↑ Terug naar Archief

Heuswaar 1999

Columns Heus Waar, 1999, Weekkrant De Brug

woendag 14 april 1999 (1)

Geld verdienen

Het eerste gedeelte van Leidsche Rijn, met de welluidende naam Langerak, is nog lang niet voltooid. Op dit moment zijn eigenlijk 3 straatjes min of meer begaanbaar, de Zuid-oostraklaan, het Klifrakplantsoen en de Goudraklaan. Begaanbaar zou een onjuiste kwalificatie zijn, want twee van de drie straten stoppen halverwege en het Klifrakplantsoen komt uit op de bouwweg, de toekomstige Langerakbaan, maar daar mag je officieel niet op rijden, al schijnt daar binnenkort verandering in te komen.

Door de week is het nog redelijk rustig rond onze huizen. Er zijn nog maar 50 woningen opgeleverd, dus al te veel verkeer is er niet. Goed, de constante stroom aan tarpijtleggers, klusbedrijven, parketeurs en hoveniers zorgt regelmatig voor tijdelijke stremmingen, maar dat neem je voor lief in een nieuwbouwwijk.

Maar dan het weekeind. Op het moment dat je hard toe bent aan een paar dagen rust, de verbouwing heeft zijn sporen onverbiddelijk nagelaten, begint de ellende. Als nieuwbakken ouders van een zoon van 8 maanden begint het weekeind sowieso vroeg, althans, vroeger dan wij waren gewend. Als ik dan om acht uur in mijn badjas een heerlijk ontbijt sta te bereiden, drukken de eerste bouwtoeristen onbeschaamd hun neus tegen mijn keukenraam. Als ik deze ietwat oncomfortabele situatie tracht te redden met een vriendelijk handopsteken, wordt die volstrekt genegeerd. Men tuurt zonder gene langs mij heen door keuken en woonkamer. Als ik mijn hoofd eens omwend om te zien wat zij waarnemen (een opgeruimde of juist niet opgeruimde kamer) kijk ik recht in het gelaat van nog een vroege vogel. Geen mus of duif, maar een bouwtoerist die zich in mijn achtertuin bevind.

De persoon in de achtertuin heeft nog net niet het lef zich op mijn provisorische terras te plaatsen in een van de comfortabele stoelen. Het enige dat ontbreekt is, als ik twee kopjes vers gezette koffie inschenk, dat men op de ramen klopt om een bestelling te plaatsen. Snel vlucht ik maar naar boven, om het ontbijt op bed te nuttigen.

Zondagmiddag trof ik voor ons huis de achterbuurman. Hij stond op het punt per fiets de ?dierentuin? van Utrecht-west (of De Meern-oost zo u wilt) te ontvluchten. In gesprek geraakt over de eerste ?overwinning? (na veel soebatten met de gemeente is de eerste vorm van openbaar vervoer zojuist rondgekomen in de vorm van een pendelbus van en naar de Stadsdam) kwamen wij tot het volgende lumineuze idee. Mijn buurman bouwt een standje (er ligt hier voldoende bouwmateriaal langs de kant van de weg om de volgende wijk Parkwijk-zuid versneld op te richten) en gaat koeken en koffie verkopen. Ik zet een mooie pet op mijn hoofd en ga een slaghek bemannen aan de Groenedijk waar de enige toegang tot Langerak zich bevind. Zelf dacht wij aan de volgende entree-prijzen: f. 5,- voor volwassenen, kinderen vanaf 8 jaar f. 2,50 en kinderen jonger dan 8 en 65-plussers (uiteraard op vertoon van pas) gratis. Voor een gevulde koek wilden wij f. 1,50 in rekening brengen en koffie kan voor een piek. Als dit tot succes leidt, zullen we ons assortiment vergroten en een biertap aan rukken. Wie weet kunnen we dan als toegift een deal maken met ?De Bloaskapel? van Vleuten-De Meern om de feestvreugde te completeren. Over een draaimolen voor de kinderen zijn de onderhandelingen reeds gaande. Op deze manier kunnen we onze toch al verstoorde weekeinden te gelde maken en ons wat hypothecaire ruimte verschaffen. Nu maar hopen dat de gemeente Utrecht dit stukje niet leest, anders zijn ze ons voor om zodoende de tekorten op de grondexploitatie terug te verdienen.

Naschrift:

Heb ik net mijn eerste column afgeleverd, lees ik in de laatste editie van het vakblad Communicatie een interview met Nelleke Metselaar, communicatiemanager Leidsche Rijn – Utrecht. Nelleke geeft als antwoord op de vraag wat er met de bewoners moet gebeuren als ze eenmaal op het bouwterrein wonen:?Aan de bouwput zit ook een markeringskarakter. De positieve kant is dat er wat gebeurt in de stad. Het leeft. Je zou zelfs het bouwtoerisme kunnen bevorderen?. Prima, maar die komen dan langs ons hek. En het geld dat wij ermee verdienen, kunnen we dan inzetten om de verwoestte huizen van Kosovo te helpen opbouwen. Het tekort op Leidsche Rijn en onze hypotheken zijn recent wat minder belangrijk geworden.

Woensdag 28 april 1999 (2)

Blikvervuiling

Vorige keer had ik het over bouwtoerisme. Het is net of het helpt, een stukje schrijven in de krant. Het was afgelopen weekeinde zowaar rustiger. Sta ik, zoals ieder zaterdagmorgen, in mijn badjas in de keuken –nog speciaal een nieuwe badjas gekocht ook- kijkt er helemaal niemand naar binnen. Geen vroege vogel, geen late vogel, helemaal niets. Ik schrok er gewoon van. Ik dacht, het is misschien te vroeg. Treuzelen hielp niet, het bleef stil op straat. Ik ben zelfs even naar buiten gelopen. Ik bedoel, als ze met een verkouden neus je keukenraam bevuilen is het vervelend, maar helemaal niemand is weer het andere uiterste.

Nu ken ik toch nog wel een paar mensen die de bouwtoerist echt kunnen missen als kiespijn. En dan hebben we het niet over de pijn die je hebt bij een beginnend gaatje, maar de pijn als de boor iets te diep doorschiet tijdens een onvakkundig verdoofde wortelkanaal behandeling. Bij de bouwtoerist doel ik overigens niet op het rapaille, de snoodaards onder hen die hier zojuist uit twee net opgeleverde huizen de keuken hebben gesloopt en voor een slordige ton aan bouwmateriaal onrechtmatig hebben meegenomen. Ik doel op de eerlijke bouwtoerist. U weet wel, u en ik. Gewoon de gezellige dorpsgenoot die een keer weinig om handen heeft in het weekeinde en zegt:?Schat, we gaan een stukkie toeren?.
De bewoners die er dus nog steeds tureluurs van worden wonen aan de Goudraklaan. Als je die straat inrijdt, kom je er net iets te laat achter dat het een doodlopende straat betreft. Je bent gedwongen om de straat geheel achteruitrijdend weer te verlaten. Nu verstaan de meeste mensen de kunst niet om die handeling te verrichten. Het enige alternatief is dan keren via de voortuinen van de juist opgeleverde huizen. Dag nieuwe aanplant!. Heeft niemand dan meer fatsoen? Nee, helaas. We hebben het weer over zo?n kunst die slechts aan een uitstervend ras lijkt te zijn voorbehouden. Nu zijn die straatjes ook wel heel erg smal, maar dat is hier overal. Parkeerplekken zijn er nauwelijks. De bewoners vragen zich terecht af hoe het zal gaan als er per ongeluk twee verjaardagen op dezelfde dag gevierd gaan worden. Een zaaltje huren, vriendschappen opzeggen of het oprichten van een coördinerend orgaan ten behoeve van de verjaardagsorganisatie, één van de drie zal gekozen moeten worden.

Deze problematiek heeft te maken met de vooruitstrevende stedenbouwkundige visie die aan dit plangebied ten grondslag ligt. Het autoluwe –autoloze ging hen ook net te ver- tijdperk. Men heeft gedacht: er komt een tijd, dan zijn er geen auto?s meer. Die tijd mag van mij eerder dan later komen. Persoonlijk vind ik de auto een wat achterhaald stuk techniek. Met zijn meer dan honderd jaren zou hij toch reeds lang geleden vervangen moeten zijn door een wat modernere vorm van transport. Laten we zeggen, de LP kent via de CD al talloze opvolgers. Maar helaas, die tijd is nog niet aangebroken. Sterker, de heilige koe van de westerse beschaving lijkt aan haar zoveelste jeugd te zijn begonnen met al die flitsende horlogemerken op wielen. Toch getuigt het niet van realiteitszin dat bij ieder bouwplan het glimmende blik altijd in de kantlijn wordt geplaatst. Zoiets van, hij is er wel, maar wij doen net alsof dat niet zo is. Je ziet het kinderen wel doen. Ze doen de handjes voor de ogen en zeggen: ik zie jou niet, dus jij kan mij ook niet zien. De eerste honderd huizen zijn koud opgeleverd, en het is hier nu al een ratjetoe aan foutgeparkeerde auto?s. Ik zou zeggen, regel nu wat extra parkeergelegenheid en maak er speelplaats van als de auto officieel tot het verleden behoort of als de HOV is aangelegd. Overigens, de enige overheidsinstelling die aan dit hele spelletje niet meedoet is de belastingdienst. Daar weten ze verdraaid goed dat er auto?s zijn, iedere drie maanden herinneren ze je er even aan, mocht je het zelf stiekem vergeten zijn.

woensdag 12 mei 1999 (3)

Lente in Langerak

Tijdens het zonovergoten koninginneweekeinde ben ik lekker een stuk gaan wandelen met onze zoon van 9 maanden. Mannen onder elkaar! Het was heerlijk. Eindelijk lente in Langerak! Voor ons de eerste lente hier, voor mijn zoon de eerste lente uit zijn prille bestaan. Met een petje tegen de zon en een beschermende laag crème op zijn gezicht hijs ik hem in de geleende rugdrager. Hij kraait van de pret. Zijn voetjes voel ik aansporend in mijn rug en zijn handjes trekken aan mijn haar. Ik ben niets meer dan een strijdwagen uit het oude Rome. Fort met de geit, hoor ik hem denken.

Vanaf het Klifrakplantsoen draaien we de weelderig uitgedoste Groenedijk op. De knotwilgen zijn uitgelopen, het fluitenkruid staat manshoog en het geheel wordt gecompleteerd met de frisse kleuren van boterbloemen, paardebloemen en pinksterbloemen.

Het geeft al met al een behoorlijk deja-vu gevoel. Hoewel nieuw in deze setting, het blijven de geuren en kleuren van mijn eigen jeugd. Met het geschetter van Daan in mijn oor denk ik aan de wandelingen over het Haarpad, de Joostenlaan. Met de kleuterschool strak in het gelid naar boer Lam. Achter op de fiets naar Alendorp, naar de verjaardag van mevrouw Stoffer die ons hielp in het huishouden. Schaatsen deden we op een ondergelopen weiland bij de Smalle Themaat. Met de avondvierdaagse over de Zandweg, de Groenedijk en ?t Zand. Mijn twee oudere broers reden paard bij de Voornruiters, hier een paar honderd meter vandaan. Flyer, zo heette onze pony, die stond bij een boer aan de Groenedijk. Hun huis kan ik vanuit mijn kantoor nog zien. De grond, daarop staan nu tijdelijk de wagens van de bouw. Flyer was een vals paard, dus kwam Rodeo. Die stond bij boer Stitselaar aan de zandweg. Als mijn broers hem gingen verzorgen, dan mocht ik regelmatig mee. Aan de wei stond een oude schuur waar het voer stond van Rodeo. De geur van biks ruik ik bij de gedachte, muffig en kruidig tegelijk. Ook hingen er soms konijnen, aan een balk achter de deur. Konijnen die door de oude Stitselaar op een tafel werden gevild. Een akelig gezicht voor een jochie van amper drie. Konijnen waren om te aaien, niet om te villen.

Deze week kwam ik er achter dat het weiland van boer Stitselaar is verdwenen. Ik herkende plots zijn oude huis toen ik over de Zandweg reed. Dat ik het niet eerder zag komt omdat je oriëntatie zoek is. Je verwacht een groot mooi weiland langs het huis. Het is nota bene mijn eigen straat die in de plaats is gekomen van de schuur met de konijnen. De plek waar ik voor het eerst de wereld vanaf een paard aanschouwde –veilig tegen de buik van mijn oudste broer- vervoert straks haar autolast.

Ik kan uren doorgaan. Over de gerooide boomgaard van fruitboer Oostrom, waar wij appels en peren kochten. Over de helse wind die door de polder joeg als ik de lange Hof ter Weideweg afreed, op weg naar die verre school aan de Diaconessestraat in Utrecht. De polder is straks definitief verdwenen, de wind erbij. Nu ik hier met mijn eigen zoon wandel, weet ik dat het nooit meer zal worden als toen. Nu wil ik niet sentimenteel doen als Wim Zonneveld in zijn liedje, maar weemoedig word ik, ondanks de heerlijke lentezon, wel. Gelukkig heeft Daan geen last van hersenspinsels. Hij is druk met andere zaken. Hij speelt met mij een spelletje. Hij trekt zijn petje van zijn hoofd en gooit hem op de grond. Ik mag hem dan oprapen, de hele Groenedijk lang.

Af en toe bedenk ik me hoe jammer het is dat de mensen die werken aan de plannen rond de Groenedijk niet dezelfde beelden hebben waarover ik beschik. Dan zouden ze deze schitterende oude dijk waarschijnlijk niet op zoveel plaatsen opensnijden als men heeft voorgesteld. Misschien is het nog niet te laat, maar dat bewaar ik voor een volgende keer. Nu gaan we weer wandelen, zo lang het nog kan.

woensdag 26 mei 1999 (4)

Demissionair

Met een onbestendig gevoel kruip ik achter de computer. We zijn demissionair! Ik ben er nog niet achter wat voor ons exact de consequenties zullen zijn, maar wonen in een onafgebouwde megastad en demissionair zijn, dat lijkt vragen om ellende. Zullen belangrijke beslissingen als het verleggen van de A2, nu wéér op ijs worden gelegd? Hoe dan ook, als zogenaamde ?pionier? weten we hier al voldoende van het begrip ?vertraging? om ons daar nog serieus zorgen over te maken. Rome is ook niet in één dag gebouwd zullen we maar zeggen.

Nu heeft elke medaille zijn keerzijde. In dit geval, heeft iedere keerzijde zijn medaille! Voor de aspiraties van Vleuten-De Meern om als zelfstandige gemeente door het leven te blijven gaan bijvoorbeeld, schijnt het vallen van Kok 2 een zegening te zijn. De één zijn brood ? u weet wat ik bedoel.

Nu het met de temperatuur gestaag de goede kant opgaat, ontbrand bij ons het vakantiegevoel. De laatste krachten zijn weggevloeid met het ?artistiek verantwoord? aanbrengen van de laatste druppel muurverf. Ons huis is bijna af en wij zijn bijna af. Jammer dat zoiets immer gelijke tred blijkt te houden. Denk je eindelijk te beginnen met het grote genieten, heb je daar geen puf meer voor. Toen wij nog in hartje Utrecht woonden –het lijkt al een eeuwigheid geleden- hadden we de perfecte remedie voor het bevredigen van het vakantiegevoel als de vakantie nog niet was aangebroken. Ons bootje! Op loopafstand van huis in de Oudegracht bij het Ledig Erf. Werfkeldertje met koelkast erbij voor witte wijn op de juiste temperatuur, u zult begrijpen, dat was genieten met een grote G. Om af te zijn van teveel verspreid onroerend goed hebben we de huur van het keldertje opgezegd. Dom, dom, dom. Dat hadden we beter kunnen doen nadat we een afdoende oplossing hadden bedacht om ons bootje in de Leidsche Rijn te krijgen. De motor staat hier in de schuur, en het bootje ligt nog in de gracht. Als iemand een tip heeft om zonder gebruik van trailer levend het Amsterdam-Rijnkanaal over te steken, wij houden ons aanbevolen. Het zou toch leuk zijn om voor het eind van de zomer een tochtje naar Harmelen te kunnen maken.

Om dit probleem een positieve wending te geven gaan we begin juni maar op vakantie. Wel twee hele weken naar ? Schiermonnikoog. Zuid-oost Utopia was financieel niet haalbaar, maar de parel onder de Waddeneilanden was een goede tweede keus. Omdat het werk altijd doorgaat zal de volgende column derhalve via palmtop-computer en mobiele telefoon per e-mail worden afgeleverd bij de redactie van uw weekblad. Heerlijk die techniek. Dan hoeft u niets te missen, en belangrijker, heb ik een goed excuus om af en toe te vluchten naar de onovertroffen gelachkamer van Hotel van der Werff. Als zoonlief na een dag lang zandkastelen bouwen tevreden ligt te slapen hoor ik mezelf al zeggen:?Schat, ik moet even inspiratie opdoen voor de krant?. Ik geloof niet dat u medelijden met me hoeft te hebben.

Over techniek gesproken. Het lijkt een aardig idee om eens e-mail te ontvangen van een stad- of dorpsgenoten die meldenswaardige zaken kwijt zou willen. Stuur eens iets leuks naar whdeheus@worldonline.nl en wie weet leest u er iets van terug op deze plek.

woensdag 9 juni 1999 (5)

Gereutel

Vorige week hadden wij hoog bezoek in Langerak! De nagenoeg voltallige commissie Ruimtelijke Ordening en Wonen van de Utrechtse gemeenteraad was op onze uitnodiging te gast in Leidsche Rijn. Het was een verfrissende gebeurtenis, voor ons, maar vooral voor onze raadsleden. De nieuwe bewoners en de ?oude? bewoners van de Groenedijk gaven samen een mooie presentatie over de plannen rond de Groenedijk. De raadsleden vonden het geweldig. Allereerst vanwege de helderheid -dat zouden ze graag eens in de raadszaal horen was het commentaar- en vanwege de nieuwe inzichten die men kreeg. Als zogenaamde pioniers hebben we nu en dan wat klachten over de communicatie vanuit wijk- en projectbureau, dat mag bekend zijn. Maar dan de raadsleden van onze stad. Wie zorgt er voor de communicatie naar de leden van het enige orgaan binnen de gemeente met echte democratische bevoegdheid? Wie het weet mag het zeggen! Na een drankje en een knabbeltje zijn we gezellig gaan wandelen over de Groenedijk. U weet wel, de recreatieve drager van dit gedeelte van Leidsche Rijn. De enige straat uit dit gebied die steevast in iedere videopresentatie over Leidsche Rijn de hoofdrol kreeg. U weet wel, dat prachtige laantje dat al eeuwen bestond toen in 1301de gesneuvelde bisschop Willem Berthout van Mechelen er denkelijk door zijn nog levende soldaten over werd teruggebracht naar zijn paleis in Utrecht toen men op de Hoge Woerd smadelijk was verslagen door de Hollanders. U weet wel, die schitterende landweg die voor het merendeel is gelegen in de restgeul van de Oude Rijn. U weet wel, die weg die er voor zorgt dat de mens zich hier nog mens voelt. U weet wel, de weg waar ik wandel met mijn zoon.

Toen onze commissieleden de pracht en praal van dit kleine stukje natuur veelal voor het eerst mochten aanschouwen, begrepen ze heel goed waarom er zoveel ophef wordt gemaakt
over de ter tafel liggende verkeersplannen. De Groenedijk opsnijden in 10, 11, 12 partjes, daar zagen ze de logica ook niet van in. Nu zijn wij hier heel benieuwd hoe men straks zal reageren tijdens de belangrijke commissievergadering van 16 juni. Zouden ze de wandeling nog kunnen herinneren? Ik denk het wel, want wandelen over de Groenedijk, dat maakt indruk!

Ik moest trouwens erg lachen toen ik deze week ter voorbereiding het Stedebouwkundig Programma van Eisen (SPVE) van Langerak weer eens las. Ik citeer uit het voorwoord:?Langerak verwijst naar de oorspronkelijke rivier de Leidsche Rijn die al vanaf de Romeinse tijd werd bevaren?. Dit zegt volgens mij voldoende. Mensen die zo met de geschiedenis omgaan, mogen zich bezighouden met het bedenken van onze woonomgeving. Het zou verboden moeten worden. De Romeinen over de Leidsche Rijn, dat is als vloeken in de kerk. Misschien moeten we toch eens overwegen de Dom stiekem op te blazen. Dan roepen we met zijn allen dat de Neudeflat het overblijfsel is van een middeleeuwse kerk. Het middenschip van de kerk is door Napoleon afgebroken en alleen het koor is nog over, thans in gebruik als hoofdpostkantoor. Minimaal één persoon zal het voor waarheid aannemen.

Het is jammer dat ik mijn woorden heb opgebruikt aan al het politieke gereutel in Leidsche Rijn. Liever had ik geschreven over de ontzettend gezellige bijeenkomst die de Stichting Maatschappelijke Ontwikkeling Leidsche Rijn (SMOL) samen met de verschillende kerken heeft georganiseerd, twee zaterdagen geleden in een tent langs het Klifrakplantsoen. Bloaskapel erbij. Lekkere hapjes en drankjes, leuke gesprekken. Jammer dat zoveel nieuwe bewoners verstek lieten gaan, ze hebben heel wat gemist!

Zo, de koffers zijn bijna gepakt, dus graag tot de volgende keer. Dan echt vanuit Hotel van der Werff te Schiermonnikoog.

woensdag 23 juni 1999 (6)

Burgemeester

Als u dit leest, ben ik alweer aan het zwoegen. Helaas. Nu prijs ik mij gelukkig. Met een kop koffie en radio1, aan de keukentafel voor het raam met uitzicht op een mooi Schiers straatje. Annemarie haalt verse broodjes en Daan doet zijn ochtenddutje. De zonneschijn valt neer uit een streeploos blauwe hemel en de altijd aanwezige wind laat het groene loof melodieus ritselen. Ik had u beloofd dat wij zouden gaan genieten, nou, dat doen we dus ook. We hebben overwogen ons hier definitief te vestigen. De kans deed zich voor. Schiermonnikoog zoekt namelijk een nieuwe burgemeester. Nu is me wel eens gevraagd een carrière in de politiek te overwegen. Ik heb hartelijk bedankt voor de eer. Mijn partij is nog steeds niet uitgevonden, ook niet nu zojuist Leefbaar Nederland is gelanceerd door Henk Westbroek c.s.. Stemmen is al lastig genoeg, laat staan lid worden van een partij. Afgelopen week was het weer zover. Gewapend met kiezerspas en rijbewijs stonden we in de trouwzaal van het gemeentehuis alhier, een jaar en een dag nadat we er trouwden. Nu dus om te stemmen. Zoals altijd was mijn keus aan de stemcomputer pas definitief. Het blijft altijd weer de vraag of ze je stem verdienen, zeker als je zoveel moeite doet om te kunnen stemmen. We zullen zien. Maar goed, men zoekt hier dus een nieuwe burgemeester. Zonder schroom heb ik contact gezocht met de kabinetschef van Commissaris der Koningin Ed Nijpels. Een aardige man die mij direct de opgestelde profielschets heeft toegezonden. Ik werd enthousiast bij het lezen ervan: ze zochten mij! Alleen mijn naam ontbrak. Het vooruitzicht van zes jaar leven op dit geweldige eiland deed ons watertanden. Weg gezeur over de bouw in Leidsche Rijn. Gevaarlijke kruisingen? Hier zijn auto’s nauwelijks te vinden, je loopt of je fietst! Criminaliteit? Af en toe een dronkelap in een kampeerboerderij! Goed, het rommelt soms over politie-chefs, maar dat wordt uiteindelijk altijd netjes geregeld. Verder is het hier voor kinderen natuurlijk helemaal een paradijs. Een aantal zaken deed ons twijfelen. De financiële huishouding schijnt een rommeltje te zijn en dat is slecht starten als onervaren burgemeester. Een groter bezwaar: je moet lid zijn van een politieke partij om benoemd te kunnen worden. U weet, dat wordt lastig. Verder is er natuurlijk ons werk ik Utrecht. Ik denk niet dat ik het kan missen om communicatie-concepten te bedenken, samen met art-director Frank, grafisch vormgever Monique en trafficer Christien. En het idee om weer te moeten verhuizen, dat kunnen we de komende jaren, vrees ik, niet meer opbrengen. Het zou ook wat flauw zijn om na amper een half jaar Leidsche Rijn te ontvluchten. Aanleiding voldoende, want om nou te zeggen dat het een onverdeeld succes is?niet echt. Het wringt nog aan alle kanten. Maar dat is voor ons alleen maar een extra stimulans om met elkaar de rol van participerende burger te vervullen. Schiermonnikoog moet dus op zoek naar een andere burgemeester. Er is in Leidsche Rijn als gewone burger nog genoeg te doen.

woensdag 7 juli 1999 (7)

Weerloos

Over smaak valt niet te twisten. Ken u die uitdrukking? Een vreemde uitdrukking eigenlijk. Eén keer in de twee weken zit ik op zaterdagmiddag met een paar goede vrienden in een Utrechts café en dan doen we bijna niet anders dan twisten. We twisten over van alles, maar veelal over smaak. Omdat we allemaal op de een of andere manier raakvlakken hebben met de bouwkunde, gaat zo?n discussie regelmatig over architectuur. Ons nieuwe huis in Langerak is door mijn vrienden -na afloop van zo?n discussie spreken we over vage kennissen- reeds veelvuldig aangeduid als lelijk hondenhok. Gelukkig voor mij is er over hun huizen ook wel een onaardige opmerking te plaatsen. Dus de pijn wordt op dat vlak aardig gedeeld. En, als er geen argumenten meer resten, zijn we zeer bedreven in schermutselingen onder de gordel over intredende kaalheid of andere persoonlijke gebreken. Net toen ik me had neergelegd bij de algemene mening over ons nieuwe huis las ik in het Utrechts Nieuwsblad dat het groepje huizen waar het onze toe behoort is genomineerd voor de Rietveld Architectuurprijs. Kijk, over smaak valt dus prima te twisten, maar over de creaties van Rietveld hebben we nimmer getwist. Die zijn veelal van een bijzondere schoonheid. Wonen in een huis dat is gelouterd met de naar Rietveld genoemde prijs, dat staat bijna gelijk aan wonen in een creatie van Rietveld. U begrijpt, de bewuste krant ligt aankomende zaterdagmiddag op de stamtafel van ons café. Nu nog voldoende bonnetjes kopiëren en insturen om de prijs ook daadwerkelijk in de wacht te slepen, dan is het feest kompleet. Wonen in de Gerrit Rietveld Architectuurprijs 1999, dat praat een stuk eenvoudiger!

Nu we toch over Gerrit Rietveld spreken, de Jaarbeurs heeft ons afgelopen week beroofd van een van zijn creaties. Nu is de Jaarbeurs ongeveer heilig in Utrecht, dus dat ze er een vergunning voor hebben gekregen geloof ik best. Maar het deed wel pijn toen ik afgelopen week bij toeval de sloopkogel door de Julianahal zag flitsen. Ik kon het ook eigenlijk niet geloven, want ik was kennelijk zo naïef dat we in Utrecht oog hadden voor het werk van haar belangrijke zoon. Toch zat het er dik in dat de Jaarbeurs eens van het gebouw af zou willen. Het gebouw is (was) immers maar twee verdiepingen hoog, en dat is zonde van het geld. Het ontwerp van het nieuw te bouwen kantoor ken ik nog niet, maar tien tegen één zal het een gezellig blokje van beton en spiegelglas worden. Graag lekker hoog, want dat is wel zo efficiënt. Leve de vooruitgang! Schreef Lucebert niet eens de onsterfelijke woorden:?Alles van waarde is weerloos?? Lijkt me een mooi startpunt voor onze zaterdagse discussie in de kroeg.

Zomerreces

Nu de lente is overgegaan in de zomer gaat het leven een rustiger tempo aannemen. Het is weer vakantietijd, of voor diegene die reeds op vakantie zijn geweest zoals ik, terrassentijd! De krant speelt hier op in door de Leidsche Rijn pagina tot na de vakantieperiode te bewaren. U zult het dus een aantal weken zonder deze column moeten stellen, maar dat lijkt me voorwaar geen lastige opgave met de koffers in de aanslag. Graag tot na het zomerreces.

woensdag 29 september 1999 (8)

Vrolijk

Hoewel het weer dat nog niet schijnt door te hebben, is de zomer nu echt voorbij. Als echte weegschaal kost het mij altijd moeite, de overgang van zomer naar herfst. Als de avonden korter worden, raak ik van slag. Dit jaar echter, zal ik geen najaarsdepressie toelaten. Mijn uitbundige zomerstemming, gelukkig net niet vergalt door al het gezeur en gezanik rond Leidsche Rijn, zal ik doortrekken tot diep voorbij de vorst. Nu de bomen zich weldra zullen tooien in kleurige herfsttinten, gaan we het dus anders aanpakken. Niemand zal de gelegenheid krijgen mijn stemming negatief te beïnvloeden. Wee degene die het zal proberen, het wordt zijn Waterloo. Mijn besluit staat vast: het wordt een vrolijke herfst!

Omdat de herfst nog amper is begonnen, zal ik me nog één keer druk maken. Zaterdag 18 september was de opening van het nieuwe wijkbureau Leidsche Rijn Utrecht. Een gezellige middag waarbij nuttige informatie was te verkrijgen over Leidsche Rijn Utrecht. Utrecht, omdat de twee gemeenten die verantwoordelijk zijn voor Leidsche Rijn, gelijk een kosjer keuken, alles strikt gescheiden houden. De gemeente Vleuten-De Meern schitterde derhalve door afwezigheid. Een gemiste kans. Men had best iets mogen vertellen over het centrale park, over de gezellige kernen en recreatieve elementen als de Haarrijnse plas. Kennelijk zijn de burgers, die niet denken in termen van grenzen, onbeduidende figuranten in een lachwekkende soap van slechte acteurs. Gelukkig vormde bijvoorbeeld De Bazuin, voor elke muzikale Merenees een begrip, een uitzondering. Deze muziekvereniging trok zich niets aan van strikt bewaakte grenzen en had, grote klasse, wel een stand ingeruimd. Buiten alle informatie kon het publiek kennis maken met de nieuwe Utrechtse burgemeester, mevrouw Brouwer-Korf. Een hele aardige vrouw, waar we zuinig op moeten zijn. In dat verband was het niet zo aardig dat haar tekstschrijver een aantal onjuistheden had geformuleerd. Doe dat over een jaar of wat, dan heeft ze de kennis om foutieve zinsneden in een toespraak gewoon over te slaan. Nu kon zij er niets aan doen dat ze regelmatig stond te jokken over bijvoorbeeld de wapenfeiten van het wijkbureau. Het wijkbureau had al veel tot stand gebracht, waaronder een pendelbus voor de bewoners van Langerak. Toen ik dat hoorde vonden mijn ogen vele andere verbaasde ogen van buurtgenoten. Pardon! In het voorjaar moesten we collectief door de modder voor openbaar vervoer. Kranten erbij, televisie erbij, niets leek te helpen. De bewoners hebben toen, door zeer creatief te handelen, een pendelbus voor de poorten van de hel weggesleept. Belachelijk natuurlijk. Er had hier een woest glimmende bus moeten klaarstaan op de dag van de eerste oplevering, dan waren vele tweede auto?s nimmer aangeschaft. Maar goed, we hadden zojuist met elkaar afgesproken dat het een vrolijke herfst zou worden. Daar zal ik volgende keer mee aanvangen.

woensdag 13 oktober 1999 (9)

Werken

De grond is sompig en glibberig, maar dat deert een echte archeoloog niet. Tuurlijk, bij zware slagregen of onweer is het sprinten naar de vuile keet, maar de liefde voor het vak is groter dan de angst voor een nat pak. Bijna iedere dag vlucht ik uit mijn kantoor, om mee te kunnen werken aan de archeologische opgravingen langs de Groenedijk. Het is machtig om onder de bak van de graafmachine te lopen als er weer een paar centimeter grond uit de sleuf wordt getrokken. Ontstaat er een spoor of niet, komt er weer een in de vergetelheid geraakte middeleeuwse gracht aan het oppervlak, of iets totaal anders. Als ik niet in de communicatie was beland, was ik archeoloog geworden. Als jochie van 8 begon ik met het graven van kuilen in de achtertuin, langs de Vleutense Wetering. Ik heb er een schitterende verzameling munten en een passie voor het leven aan overgehouden. Via de historische vereniging Vleuten-De Meern ben ik lid geworden van de archeologische werkgroep om zodoende als amateur archeoloog te kunnen spitten in Leidsche Rijn. Geheel Leidsche Rijn. Nogmaals, de strikte scheiding die de verschillende projectbureau?s er op na mogen houden, de archeoloog van Vleuten-De Meern, Erik Graafstal, en die van Utrecht, Herre Wynia, werken uitstekend samen. Zelfs vrijwilligers worden onderling uitgewisseld en regelmatig houden ze gezamenlijk lezingen over het verloop van de opgravingen zoals vorige week dinsdag (ja, u heeft heel wat gemist) in de hervormde kerk van Vleuten. Me dunkt dat deze samenwerking tot voorbeeld moge dienen. De opgedane kennis van de opgravingen koppel ik veelvuldig met de overgehouden inzichten aan een kortstondige, maar hevige, studie planologie. Breng dat alles samen met mijn vak, de communicatie, en er zijn in Leidsche Rijn mogelijkheden te over voor het voeren van discussies of het schrijven van artikelen over de wijze van bouwen in zo?n historisch rijk gebied. Een communicatieve, planologische onderlegde, amateur archeoloog. Ik denk dat ik binnenkort visitekaartjes laat drukken met deze titel. Het is namelijk bijna werk, zo?n uit de hand gelopen hobby. Als de opgravingen niet snel worden afgerond, krijg ik ruzie met mijn boekhouder over teveel ondeclarabele uren. Tot die tijd is aangebroken, zult u mij regelmatig met klei aan de laarzen achter de boerderij van Jan van Schip aan de Groenedijk aantreffen. Stel toch het geval dat we aan het brainstormen zijn over het oplossen van een communicatieprobleem en op nog geen honderd meter doen ze de vondst van de eeuw. Bij de gedachte alleen al heb ik zin direct de laarzen aan te trekken en de schep ter hand te nemen. Helaas, vandaag kan het echt niet, er moet gewerkt worden.

woensdag 27 oktober 1999 (10)

Lessenaar

Vandaag ben ik weer eens gaan kijken naar de vordering van de nieuwbouw in het Vleuten-De Meernse gedeelte van Leidsche Rijn. De gemeente Utrecht krijgt regelmatig flink van Jetje, de kritische geluiden over Vleuten-De Meern zijn lang niet zo krachtig. Zou het gras aan de andere kant van de heuvel nou zoveel groener zijn? De beeldspraak over de heuvel is in ieder geval van toepassing: wat een monsterlijke berg wordt er opgeworpen tussen de A12 en de wijk Veldhuizen! Het lijken de deltawerken wel. Beetje zwaar ook, zo?n berg. Vergeet niet dat er veengrond onder ligt. Ik ben dus zeer benieuwd of het meertje dat erachter komt te liggen over een paar jaar nog bestaat en niet is dichtgedrukt. Verder ben ik benieuwd wat het effect zal zijn van zo?n enorm geluidsscherm. De huizen er pal naast zullen geen last hebben, maar geluid komt toch echt naar beneden. Je zult zien dat je de A12 straks gaat horen op plekken waar je hem niet verwacht, ergens midden in het centrale park bijvoorbeeld. Zitten we daar dan op te wachten? Het heeft nog een ander effect. Net alsof Leidsche Rijn aan het zicht onttrokken moet worden. Goed, helemaal fantastisch is het nog niet, maar om alles bij voorbaat in te pakken gaat ver. Wat me verder direct opviel aan Veldhuizen is de hoeveelheid Lessenaarkappen: een puntdak, maar dan slechts aan één zijde. Langs de Heldammersingel hebben we platte daken, maar erachter is het allemaal van je les-les-lessenaar. Weinig origineel van de architecten. Over Langerak kan je veel zeggen, maar de variatie is groter. Nu nog wat meer stalruimte voor de heilige koe, een beter verkeersplan en nog wat andere puntjes, dan gaat het waarschijnlijk best lukken hier. Maar goed. Aan het eind van de Heldammerssingel begint de Harmelerwaard. Prachtig gezicht, die landerijen. Helaas, ook dat uitzicht is van korte duur. We gaan namelijk de glastuinbouw verplaatsen. Noem mij dom, maar ik snap het niet. Vele jaren praten en straks vele tientallen miljoenen verder hebben we al die kassen exact drie-en-een-halve-kilometer verplaatst. Stel dat we over 10 jaar nog een paar honderd huizen tekort komen, kunnen we weer gaan verplaatsten. Waarschijnlijk zijn er mensen die hier heel veel geld aan verdienen, anders zou ik het ook niet weten. Mij lijkt het natuur- en kapitaalvernietiging van de eerste orde, maar ik ben gelukkig een ?leek?. Het mooist aan Veldhuizen blijft een rijtje hele oude boerderijen: de Kloosterhoeve, de Balije en boerderij Nijeveld. Het is om deze boerderijen dat het gebied al vele eeuwen Veldhuizen heet: de huizen midden in het veld. Ze staan langs de nu -helaas, helaas- weggemoffelde Heldammerstroomrug. De stroomrug van een zijtak van de Oude Rijn, waarlangs ook de Romeinse weg loopt. Ik ben benieuwd hoe het deze boerderijen zal vergaan. Krijgen ze de ruimte en mogen ze hun voorname uitstraling behouden, of krijgen ze ook een Lessenaarkap? Dat is de prangende vraag!

woensdag 10 november 1999 (11)

Central Park – LR

Na een heerlijk lang weekeinde Schiermonnikoog met een groep vrienden van de middelbare school, was het maandagmiddag bij terugkomst wel schrikken toen ik de zaterdagkrant opensloeg: de verplaatsing van de kassen gaat definitief niet door! Vorige keer schreef ik dat de hele operatie mij nogal nutteloos leek. Waarom zoveel geld uitgeven om de hele boel af te breken en slechts een paar kilometer verderop weer op te bouwen, dat klopt, maar zulke drastische effecten had ik niet kunnen voorzien. Zonder gekheid, het lastige bij dit soort dingen is, dat er, hoewel prettig uit het door mij geschetste perspectief, voor de glastuinbouwers natuurlijk een verschrikkelijke situatie ontstaat. Jarenlang is er gesproken, gaan we wel of gaan we niet. Noodzakelijke investeringen zijn blijven liggen: je gaat immers geen geld uitgeven als je na een paar jaar moet verkassen. Het lijken mij dus slechte tijden om op dit moment glastuinbouwer in Vleuten te zijn. Ook voor de bouwers van Leidsche Rijn ontstaat een probleem. Alsof die al niet voldoende kopzorgen hebben. Het zijn dus ook lastige tijden om verantwoordelijk wethouder te zijn. De werkdruk lijkt me sowieso onmenselijk, laat staan als daar weer zulke moeilijkheden bijkomen. En welke situatie ontstaat er nu voor de bewoners? Hoe zal het bijvoorbeeld verder gaan met het ?centrale park?, plek voor de broodnodige recreatie? Vooralsnog vrees ik dat er nog heel veel jaren van slechts één ?Central Park? sprake zal zijn. Inderdaad, dat park is onovertroffen en ligt midden op Manhatten, New York! Toch een nadeel van het pionieren: ik kan pas met mijn zoontje gaan wandelen in het grote park van Leidsche Rijn, als hij daar waarschijnlijk helemaal geen zin meer in heeft. Hij is nu 15 maanden en begint net te lopen, maar op het moment dat er van een echt park sprake zal zijn, vrees ik dat wandelen opeens kinderachtig is geworden en de computer ruimschoots zijn voorkeur geniet. Hoe kunnen we zo?n probleem creatief oplossen? Het gonst van de geruchten dat men op korte termijn wil aanvangen met het bouwen van noodwinkels. Als die nou meedoen aan het ?Airmiles Systeem? en dubbele punten uitdelen. Dan sluiten we een deal met de bedenkers van de nog mondjesmaat gebruikte pionierskaart dat de tegoeden ook bij onze nationale luchtvaartmaatschappij zijn in te wisselen. In luttele weken moet dan voldoende bij elkaar zijn gespaard om een gratis ticket New York aan te schaffen. Gaan we gezellig met de hele buurt een weekeinde de hort op. Met de pendelbus naar Schiphol en binnen acht uur kunnen de drumsticks op het vuur voor een heerlijke BBQ in Central Park – NY. Het is een leuk idee voor komend voorjaar. Maar wederom zonder gekheid. Het zou voor iedereen prettig zijn als er op korte termijn een goede overeenkomst kan worden gesloten tussen de tuinders en de verschillende gemeenten. Na zoveel jaar zijn alle partijen, lijkt mij, toe aan een nieuw millennium zonder glastuinbouw perikelen. Als dat eens zou lukken, dan kunnen de bewoners al over een paar zomers –voordat mijn zoon dat kinderachtig zal vinden- lekker picknicken in Central Park – LR.

woensdag 24 november 1999 (12)

Gezelligheid

De cirkel in Langerak is bijna rond. Nu we de eerste sneeuw weer hebben gezien –die lag er ook op de dag dat we ons huis betrokken- en de Sint voor het eerst zijn intocht heeft gemaakt in Leidsche Rijn, kunnen we de balans gaan opmaken! Was het een goede keuze om ons schitterende appartement in de binnenstad –en kantoor aan de Oudegracht- in te ruilen voor een officewoning in Leidsche Rijn? Ons huis bijvoorbeeld. Wij wachten nog steeds op het afhandelen van de laatste punten door bouwer Wilma. Onze vloer ligt scheef, waardoor de kast nog net niet omvalt. Het schilderwerk moet over. Al meer dan een half jaar geleden afgesproken, maar de schilder laat zich vooralsnog niet zien. Lekkages aan de ramen zijn pas een paar weken geleden verholpen. Alle dakgoten zaten verkeerd. Met het bouwbesluit in de hand en een uitspraak van een onafhankelijk deskundige zijn de goten voor 64 woningen aangepast, bij ons slechts voor de helft. Kranen waren niet aangesloten op het riool, daar moesten we zelf per toeval achter komen. En een gezeur om dat allemaal opgelost te krijgen. De schuifpui is vijf keer volledig uit elkaar geweest. Steeds weer mannen over de vloer, steeds weer smerige modder in huis. De parketvloer moet opnieuw in de lak gezien alle beschadigingen, maar daar beginnen we pas aan als de modder uit de wijk is en dat gaat nog heel lang duren. Ok, de ruimte, dat is een stuk beter dan in de binnenstad. Lekkerder voor Daantje dat we in de zomer konden stoeien in de tuin. Een zandbak, een badje, u kent het wel. Kantoor aan huis, dat is ook een enorm pluspunt. Zoiets was in de binnenstad niet te krijgen. We hebben er lang naar gezocht, maar onder de 1,5 miljoen vonden we niets. Wat is er nog meer leuk, behalve de tuin en het kantoor? De mensen in de buurt? Ja, dat zeker. Wat dat betreft ben ik een dorpeling. Vroeger in Vleuten kon je bij iedereen binnenlopen. Hier is dat vergelijkbaar. Goed, het dorpse zal snel plaats maken voor het stadse, maar het contact is veel persoonlijker dan in ons appartementencomplexje. Daar sprak je een paar mensen, de rest kende je niet eens. Hier heb je met iedereen contact en de sfeer is perfect. Op zoek naar water als de hoofdleiding voor de zoveelste keer een dag is afgesloten? Er is altijd iemand die wel het briefje van de WMN ontving en een fles zorgvuldig gehamsterd water over heeft. Regelmatig is er overleg met de buurt; wat gaat goed en wat gaat fout. Er gaat heel wat goed en heel wat fout, maar de vergaderingen zijn altijd gezellig. Gewoon bij iemand aan de keukentafel met een glaasje wijn erbij. Een jaar Langerak was soms lastig en vermoeiend, bijzonder intensief, maar bovenal gezellig ¼ heel gezellig!

woensdag 8 december 1999 (13)

Groen

Het is frappant hoeveel invloed natuur op de mens heeft. Een statige boom, een kleurige bloem, een sloot met wat riet of lammetjes in een groene weide. De combinatie is helemaal het einde. Heb je er oog voor, dan verandert de aanblik van zulke pracht een zure dag in een geschenk. Een zonnetje erbij maakt het natuurlijk helemaal af, maar de echte liefhebber geniet onder alle weersomstandigheden. Het prachtige weidegebied dat nu wordt omgetoverd in Leidsche Rijn was in alle opzichten een rijk gebied. Op de laatste stukjes ongerept groen kan je nog vele voorbeelden aanschouwen van de fauna: reigers, hazen, buizerds, uilen, hagedissen, kieviten, padden, noem het op en je vindt het hier. Waar ze straks allemaal naar toe zullen gaan is mij een raadsel, maar daar zal vast iemand over hebben nagedacht. Een overbuurman, een bioloog, kwam vorige week met een foto bij me langs. Van een Chinese Wolhandkrab, de Erocheir Sinensis! Die kroop gewoon uit het slootje langs de Groenedijk zijn voortuin in. Het bewijs dat zelfs de kleinste slootjes in dit gebied in contact staan met de Noordzee. Deze Chinese joekel, zo?n 30 cm. van schaar tot schaar, is in 1912 voor het eerst in Nederland gesignaleerd. Kwam mee met de internationale scheepvaart. Trekt in het voorjaar vanaf zee de rivieren op en gaat in het najaar retour om te paren. Dit exemplaar had duidelijk de verkeerde afslag genomen. Moest via het Amsterdam-Rijnkanaal en de Lek naar zee. Helaas koos hij de LeidscheRijn en zal dus niet paren dit jaar. Een troost, hij zit niet alleen in de sloten. Toen laatst een sloot werd afgedamd en leeggepompt ter verbreding, hebben we met een paar Groenedijkbewoners gewapend met een schepnet, heel was snoeken, zeelten, voorntjes en baarsjes kunnen redden en overzetten naar een sloot ?met? water. De Chinese Wolhandkrab heeft weliswaar geen partner dit jaar, maar ook geen eenzame kerst! Waarom nu dit verhaal over bomen en beestjes, zult u zich afvragen. Dat komt door de groenvoorziening. Eindelijk, eindelijk is het plantseizoen aangebroken. Het is net alsof Langerak een jas heeft aangetrokken. Langs een gedeelte van het Klifrakplantsoen is een statige rij essen geplant. Een schitterend gezicht. Overal zijn beukenhagen en ligusterhagen verschenen. Slootkanten zijn aangelegd en worden afgewerkt met glanzend basalt. Nu pas ontpopt zich de stedenbouwkundige visie in al haar facetten en is een conclusie op zijn plaats: het wordt hier mooi! Natuurlijk, het zal altijd in de schaduw blijven staan van de schoonheid die ooit was. Het Klifrakplantsoen wordt nimmer een Groenedijk, of een Alendorperweg. Dat kan ook niet. Die hadden duizend jaren om te worden wat ze straks niet meer zullen zijn. De vooruitgang weet u wel. Hoe het ook zij, je ziet iedereen verwonderd en bewonderend kijken en genieten van alle nieuwe hagen en bomen. Wat een beetje groen al niet kan doen!

woensdag 22 december 1999 (14)

Proost

Leidsche Rijn is en blijft mediageniek. Van de week zag ik weer een NOS-karavaan, laverend tussen bouwketen en stapels stenen, over de Langerakbaan gaan. In Nederland hebben we inmiddels een paar dozijn zendgemachtigden en ze zijn hier allemaal meermaals gesignaleerd. Van de eerste bewoners is iedereen wel ergens aan het woord geweest. Zelf heb ik me ook niet geheel onbetuigd gelaten. Absoluut ‘hoogtepunt’ was om gezellig babbelend met schoonheid Sacha de Boer van het NOS Journaal door het huis te wandelen en samen op een bankje Leidsche Rijn door te nemen. Als die af en toe langskomt, mag het van mij nog wel een paar jaartjes bouwtroep blijven, voor de rest kan het gerust minder. Het vervelende van al die aandacht is de administratieve rompslomp. Je bent haast verplicht -voor eventuele kleinkinderen- alles te bewaren. De video instellen, cassettebandjes laten meelopen, foto’s opvragen. Ik stop daar nu mee. Trouwens, het heeft ook geen zin om alles bij te houden. Foto’s bijvoorbeeld, duiken op de meest onverwachte plaatsen toch weer op. Eén foto heb ik nu al drie keer langs zien komen. In de krant, in een brochure en tot mijn grote verbazing sinds kort op het Wijkbureau. Niemand overigens die even informeert of je er moeite mee hebt dat je hoofd daar ‘hangt’. Helaas ben ik geen Ronald de Boer, dus veel geld zal ik niet krijgen als ik een claim indien betreffende misbruik van portretrecht. Voorts moet het voor de mensen daar ook niet al te prettig zijn om iedere dag geconfronteerd te worden met mijn hoofd. Lijkt me behoorlijk demotiverend. Maar goed, ze hebben het kennelijk zelf gewild.

Nu we midden in de regentijd zitten, het begint hier al aardig op het verdronken land van Saeftinge te lijken, heb ik wel schik bij de aanblik van de constante stroom aan excursies. Het is of heel stedenbouwkundig en studerend Nederland nog net voor het einde van het Millennium in Leidsche Rijn een nat pak en vieze poten moet hebben gehaald. Voordat ik ze vanuit mijn studio kan zien hebben ze hun komst al kenbaar gemaakt. Hoe volwassen ze ook ogen, er is er altijd één die het niet kan laten om met de handjes langs de aluminium beplating aan de zijkant van ons huis te schuren. Als ik dat bonkende geluid hoor lig ik al in een deuk. Dan moet ik even kijken bij welke vijftiger het ‘schoolreisjegevoel’ is blijven branden. Omdat ik wist dat kìnderen dat aluminium als klankbord zouden gebruiken, heb ik bij de oplevering de aannemer verzocht de scherpe kantjes van dat aluminium bij te vijlen. Hij dacht dat ik gek was, maar heeft onder protest dat vijlwerk toch laten uitvoeren. Ik heb er nu al spijt van. Het zou toch machtig zijn: ik hoor dat gebonk, daarna een afgrijslijke vloekpartij, om vervolgens zo’n keurig geklede vijftiger met een bloedende vinger in zijn mond te zien langskomen. Briljant!

Graag wens ik u alvast een prettige eeuwwisseling. Gelukkig één zekerheid in een tijd waar niets meer zeker lijkt: voor iedereen die nu kan lezen, zal het de eerste en tevens laatste zijn. Proost derhalve!