal lachend overleefd.

Inmiddels ben ik toe aan mijn vierde wethouder Leidsche Rijn. En ik geef graag iedereen een eerlijke kans. Maar de brief van Gilbert Isabella vorige week (rijkelijk laat) met alweer vertraging rond het grote winkelcentrum in Leidsche Rijn Centrum moet wel de laatste zijn. De laatste met een inhoud die werkelijk niemand die ik sprak gelooft. Neem ons Leidsche Rijners eindelijk eens serieus en informeer ons eerlijk. Heus, we keren de Vinex de rug niet zomaar toe, ook niet als onze woningen wel verkoopbaar zouden zijn. Een functionerend winkelgebied in 2015, wethouder, dat is de wens-denk-communicatie waar we hier genoeg mee zijn belazerd. Ik zou zeggen: doe die brief eens over.

mrt 02

It’s a wrap

Af en toe dompel ik mijzelf onder in de wereld die welzijn heet. In ons grote dorp spanderen wij belastingbetalers daar alleen al via de gemeente Utrecht zo’n 80 miljoen euro per jaar aan. De welzijnsclubs Doenja, Portes, Cumulus en Stade steken namens ons dat geld in allerhande belangwekkende projecten. Wist u dat oudere holebi’s kans lopen om in een isolement te geraken? Maar gelukkig werden voor 30.000 euro wel vijf oudere homo/lesbi/biseksuelen opgespoord en van de dreigende ondergang gered. En dat door zeven gratis vrijwilligers. Speuren naar oudere holebi’s is om de drommel niet eenvoudig.

De grootste business echter zit hem in de Utrechtse ‘Multi-probleem-gezinnen’. Aangezien de duivel altijd op een grote hoop schijt spreken we hier van gezinnen, niet zelden in ‘achterstandswijken’, waar alles misloopt. Werkeloosheid, geldgebrek, opvoedingsproblemen, ziekten, scheiding, dood en verderf. Maar gelukkig hebben we daarvoor tegenwoordige case-managers. Die maken dan weer deel uit van een doorbraakteam, praten in het WAC-overleg en werken middels de Wrap Around Care Methode. Dat laatste is een essentieel stukje regie op de Bloemaanpak en Team Casemanagement. Want ja, anders werkt het niet. En dan heb je nog de zeer calculerende (LVG) gezinnen die je via de WAC-methode amper kunt sturen. Doffe ellende mensen.

Mijn goede collega Cees Grimbergen sneed gister op deze plek aan dat er in de journalistiek geen droog brood meer is te verdienen. Hij heeft gelijk. Ik overweeg in dat verband omscholing tot Wrap Around Care specialist. Een stukje regie- en coördinatie op dat vlak levert meer op dan stukjes tikken over te dure kopjes koffie en bosjes bloemen op het Utrechtse stadhuis. Salaris hoef ik niet. Doe mij maar een percentage van de uren onzin die ik bespaar door het oeverloze coördinatiegeleuter weg te snijden. Van de poen die dan nog overblijft kunnen we ons stadhuis omtoveren tot de Floriade.

feb 24

Muizenissen

Behalve een groot overzichtsartikel voor de Nieuwe Revu heb ik een week niks geschreven. En dat was niet voor niets. Ik was even helemaal klaar met de Utrechtse politiek. En ook dat was niet voor niets. Afgelopen vrijdag werd ik, na twee uur slaap, met een forse ‘drankloze’ kater wakker. Op een pot thee en een wel heel lullig glaasje Italiaanse likeur had ik me door het spoeddebat over de ‘kwestie’ Nicolich heen geworsteld. Dat het debat nog ergens op leek was geheel en al op het conto van de familie zelf te schrijven die via een formele brief aan het stadsbestuur kenbaar maakte echt op openbaarheid te staan. Onze ‘open’ en ‘transparante’ bestuurders hadden er de afgelopen weken werkelijk alles aan gedaan om dat te voorkomen.

Nota bene uit het oogpunt van ‘privacy’ voor de Nicolichen. Als je dat – en dat heb ik gedaan – een weekje laat sudderen in je hoofd ontplof je pas echt. Dat ‘ontplof’ gevoel had ik gistermorgen. Toen ik samen met mijn jongste zoon op de lange latten stond. Diep in Duitsland, op een prima piste met prachtige sneeuw onder een heerlijk zonnetje aan een staal blauwe lucht wist ik het zeker: dit gesodemieter in Utrecht moet ophouden. In het collegeprogramma schreven GroenLinks, D66 en de PvdA niet voor niets op dat een open en transparant stadsbestuur noodzaak is. Vooral GroenLinks en D66 wisten maar al te goed hoe rampzalig het in de periode 2006-2010 was gegaan. Hoe wrang moet het voor die partijen zijn om halfweg deze collegeperiode te constateren dat het nog steeds een soepzooi is op dat gebied? Zo’n rommel dat er een motie nodig was om hun roep om transparantie in 2012 te herbevestigen?

Na een minuut herpakte ik mijzelf. Voor het eerst in een kwart eeuw weer op de skies, maar nu met mijn jongens, was te mooi voor muizenissen. En die motie komt in een lijstje zodat ik de boven ons gestelden er steeds aan kan herinneren.

feb 17

Beerput

Vanavond zullen we weten hoe het werkelijk is gesteld met de ‘open’ en ‘transparante’ bestuurscultuur waarover de coalitie van GroenLinks, PvdA en D66 zo graag pocht. Het uitgestelde debat over de kwestie Nicolich is wat mij betreft de laatste kans van zowel burgemeester Wolfsen en zijn groep wethouders als die van alle 45 raadsleden om afstand te nemen van decennia bestuurlijke mist in Utrecht.

Wie de moeite neemt om de inmiddels grotendeels geopenbaarde verslagen van de geheime raad van 2 februari te lezen slaat achterover van pure ellende. Bijna drie uur sloot de raad zich af van de buitenwacht om te zeuren en zaniken over de privacy van de Romafamilie. Een lamlendige dans tussen een flink deel van de raad, het college en hun juristen om het gestuntel en geblunder van bestuurders en ambtenaren aan het zicht van boeren, burgers en buitenlui te onttrekken. En de Roma zelf? Die werden, ondanks wat de wet daarover zegt, niet gevraagd hoe zij denken over hun privacy.

Er is geen andere conclusie mogelijk dan dat het dossier Nicolich stinkt als de Oudegracht in de middeleeuwen. De levensader van de Domstad geurt en meurt naar poep. Alsof alle viezigheid die is opgestapeld in het prachtige stadhuis in een keer door het raam de plomp is ingekieperd.

Wij feodalen van de stadstaat Utrecht kiezen raadsleden om namens ons burgemeester en wethouders te controleren en waar nodig ter verantwoording te roepen. Als deze volksvertegenwoordigers zich niet heel goed achter de oren krabben wordt vanavond een Romagezin – die het volgens de hulpverleners en wijkagent prima deed de afgelopen twee jaar in het verkrotte landhuis Rhijnshoek – op straat gezet om gemeentelijk miskleunen te verbloemen.

Feitelijk ging de het al fout toen in september 2010 wethouder Harrie Bosch de gemeenteraad groteske onzin verkondigde tijdens raadsvragen van de VVD. En op een scheef fundament kan je niet recht bouwen. Onze volksvertegenwoordigers hebben dus de keus: mag de stad gier blijven lozen of repareren we het riool.

Oudere berichten «