«

»

Mei 28 2008

Regels (307)

Als je voor een krant werkt wordt je veel benaderd. Vooral ook door de bewoners van deze stad. Bewoners in alle soorten en maten en met heel uiteenlopende vragen en kwesties. Vorige week kreeg ik een telefoontje van een vriendelijke man met een heel naar bericht. Zijn vrouw was terminaal ziek, ze had nog een week of twee te leven volgens haar artsen. De man had een prettige werkgever die hem direct met zorgverlof had gestuurd toen zijn vrouw ernstig ziek bleek. Fijn, prettige en begripvolle werkgevers. Maar met het Utrechtse WMO-loket had hij het wat slechter getroffen. Naar zijn gevoel zo slecht dat hij na veel wikken en wegen de krant belde. Meestal zijn mensen dan echt ten einde raad.

Hij had voor zijn stervende vrouw een verzoek ingediend voor een aantal hulpmiddelen en aanpassingen. Zeer urgent allemaal gezien de levensverwachting van zijn partner. Maar, u voelt hem al aankomen, vanuit het gemeentelijk loket bleef het akelig stil. Namens hem belde zelfs zijn huisarts met het loket: waar blijven toch de spulletjes? Anders hoeft het allemaal niet meer! Waar die huisarts zich mee bemoeide, kwam hard terug volgens de man.

Waar gehakt wordt, vallen spaanders. Natuurlijk is dat zo. Aan de andere kant vraag ik me toch af hoe de hulpverzoeken voor een spoedig stervende vrouw acht weken onder op een stapel blijven liggen. Ook na telefoontjes van andere instanties en een huisarts. Dat konden de mensen van het WMO-loket mij ook niet duidelijk maken. Wel dat het in dit geval vreselijk mis was gegaan, wel dat er een excuus-brief zou volgen. Het klonk oprecht

Toch kwam dat weer in een ander daglicht te staan toen de man mij iets extra’s vertelde. Toen er na die acht weken eindelijk schot zat in de zaak hoefde een nieuwe rolstoel niet meer, hoefde de toilet thuis niet meer te worden aangepast. Dat was een beetje zonde voor die paar weken die z’n vrouw nog te leven zou hebben. Hij wilde het allemaal inruilen voor iets waar de vrouw wel op zat te wachten: individueel vervoer! Dan hoefde de doodzieke vrouw geen rondje door de stad te maken om het busje vol te krijgen. Dat zou schelen en de kosten bedroegen maar een fractie van de zaken die niet meer geleverd hoefden worden. Iedereen blij, zou je denken. Maar nee, dat individuele vervoer, daar had de vrouw -na vast een uitvoerige regelcheck- geen recht op!

Tja, de mensen zijn er voor de regels, de regels zijn er niet voor mensen. Het blijkt telkens weer. En, neem een beleidsmedewerker zijn recht op het schrijven van regels niet af, dan is ie hulpeloos verloren. Misschien moeten we in dit land juist wat meer ruimte laten aan de inhoudelijk ambtenaar om zaken naar eigen inzicht en kennis te toetsen, en niet langs een ellenlange meetlat van regeltjes. Daarmee maak je hun werk vast leuker en had deze man wat minder kopzorgen tijdens zo’n heftige tijd. Ik vrees dat zoiets in dit land een brug te ver is!