↑ Terug naar Archief

Heuswaar 2001

Columns Heus Waar, 2001, Weekkrant De Brug

3 januari 2001 (36)

Geluk

Dag 2000, hallo 2001! Heerlijk, we hebben het jaar weer afgesloten. Ik ben altijd dolgelukkig als december voorbij is en we van januari mogen spreken. De dagen worden -helaas met kleine stapjes- weer langer en de nachten korter. De laatste dagen van het oude jaar volg ik al jaren hetzelfde ritueel. Mijn kantoor lijkt een zwijnenstal met enorme stapels stoffig papier. Alles had allang de weg naar de juiste ordner moeten vinden, maar bij gebrek aan tijd en zin was dat er nog niet van gekomen. Nu wordt ieder papiertje op belang gewogen: bij voldoende importantie komt het inderdaad in een ordner terecht, en anders in de papierversnipperaar. Ordners die in het nieuwe jaar sporadisch ingezien behoeven, verdwijnen in dozen: op naar zolder. Stukje bij beetje ontstaat er weer voldoende ‘lucht’ om het nieuwe jaar vol goede moed aan te vatten. Ook alle nieuwe wethouders zullen het jaar vol goede moed zijn gestart. De dorpen krijgen een stevige vinger in de pap: er worden drie wethouders geleverd. Namens Leefbaar Utrecht krijgt Toon Gispen een loodzware portefeuille met wijkgericht werken, bestuurlijke vernieuwing, personeel en organisatie, huisvesting, en alles dat met jongeren, ouderen en welzijn te maken heeft. Voor de PvdA mag Marie-Louise van Kleef in 80% de posten ruimtelijke ordening (zonder UCP en Leidsche Rijn), wonen en Overvecht bekleden. Burger en Gemeenschap levert Kees Verhoef op basis van 40% voor cultuur, volksgezondheid en Vleuten – De Meern. Vooral de laatste aanstelling is in de media met veel hoon begroet. Henk Westbroek, de Utrechtse cultuur-paus, hecht kennelijk niet zoveel belang meer aan cultuur, was het commentaar. Cultuurinstellingen vroegen zich af wat men met zo’n ‘Vleutense boer’ moest aanvangen. Weinig respectvol allemaal. Laat men vooral niet vergeten dat als je dan zo nodig moet annexeren, je ook bestuursposten moet verdelen onder de oude bestuurders van de nieuwe stadsbewoners. En ik geloof niet dat het de kwaliteit van het bestuur zal aantasten, integendeel, een beetje ‘dorps’ gevoel zal verademend werken in de verstikkende Utrechtse bestuurscultuur. En het veel te kleffe cultuurwereldje in Utrecht moet de hectoliters witte wijn die jaarlijks op de ontelbare feestjes en partijtjes vloeien maar eens zonder wethouder achterover klappen. Onder het mom:’hoe minder zielen, des te meer wijn voor mij’, moet dat moeiteloos te doen zijn! Allemaal veel geluk in 2001!

woensdag 17 januari 2001 (37)

Jammerding

Gelukkig, het lawaai in onze buurt is terug van weggeweest. De bouwvakkers zijn weer begonnen alsof er nimmer vakantie is geweest. De betonmolens bij ons voor de deur maken overuren en Radio 538 tettert haar helse muziek. Heerlijk. Ik was het gewoon gaan missen. De pendelbus tussen Langerak en Parkwijk, daar zal weinig animo meer voor zijn gezien de stromen wandelaars die ik om het kwartier vanuit mijn kantoor kan zien langstrekken. De laatste daad van Annemiek Rijckenberg was het openstellen van een fietsroute over de juist opgeleverde brug bij het Klifrakplantsoen naar Parkwijk. Fietsers heb ik er nog weinig gezien, maar des te meer wandelaars, vanaf de bushalte aan de Langerakbaan, en heel veel van die kolere scooters. Snorfietsjes zijn het officieel, dus een helm is niet verplicht. Normaal gesproken zouden die apparaten niet harder dan 30 kilometer per uur moeten kunnen. Wat een grap. Met die rampzalige janktoon jassen ze met een bloedgang door de straat en zonder af te remmen de brug over (even met de bandjes los van grond). Meestal zijn die dingen uitgerust met een overmaatse muziekinstallatie. Dikke bassen en daarbij die jammerklank. Gatver! Ik ben benieuwd wanneer de eerste bestuurder zich plat zal rijden. Heel lang gaat dat, vrees ik, niet duren. En dan maar ‘hopen’ dat ze een object uitkiezen, en niet een van vele kleine kinderen die hier zijn komen wonen. Probeer die jochies ook niet aan te spreken, want daar houden ze niet zo van. Net voor oudjaar had ik een kleine discussie met een vijftienjarig exemplaar. Dit keer over vroegtijdig afsteken van zeer hinderlijk vuurwerk rond mijn huis. Er kwam alleen wat onverstaanbaar gemompel uit zijn mond. Gelukkig mengden vader en moeder zich in de zeer eenzijdige discussie. Ze kwamen per ongeluk net langslopen. Of ik m’n mond wilde houden, want ik had nergens iets mee te maken. Of ik niet jong was geweest. En of ik die jochies iets misgunde. U kent die tegenwerpingen wel. Ik gaf direct toe, dat ik ook jong was geweest. Dat ik toen ook heel graag wilde rotzooien met vuurwerk, maar daartoe voor 31 december 24.00 uur weinig kans kreeg. Daar zorgde mijn vader namelijk voor. De boodschap kwam niet aan. Ik vertelde nog dat bij hoge uitzondering muggenscheetjes in de EIGEN tuin mochten worden ontstoken. Die maakten amper geluid, dus daar had niemand last van. De enige die er last van kon hebben, was jezelf. Ook die boodschap kwam niet aan. Ik heb de nutteloze woordenwisseling uiteindelijk maar beëindigd. Wel weet ik zeker dat het jochie volgend jaar ook op een vet opgevoerde scooter door de straat komt blazen. Ook die lol zal zijn vader hem zeker niet misgunnen. Nu maar hopen dat het niet zijn zoontje is die op zo’n jammerding een buikschuiver maakt.

woensdag 31 januari 2001 (38)

IQ

Het moest er eens van komen, en nu is het dan zover: De Langerakbaan wordt doorgetrokken naar de rotonde bij ’t Zand. Het toont als een akelige operatie. Diepe sleuven zijn over een paar honderd meter door het mooie land getrokken, nadat eerste enkele honderden fruitbomen vakkundig waren weggeruimd. Alsof een tandarts de weg heeft bereidt voor het aanmeten van een kunstgebit. Het zal straks een armoedig en troosteloos gezicht zijn. Vele duizenden vierkante meters asfalt in plaats van bomen en groen. En ik ben echt niet tegen de bouw alhier. Sterker, ik woon al twee jaar in een voormalig weiland, dus dat zegt genoeg. Wel ben ik altijd heel kritisch geweest over de onzinnige loop van de Langerakbaan. Ik zou de verzinner van dit monstrum graag eens spreken. Dat zal een pittige gesprekje worden! Een weg voor dagelijks 20.000 auto’s ligt precies tussen de Zandweg en de Groenedijk, moet dan een onmogelijke bocht maken naar het noorden, vreet zich vervolgens door de Groenedijk, om uiteindelijk via een even onmogelijke bocht naar het westen af te buigen richting de rotonde op t’ Zand. Vanaf die rotonde volgt een even scherpe slinger naar het zuiden, de huidige Burgemeester Middelweerdweg, en zal die weg verder vervolgen richting Vleuterweide. Op de kaart vormen al die bochten een lachwekkend soort bolhoed. Bewoners hebben heel vaak gevraagd om nog ten zuiden van de Groenedijk een rotonde aan te leggen om zowel een aantal flats op een charmante manier te kunnen ontsluiten, alsmede deelplan De Woerd. De loop van de Langerakbaan werd er niet anders door, maar veel onduidelijke omrijdbewegingen en behoorlijk wat asfalt werden ermee onnodig. Natuurlijk kon dit niet. En het argument:’dan zou de logica van deze belangrijke stadsas worden aangetast’. Heerlijk, alsof die bolhoed uitblinkt in logica! Echter, op het moment dat een verkeerskundige zo’n non-argument op tafel legt, slikt iedereen het voor zoete hoek. Zelf logisch nadenken is er dan niet meer bij. Als je de belangrijkste zuiderlijke as een stukje ten noorden van de Groenedijk had aangelegd, zou de huidige Langerakbaan tussen Ouderijnseweg en Verderlaan een smalle verzamelstraat voor Langerak kunnen zijn, en waren al die bochten niet nodig geweest. En de bochten zijn nu nodig om niet precies door het rijksmonument van het Romeinse Castellum heen te gaan. Het valt me wat dat betreft nog mee dat de verkeerskundigen überhaupt de moeite hebben genomen om het Castellum heen te gaan. ‘Had die daar maar niet moeten liggen …’. In de jaren zestig deed men daar echt niet moeilijk over. Toen ramde men de Castellumlaan er gewoon wel dwars overheen. Mooie naam in dat verband. Je noemt een weg gewoon naar het monument dat je ermee onderstopt. Maar goed, mijn IQ zal wel te laag zijn om de diepere betekenis achter de prachtige oplossing van de bolhoed-vormige Langerakbaan te kunnen doorgronden.

woensdag 14 februari 2001 (39)

Voor PAAL

Dat voetbal oorlog is, dat wisten we al van Rinus Michels. Wie zich de verloren WK-finale van 1978 in het vaderland van Máxima nog kan herinneren weet dat hij gelijk had. Als Rob Rensenbrink toen had gescoord in plaats van de paal te raken, waren er zeker doden gevallen. In Leidsche Rijn is inmiddels een totaal andere ‘paaltjes’ oorlog uitgebroken. Paaltjes oorlog? Inderdaad, paaltjes oorlog! Verkeersremmende paaltjes. Beter nog: autoverkeersbeweging tegengaande paaltjes. Van die afzichtelijke rood met witte paaltjes. In de binnenstad kennen ze de prachtige zware natuur stenen variant, maar wij doen het met de ordinaire zuster ervan. En nu zou u kunnen denken dat ik een grappig verhaal ga vertellen. Dat had ik ook graag gedaan, ware het niet dat het inmiddels helemaal niet grappig meer is. Autovernielingen, vechtpartijen, bedreigingen en scheldpartijen, alles heeft al plaatsgevonden rond de paaltjesoorlog te Leidsche Rijn. Op sommige plekken plaatste het bevoegd gezag omstreden paaltjes. Dat hebben ze inmiddels al vele malen opnieuw gedaan, want binnen vijftien minuten waren die paaltjes weer mysterieus verdwenen. Op plaatsen waar veel bewoners graag paaltjes zien, wil het bevoegd gezag geen paaltjes plaatsen. Op weer andere plaatsen staan naar ieders tevredenheid al jaren paaltjes, maar aldaar wil het bevoegd gezag de paaltjes binnenkort weer weghalen (tot ieders verdriet). En dan kennen we ook nog plaatsen waar het bevoegd gezag beloofde paaltjes te plaatsen, maar waar ze nog steeds niet staan. Het erge aan de laatst genoemde categorie is weer dat er daarom plaatsen ontstaan waar door het bevoegd gezag wel geplaatste paaltjes ernstig in de weg staan. Nu zou je zeggen, plaats dan de verkeerd staande paaltjes weer op de plek waar de paaltjes ontbreken. Helaas, zoiets is te eenvoudig! Niemand durft tegenwoordig nog een openstaande deur WEL in te trappen. En uiteraard, de bewoners doen het zichzelf aan. Het bevoegd gezag treft geen blaam. Enige waarheid zit daar wel in. Enige waarheid. Als het bevoegd gezag ergens een paaltje wil, is er altijd wel iemand tegen. Als het bevoegd gezag ergens geen paaltje wil, is er altijd wel een gek te vinden die daar juist wel een paaltje wil. De oplossing: voordat we ergens bouwen, slopen we eerst alle bestaande huizen. We plaatsen er een groot geblindeerd hek omheen. Pas als alles helemaal klaar is, start de verkoop. Niemand heeft meer wat te zeuren, want je weet precies wat je koopt en waar je het koopt. Eenvoudig zat. Een andere oplossing is om vooraf wat langer na te denken of hetgeen je wilt bouwen, ook bouwbaar is. Tot die tijd blijkt een uitspraak van een oud raadslid veelzeggend. Hij vond zijn belangrijkste bijdrage aan de Utrechtse samenleving in ruim zes jaar:’ergens een paaltje weggekregen en ergens anders weer een paaltje teruggekregen.’ Nu ben ik wel heel benieuwd waar die tientallen ontvreemde paaltjes zijn gebleven. Ik ken nog wel een aantal liefhebbers! Maar wat je er ook allemaal van vindt, inmiddels staan we in Leidsche Rijn met z’n allen toch flink voor … inderdaad … PAAL!

woensdag 28 februari 2001 (40)

Clusterbom

Een vreemde titel voor een column in vredestijd, zult u denken. Daar heeft u volkomen gelijk in. Ik koos ervoor, omdat het woord ‘clusterbom’ het enige ontbrekende woord is binnen de ‘Leidsche Rijn Cluster Serie’. We kennen alhier de zogenaamde zorgclusters, voorzieningenclusters en de kinderclusters. Nog even, en we kunnen kwartetten. De Dikke van Dale zegt over cluster:’ verzameling van samenwerkende inrichtingen of personen’, dus enige logica zit er wel in het woord. Het klinkt alleen zo bedroevend ambtelijk. Kindercluster is een onbekend woord. Dat lijkt me beter ook. Uiteraard zouden we het in De Dikke kunnen opnemen als ‘een samenwerkingsverband van kinderen, of, een samenwerkingsverband van rond kinderen opererende organisaties’. Al met al een briljante werktitel die nog prachtig klonk op de tekentafel. Helaas vergat iemand gaandeweg de vlakgom te hanteren. We zitten dus de komende honderd jaar vast aan deze naam, en de vele rampzalige varianten. Waar gaat jouw kind naar school? ‘Op de Boomgaard, in Kindercluster Voorn’. Waar heb jij je kaartclubje? ‘bij SMOL, in Kindercluster Voorn’. Vijfenvijftig-plusser-gym? Bij Kindercluster Voorn! Ik heb last van mijn buik! ‘Dan moet je naar Zorgcluster Parkwijk’ (of was het Voorzieningencluster Parkwijk? Ik raak de draad kwijt). Met een beetje mazzel krijgen we straks nog de naam Humanitaircluster Spoor. Voor het geplande drugsverslaafde hostel, de daklozen opvang en het asielzoekerscentrum. Wat dacht u van ‘Cultuurcluster ’t Zand’? Een prachtige plek om duo Toos en Cor te gaan beluisteren. Heerlijk! Voorlopig mag er overigens geen noodvoorziening komen voor het asielzoekerscentrum. Waarom niet? Het is niet goed voor de psychische gezondheid van de asielzoekers. Leidsche Rijn ligt zo geïsoleerd, dat kan je de mensen echt niet aandoen. Geen goede verbindingen met de stad, geen uitgaansgelegenheden en onvoldoende onderwijsmogelijkheden. Men mag pas komen als het hier een beetje aangeharkt is. Bij zulke berichten krijg ik een behoorlijk déjà vu gevoel. Als bewoners van het eerste uur voelden we ons hier ook wel eens eenzaam. Als we daarover spraken tijdens een van de vele vergaderingen, werd ons -en niet geheel onterecht- altijd voorgehouden dat we gewoon de komende jaren als fatsoenlijke burgers ouderwets dienden te pionieren, zonder onze klep steeds open te doen in klagerige volzinnen. Dat laatste lukte niet altijd, waardoor we regelmatig als zeurende burgers werden neergezet. En natuurlijk ligt de waarheid weer eens precies in het midden. Niet alles kan direct klaar zijn, en, er is behoorlijk lichtvaardig omgegaan met het organiseren van de voorzieningen. Maar om nu te stellen dat Leidsche Rijn voor asielzoekers ongezond is? Die uitspraak komt wat mij betreft hoog binnen op de ellenlange lijst van stompzinnige uitspraken die rond Leidsche Rijn zijn gedaan. Net zo hoog als het woord cluster op de evenzo lange lijst van droeve (en onuitsprekelijke) namen binnen Leidsche Rijn: Koldijksterraklaan, Birstummerraklaan, Scheurraklaan, Klifrakplantsoen, Zuid-oostraklaan ? etc. Ideetje: kunnen we de veelal ongebruikte Pionierskaart wellicht inwisselen voor een gratis strippenkaart psychische zorg? Ik voel met wat geïsoleerd …

woensdag 14 maart 2001 (41)

Jan & Carla

Eindelijk, eindelijk hebben we de eerste lenteachtige dag van 2001 achter de rug. Koning winter lijkt nu definitief onthoofd, waarmee we aanstonds de derde lente in Leidsche Rijn zullen aanvangen. Het is bijna niet voor te stellen dat we al over de derde lente kunnen spreken. Gaat het zo snel? Inderdaad, het gaat zo snel! Nu de eerste bewoners hier ruim twee jaar vertoeven, is het onvermijdelijk dat we aanstonds afscheid moeten nemen van een aantal van die zelfde eerste bewoners. In het tweede straatje van Langerak, de Zuid-oostraklaan, zullen we spoedig drie families uitzwaaien. Allemaal hebben ze een andere reden om Leidsche Rijn al zo snel de rug toe te keren. Wel is het enorm spijtig dat we met al die mutaties aan de Zuid-oostraklaan meteen een van de meest markante eerste families van Leidsche Rijn zullen verliezen: de familie Kingma. Hoewel beide jonge zestigers, was de aanspreekvorm Jan en Carla. Voor ons zoontje meneer Kingma en tante Carla. Vanaf het slaan van de eerste paal in december 1997 is vooral Jan enorm actief binnen Leidsche Rijn. Als opperstalmeester bij de aankomst van Sinterklaas, tot en met het verdedigen van bewonersbelangen bij de bestuursrechter. Of het nu ging om zitting nemen in de Masterclass Milieueducatie of het ijveren voor autowasplaats en openbaar vervoer, Jan was bereid om zich ervoor in te zetten. Verkeersveiligheid? Even bellen met Jan en er werd aandacht voor gevraagd. Toespraakje voor een vertrekkende wethouder? Jan regelde het. Even de pendelbuschauffeur in het zonnetje zetten voor bewezen diensten? Jan kocht een fles wijn, greep de megafoon en bezorgde de chauffeur een brok in de keel. Zo’n bewoner is werkelijk goud waard voor een wijk in opbouw, alhoewel hij die waardering zelden kreeg. Nog steeds worden zulke zeer actieve burgers bijzonder lastig gevonden. Waarom? Omdat actieve bewoners onnoemelijk veel extra werk met zich meebrengt. Een gek kan meer vragen dan tien wijzen kunnen beantwoorden. Maar die gek is niet gek. En die gek past ook niet in het NIMBY kader (not in my back yard). Het slechtste dat je van Jan Kingma kunt zeggen is dat hij, net als iedereen, ook niet precies weet hoe invulling te geven aan de nieuwe rol burger-overheid waar iedereen zo de mond van vol heeft. En inderdaad, Jan kon heftig uit de hoek komen. Niet uit eigenbelang, maar uit een zeer welgemeend algemeen belang. En zelfs accepteerde hij dat een burger niet altijd gelijk kan krijgen, ook al heeft ie dat wel degelijk. Maar het zou fantastisch zijn als de enorme inzet van Jan en Carla Kingma een doel heeft bereikt: dat gemeente en bewoners alleen samen zo’n complex project als Leidsche Rijn tot een goed einde kunnen brengen. En nu maar hopen dat Jan en Carla in het verre Drenthe heerlijk gaan genieten van een welverdiende, goudomrande pensionering!

woensdag 28 maart 2001 (42)

Eenvoud

Grond is macht. Dat was het altijd, en daar is in principe weinig in veranderd. Zelf ben ik in het bezit van een onnoemelijk lullig stukje grond te Leidsche Rijn. Exact tweehonderd tweeëntwintig vierkante meter. En het ergerlijke, het is niet eens van mij. Het is en blijft van de gemeente Utrecht vanwege de erfpacht. Voorts is strikt formeel gesproken slechts de helft in mijn bezit, vanwege mijn huwelijkse staat. Eenhonderd en elf meter, het gekkengetal in optima forma. Vastgoed man Wim Oostveen bezit net iets meer grond in het voormalig polderland. Een bunder of twintig is naar zijn zeggen in eigen bezit. Zeg tweehonderdduizend vierkante meter. Over een slordige tachtig bunder heeft hij contracten met de juridisch eigenaar. Dan zou je denken dat je daarmee in Leidsche Rijn een machtig man bent. Niets is minder waar. De opgestelde regels van de gemeente heeft een aantal grote ontwikkelaars machtig gemaakt, de rest kan de pot op. Oud zeer uit het verleden maakte Oostveen tot een soort Willem Oltmans van de ontwikkelwereld. En dan behoort samenwerken niet tot de mogelijkheden. Nu ken ik de persoon Oostveen niet. Ook ken ik de geschiedenis niet. Wat ik wel weet, is dat er een stukje braakliggend terrein in Langerak ligt, waar niet kan worden gebouwd vanwege de padstelling tussen gemeente en Oostveen. Ofwel; de bewoners van Leidsche Rijn worden zichtbaar geconfronteerd met beschreven problematiek. Als iedereen er straks eindelijk netjes bijzit, komen de hijskranen weer een jaartje retour om de laatste huisjes van Langerak te produceren. Wat een wanvertoning. Veel van het bezit van Oostveen zou in deelgebied ’t Zand liggen. Dat schijnt tevens de reden dat het zo lang duurt tot het Stedenbouwkundig Programma van Eisen (SPVE) wordt gepresenteerd. Oostveen heeft het gevoel dat de plannen nu zo zijn opgesteld, dat precies alle groenvoorzieningen op zijn bezit komen. Dan heeft hij uiteindelijk volstrekt waardeloze grond in handen. Zou de gemeente tot zoiets flauws in staat zijn? Wie weet! Alleen de big boys mogen in Leidsche Rijn honderden miljoenen verdienen. Locale partijen worden strikt geweerd. Zelfs een enkele particulier die in eigen tuin een huisje wil bouwen, precies volgens de plannen, moet zijn grond inleveren. Anders is de gemeente ‘de regie’ kwijt. Nou, de gemeente is al jaren de regie kwijt. Het gezever rond de A2 is er een sprekend voorbeeld van. Alom is er echter groot vertrouwen in het nieuwe college om de boel definitief vlot te trekken. Ook de ‘kwestie’ Oostveen. Een ongevraagd advies: maak van het kassencomplex aan de Johanniterweg (dat volgens het UN door Oostveen liever wordt gesloopt) snel een bruine kroeg. Oostveen mag een adviseur meenemen, en wethouder Lenting ook. Gooi tien vaten bier naar binnen, vier matrassen en een berg lekker eten. Deur op slot en net zolang wachten tot er witte rook uit de prachtige oude schoorsteen komt. Wedden dat het werkt! En iedereen is blij: de bewoners omdat ‘het gat van Langerak’ snel wordt afgebouwd, de cultuur liefhebber omdat er een functie is voor een lieflijk oude kas, Oostveen omdat hij toch mag ontwikkelen in Leidsche Rijn en het college omdat er eindelijk een probleem van de lijst kan worden afgevinkt. Wat is het leven toch eenvoudig!

woensdag 11 april 2001 (43)

Zwaaien

Kennissen en vrienden die bij ons langskomen wensen meest van tijd een rondleiding door Leidsche Rijn. Ze willen gaarne persoonlijk aanschouwen wat in hemelsnaam de reden is dat wij de Utrechtse grachtengordel hebben verlaten om ons in deze ‘deerniswekkende negorij’ te vestigen. Vorige week zaterdag was een goede vriend aan de beurt voor de ‘grote tour’ (we hebben ze inmiddels in soorten en maten en met verschillende vervoermiddelen, behalve via HOV natuurlijk). De grote tour is per auto en betreft zowel de deelgebieden Langerak en Parkwijk als Veldhuizen. Met een beetje mazzel voegen we de nog maagdelijke deelgebieden er zonder morren aan toe. Hij was met een prachtige oude Saab, dus nam ik likkebaardend achter het stuur plaats. De vriend in kwestie bewoont met vrouw en kind een prachtig stulpje in Hilversum-noord, strak tegen het even prachtige Laren. Ik was dus voorbereid op enkele kritische kanttekeningen, en inderdaad, je zag zijn verwondering met de minuut toenemen. ‘Staat wel allemaal erg dicht tegen elkaar aan, je kijkt bijkans de biefstuk bij de buurvrouw van tafel’. ‘Wat? Kost dat huis zeven ton? Het heet hier toch geen Blaricum!’. Zo maar een paar losse opmerkingen. Ik zal u de ergste besparen. Nu ben ik zelf een stuk positiever over de nieuwbouw alhier, maar dat kon er bij mijn vriend niet in. Al kibbelend over aan wiens zijde de waarheid lag, verlieten we een in aanbouw zijnde wijk, gelegen tegen de ‘A12-deltadijk’ te Veldhuizen. Mijn blik viel op een geparkeerde politie auto met daarin een, op het oog, allercharmante agente. Ik kon een vriendelijk wuifgebaar niet onderdrukken. Heel dom. In mijn spiegel zag ik de politie auto optrekken, en vrijwel direct daarna verschenen de woorden:’Politie Stop’! Je staat dan mooi te kakken met al die verse woningeigenaren voor de ramen. Gedecideerd vroeg de agente om mijn rijbewijs en papieren. ‘Helaas’, zei ik, ‘die heb ik niet voorhanden’. ‘Kunt u zich dan op een andere wijze legitimeren’?, sprak de agente gedecideerd. Onhandig snuffelde ik in mijn portemonnee naar de bewijslast van mijn bestaan. Verder dan een aantal bankpassen en creditcards dreigde ik niet te komen, toen ik mijn perskaart vond. Dolblij kon ik haar iets afgeven met naam en pasfoto. ‘Van de pers’?, vroeg ze meewarig. ‘Vroeger wel’ antwoordde ik, ‘nu schrijf ik slechts een column over Leidsche Rijn en hier en daar wat losse opdrachten. In dat verband heb ik uw collega’s dikwijls gesproken, maar u heb ik helaas nog nooit getroffen’. De woorden hadden slechts een negatieve impact. De blik werd met de seconde killer. Een lichte paniek maakte zich van mij meester toen ze met een messcherp gezicht weer naar mij toe beende, na het mobiel checken van mijn gegevens met een centrale post. ‘U kunt gaan, de gegevens kloppen. We houden de boel hier de laatste tijd wat scherper in de gaten, en u kwam nogal langzaam van een onbewoond deel afrijden. Voortaan rijbewijs en papieren altijd meenemen als u op pad gaat’. Ze draaide zich om en marcheerde retour naar haar auto. Welhaast ontdaan door deze ontmoeting zakte ik weer achter het stuur van de klassieke Saab. Mijn vriend barste in lachen uit. ‘Wat een sufferd ben je toch. Zwaaien naar een agente. Dan vraag je er toch om’.

Woensdag 25 april 2001 (44)

Bingo!

Iemand die op de een of andere wijze actief is binnen Leidsche Rijn, moet een onwaarschijnlijke leestijger zijn om enigszins bij te blijven. Om echt op de hoogte te zijn zou je eigenlijk lees- en vergadertijger moeten zijn. Nu is lezen voor mij altijd een hobby geweest, maar dan liever een prachtige roman dan meters rapporten. Helaas kom ik slechts op vakantie nog toe aan een aantal goede boeken. Voor mijn werk moet ik me jaarlijks reeds door kilometers teksten worstelen en dan pak je des avond niet zo graag een boek uit de kast. Vergaderen, daar heb ik pas echt een diepgewortelde hekel aan. Regelmatig moet ik er werktechnisch toch aan geloven, maar als ik het ook maar een beetje kan voorkomen, doe ik dat direct. Waarom? Omdat ze in de regel veel te lang duren, veelal een bijzonder hoog ‘lulkoek gehalte’ hebben en in negen van de tien gevallen geen enkel resultaat opleveren. Deze week verscheen er een aardig berichtje in de krant dat mijn gevoel staafde. Landelijk worden tientallen miljarden guldens vermorst met onzinnige prietpraat. Alsof we geen problemen meer hebben in dit land. Als we op ambtelijk niveau, in de ziekenhuizen en binnen het onderwijs simpelweg 50% van de vergaderingen zouden schrappen, en in plaats daarvan zouden werken, heeft iedereen goed onderwijs, zijn er geen wachtlijsten en wordt milieuwetgeving ouderwets gecontroleerd. Dit verhaal is prima vertaalbaar naar Leidsche Rijn. Schrap willekeurig 50% van de vergaderingen, en de exploitatietekorten verdwijnen als sneeuw voor de zon. Helaas, helaas. Ik denk niet dat we spoedig het ernstig uit de klauw gelopen vergadercultuurtje de kop in kunnen drukken. Sterker, als participerende burger moeten we nog meer gaan vergaderen. Wethouder Gispen lanceerde de Wijkraad. Een Wijkcommissie hadden we al. Dat wordt dus nog meer oeverloos gezwets omwille van de zogenaamde invloed van de burger. Om als burger ‘echte’ invloed te krijgen, moet je kennelijk masochist zijn van het zuiverste water. Ik ga hier zeker niet aan meedoen. Nuttige zaken doe ik graag, veel en gratis. Aan nonsens doe ik niet mee, tenzij voor heel erg veel geld middels de zogenaamde nonsens-toeslag. Ik zou me wellicht laten overhalen als we de ‘bullshit button’ kunnen introduceren. Iedereen heeft een knop. Als de helft plus één de knop hanteert, gaan we naar het volgende onderwerp. Vergaderingen kunnen dan in dertig minuten. Persoonlijk is participatie mij voldoende als iedereen zich aan gemaakte afspraken houd. Werk na een wijkschouw gewoon het lijstje openstaande foutjes af. Lees notulen van een bijeenkomst werkelijk na, en handel punt voor punt de afspraken tijdig af. Geef antwoord als een burger belt. Stuur een rapport op als je dat hebt beloofd. Allemaal heel eenvoudig, goedkoop en doelmatig. Laat u zich wel overhalen mee te werken aan nutteloze bijeenkomsten, knip dan het hierbij afgedrukte spelletje uit. Een amusante daad van burgerlijke ongehoorzaamheid waarmee u miljarden kunt besparen. Veel speelplezier!

Woensdag 9 mei 2001 (45)

Gelderland

Enige tijd geleden schreef ik op deze plek over de Provincie Utrecht. Het was ten tijde van de koude oorlog tussen Vleuten-De Meern en Utrecht voorafgaande aan de herindeling. Mijn stelling was dat als er zo nodig geannexeerd moest worden, dan wel direct de Provincie en het BRU opgedoekt konden. Heerlijk om enkele maanden daarna te lezen dat er serieus in die richting wordt gedacht. In hetzelfde stukje schreef ik sarcastisch over de vestiging van een stadstaat Utrecht, naar het antieke Griekse voorbeeld van de Polis. En verdraaid, die richting gaan we uit! Het BRU mag opgedoekt, de Provincie ook. Utrecht wil slechts met 10 gemeenten ‘samenwerken’. Wethouder Van Kleef noemt nog geen namen. Dat doe ik dan maar. De stadstaat Utrecht zal denkelijk worden gevormd door Utrecht, Woerden, Nieuwegein, IJsselstein, Maarssen (wellicht Breukelen), De Bilt, Zeist, Driebergen, Houten en Bunnik. Als we het slim spelen schuift Vianen ook nog aan. De prangende vraag: wat doen we met de rest? Daar maken we een mooi en eervol laatste project van voor de straks overbodige Commissaris der Koningin Boele Staal. Die sturen we de boer op om de overbodige dorpen voor een godsvermogen door te stoten aan omringende Provincies. Neem de noord-west hoek. Abcoude, De Ronde Venen, Loenen en Loosdrecht. Bij elkaar spreken we vlotjes van 17690 hectare grond, waarvan 12076 hectare momenteel in agrarisch gebruik. Ik kan me zo voorstellen dat Noord-Holland best wat overheeft voor een spoedige overdracht van ruim 120 miljoen vierkante meters aan potentiële bouwgrond. Zeker nu volgens de nieuwe systematiek van de vijfde nota ruimtelijke ordening een Provincie zelf de bebouwingscontouren mag aangeven. Ieder bod onder de 500 miljoen gulden dient Staal resoluut af te wijzen. Vianen weken we los tegen Lopik, Montfoort en Oudewater. Dat kan met gesloten beurzen. De gemeenten rond Amersfoort (Eemnes, Bundschoten, Baarn, Soest en Leusden) dealen we eerst door aan die stad (daar heeft Annie Brouwer nog goede connecties), en het hele pakket kan dan naar Flevoland. Dan krijgen die eindelijk vaste grond onder de voeten. De overige gemeenten kunnen naar Gelderland. Wat moeten wij in hemelsnaam met Doorn, Maarn, Woudenberg, Wijk bij Duurstede, Leersum, Amerongen, Veenendaal, Renswoude en Rhenen. Weg met die rommel, maar wel tegen een slordige miljard. De stadstaat Utrecht kan dan eindelijk haar gang gaan. Bouwen, bouwen en nog eens bouwen. Weg gezeur over een Streekplan dat te weinig ruimte biedt. Heerlijk ongebonden stuwen wij voort in de vaart der volkeren. En als we dan straks de hele stadstaat hebben omgevormd tot een helse steenvlakte, mogen we als verachte Utrechters wellicht tegen zware betaling nog eens zeilen op de Loosdrechtse plassen, wandelen op Leusderheide of zingen in de Cunerakerk. Het heerlijk suffe provincie stadje waar ik ooit verliefd op was is doende zichzelf om te vormen tot een nerveus machtsblok. Van lieflijk rupsje tot doodshoofdvlinder. Het wordt tijd om te verkassen. Naar het nieuwe Gelderland bijvoorbeeld!

woensdag 23 mei 2001 (46)

Mooi hoor!

Ik zal de opmerking van mijn collega columnist ter harte nemen. Ik proefde iets in de tekst van ‘Heuvel’ dat wij als columnisten te vaak de botte bijl of het fileermes richting politiek of ambtenarij hanteren. Heuvel & De Heus worden aardiger! Ik zal beginnen met het wederom toereiken van de helpende hand aan Kees Verhoef. Nu was hij tijdens de college-buurt-borrel te Vleuten al de gevierde man (Annie Brouwer zal hebben gemerkt dat zij nog ‘afgetast’ wordt in mijn jeugd-dorp, waar Kees reeds een grote meneer is) maar toch. Het is bedroevend dat een medewerker van het Utrechts Nieuwsblad, die verslag deed van de bijeenkomst, nog steeds denkt dat Kees een boertje uit Haarzuilens is. Deze sneer is dus voor het UN: Heren, Kees bewoont al jaren een leuke eengezinswoning in de Jambuurt van Vleuten! Is ook niet 40% wethouder en 60% kippenboer. Kees is natuurlijk niet helemaal senang dat hij veel te veel uren maakt voor die verwende cultuurpausjes in Utrecht en dat voor veel te weinig poen. Maar hij doet het wel. Voorts is Haarzuilens een uniek dorp, waar iedereen graag zou willen wonen, hetgeen echter is voorbehouden aan een handvol uitverkorenen. Gelukkig is het er veel te duur voor matige verslaggevers! Nu een ander zonnig verhaal. Hoewel inderdaad de Langerakbaan er nog wat ‘stenig’ uitziet (een paar extra bomen kan inderdaad geen kwaad) de rest begint er steeds mooier uit te zien. Nog even, en Langerak is helemaal voltooid. Als ik rondloop krijg ik steeds meer het idee dat ook wij tot een uitverkoren groepje moeten behoren. Ondanks het feit dat het pijn blijft doen als er weer een mooie boomgaard tegen de vlakte gaat, wat er voor terug komt is zeker niet het slechtste dat in ‘Nederland bouwland’ verreist. Dat laat onverlet dat er grote bedreigingen blijven bestaan voor een volledig succesvol Leidsche Rijn. En inderdaad, dat zie je niet als je wandelend over de Langerakbaan al het moois de pupillen in laat vliegen. Maar in dit verhaaltje zullen we daar niet over spreken. Vandaag is er slechts ruimte voor de loftrompet. Geklinkerde straatjes die uitkomen op mooie stroken groen. Een schitterende meander, met basaltstenen omzoomd. Een groepje prachtig vormgegeven flats, uit de losse hand neergestrooid in een hoekje. Het nieuwe deel van de Langerakbaan, door mij vaak diep beledigd, glooit door het groen en is amper zichtbaar als je er niet helemaal recht voorstaat. Werkelijk briljant bedacht! Nog even, en de Groenedijk wordt helemaal opgeknapt. In het water komt een aantal heerlijke steigers. Bankjes erbij. Ruim honderd mooie nieuwe bomen zullen de gevallen gaten weer vullen. Park Hoge Weide zal aanstonds worden aangekleed. Noem maar op. Vandaag geen klacht, maar hulde aan iedereen die zo zijn best doet om hier een prachtig stadsdeel neer te zetten.

Woensdag 6 juni 2001 (47)

Kaarten graag

Het is werkelijk bedroevend weer op ons verder beeldschone Waddenparadijs. Zaterdag was het nog zonnig en warm toen wij, samen met het halve eiland, getuigen waren van het dramatisch verlopen promotie-duel van VV De Monnik. De Groningse voetbalgasten bedierven het gehoopte eilanderfeest door het ‘duel van het jaar’ met 2-4 te winnen. VV De Monnik speelde zo slecht, dat nog voor de rust onze zoon Daan van nog geen drie jaar, aangaf in te willen vallen. Hij begreep er niets van dat zijn vader hem verhinderde het schitterend gelegen voetbalveld te betreden. ‘Ik ga een doelpunt maken’, verzekerde hij! Door de overwinning van VV Groningen zal VV de Monnik achterblijven in de 7e! klasse onderbond KNVB. ‘Wie weet lukt het volgend jaar’, was de optimistische reactie van onze overbuurman. De man is des morgens taxi-pendelaar voor de plaatselijk vervoerder Boersma, des avonds barman in de befaamde dancing ‘De Tox’ en om de week op zaterdag vlaggenist bij de plaatselijke voetbaltrots. Zo gaat dat op dit eiland. Zwaar ‘thuisvlaggend’ had hij er alles aan gedaan. Pas zondagavond, tijdens Studio Sport, begreep ik waarom ik blij moest zijn met het verlies van VV de Monnik. Daardoor werd FC Utrecht in staat gesteld met 6-0 van FC Groningen te winnen. Een waarlijk monsterverbond met briljante regie. Als de ene Groningse club mocht promoveren, kon FC Utrecht Europa in. Ik geef toe, de link heb ik zelf ook nog niet volledig kunnen ontdekken, maar het klinkt aardig. Utrecht en Europa, het is toch wat. De laatste Europacup wedstrijd van Utrecht staat me nog helder voor de geest. Ik was er namelijk bij. Sterker, het was op mijn 24e verjaardag. Mijn voetbalmaat van toen was ver in de vijftig en kocht als verjaarscadeau het vaantje van dit historische duel. FC Utrecht – Real Madrid, 23 oktober 1991. De geste roerde me diep, en het vaantje bezit ik nog steeds. De wedstrijd ging overigens verloren. Met 1-3, maar dat deerde geen. We hadden namelijk met 1-0 voorgestaan tegen de toppers uit Madrid. Wie anders dan de bejubbelde Wlodi Smolarek had daar verantwoordelijk voor kunnen zijn. Ik zal de vreugdedans die ik met mijn buurman van vak L1 maakte, niet licht vergeten. Ook de sfeer die al uren voor de wedstrijd in het stadion hing, blijft me altijd bij. En de explosie van geluid toen onze helden het veld betraden. Geniaal. Nog genialer was dat na de wedstrijd geheel onverwacht een bijna vergeten vriendinnetje langskwam voor mijn verjaardag. Zeven jaar later zouden we trouwen! Op hetzelfde eiland waar we nu VV de Monnik zagen verliezen en waar we Utrecht Europees voetbal zagen halen. Wie had toen kunnen bedenken dat ik tien jaar na dato met mijn eigen zoon naar een swingend Galgenwaard zou kunnen gaan. Ik in ieder geval niet. Heeft er iemand kaarten?

Woensdag 29 juni 2001 (48)

Park Hoge Weide

Anderhalve week geleden ben ik gaan kijken bij de presentatie van Park de Hoge Weide. Ik herinnerde mij hoe we op dezelfde plek, twee jaar daarvoor, ook met een aantal mensen wandelde. Toen niet in het zonnetje, en allemaal happy over de aanleg van een mooi park. Toen was het tegen de nacht. Bijna heimelijk, met zaklantaarns en in een donkere avond zonder maanlicht, slopen we door de modder. Een vijftal bewoners, samen met journalisten en een fotograaf. Tijdens saneringswerkzaamheden waren gravers gestuit op bergen ziekenhuisafval. De welbekende blauwe zakken, die slechts in ziekenhuizen worden gebruikt. Flesjes met doodshoofdstickers, injectienaalden en andere zooi. Het werk was ondanks deze alarmerende vondsten ijzerenheinig doorgegaan en iedereen hield de kaken stijf op elkaar. Daar namen we geen genoegen mee. Bewoners hadden reeds maanden richting wijkbureau geventileerd dat de oude Put van Kraal groter was dan door de plannenmakers werd verondersteld. En, zoals gebruikelijk, werd met deze informatie niets gedaan. Tot de gravers het gelijk van de bewoners onomwonden blootlegde. En toen was er paniek bij de gemeente. Ontkennen had geen zin, het bewijs was geleverd. Tot overmaat van ramp had de WMN een waterleiding dwars door een uitstulping van de vuilstort heen gegraven. We trommelden de Milieupolitie en de arbeidsinspectie op. De arbeidsinspectie legde het werk stil, omdat de gravers onbeschermd in onbemonsterde rotzooi aan het wroeten waren geweest. De milieupolitie deelde een reprimande uit over zoveel onbenul. Geschrokken trok vervolgens de gemeente alles uit de kast om de boel te redden. Informatieavonden, wandelingen over de voormalige stort, uitleg door deskundigen over waar men mee bezig was. En dat hielp. De meest kritische bewoners werden uiteindelijk zelfs enthousiast over de wijze waarop een voormalige stort zou worden omgetoverd tot een veilig en prachtig park. En de boodschap was helder: onder het dikke en schone pakket van verse grond ligt de smerigste ellende die je maar kan bedenken, maar het komt er nooit meer uit! Meer dan vijftig buizen worden regelmatig bemonsterd om te bezien of er rotzooi loskomt. Als dat het geval is, wordt het grondwater opgezogen en afgevoerd naar de zuivering. Mijns inziens is er maar één gevaar: de afscheidende damwand ligt alleen aan de zuid en westzijde van het park. Dat is de stroomrichting van het grondwater. Echter, als straks de A2 wordt verlegd en het Stadsdeelcentrum wordt gebouwd, zal er flink wat grondwater worden onttrokken. Daarmee kan de grondwaterstroming tijdelijk worden omgedraaid naar de zijde waar geen damwanden zijn geslagen. Maar als het over jaren zover is, zullen we de gemeente wederom waarschuwen. En, met een beetje geluk is de capaciteit om niet alleen te luisteren, maar ook te horen, flink verbeterd na de te voorkomen paniek rond de Put van Kraal. Ik geloof daar zonder meer in. Zoals ik ook geloof in een prachtig en veilig Park de Hoge Weide.

woensdag 4 juli 2001 (49)

Geopend!

Als u dit leest, hebben de fietsers op de Groenedijk precies drie dagen kunnen ondervinden of het werkt: al die noord-zuid doorsteken tussen Parkwijk en Langerak. Want … de bruggen zijn geopend! De trouwe lezer van dit stukje heeft al vaker ondervonden hoe we hier denken over de interne verkeersstructuur van Leidsche Rijn. Het grootste pijnpunt was altijd hoe de prachtige Groenedijk, die moet doorgaan voor hoofd fietsroute, zou standhouden met al die kruisende auto’s. Bewoners hebben er alles aan gedaan om alternatieve ontsluitingen en remmende maatregelen voor te stellen om de fietser (en het dijkje zelf) zoveel mogelijk te beschermen tegen die vermaledijde auto. Vooralsnog zijn we slechts gedeeltelijk succesvol geweest. In januari 2000 was alle hoop gevestigd op de stemming in de daartoe bevoegde raadscommissie. Daar kon de benodigde bouwprocedure worden afgestemd. De raad was het met de bewoners eens, maar na harde woorden van de toenmalige wethouder (maar vooral na dreigingen van de toenmalige projectleider), ging één partij om (de toenmalige woordvoerder gaat nota bene zelf in Leidsche Rijn wonen) en werd de stemming nipt verloren. Het argument van de toenmalige projectleider dat afschrikwekkend werkte was dat anders de bouw van Parkwijk moest worden stilgelegd! We zijn anderhalf jaar verder, en zoals we toen al betoogden, zou van stilleggen van de bouwwerkzaamheden geen sprake hoeven zijn. De praktijk heeft maar weer eens bewezen dat raadsleden zich niet zo moeten laten foppen door overijverige ambtenaren. De bruggen zijn de achterliggende periode dicht gebleven, de bouw is gewoon doorgegaan en problemen zijn er niet geweest. Maar, afgelopen maandag moest het hoofd alsnog in de schoot: de gewraakte bruggen tussen Parkwijk en Langerak (en de doorgetrokken Langerakbaan) zijn dus open. En nu is het afwachten. Afwachten op de eerste werkzaamheden die de restauratie van de Groenedijk markeren. Afwachten of het autoverkeer zich zal gaan houden aan de maximum snelheid van 30 km per uur. En naar vele vrezen: afwachten wanneer de eerste fietser stevig in de flank zal worden geraakt. Ook wachten we met smart op het aangekondigde plan van Leefbaar Utrecht. Een plan waarbij het verkeer uit de woonstraatjes wordt geweerd en fietsgebruik en OV wordt gestimuleerd! Trouwens, maar dit terzijde, de veelgeplaagde NS deed deze week ook een negatief duitje in het inmiddels overgevulde zakje OV-missers. Het beloofde tijdelijk station te Leidsche Rijn gaat later open dan onlangs was toegezegd en de treinen gaan nog weer later rijden. Wat zijn we toch hardleers in dit land. Leidsche Rijn wees ons juist de weg naar een andere volgorde van plannen: regel eerst je infra, die huizen zijn een peulenschil in vergelijk daarmee. We blijven stuiverzoekers. Hoe het ook allemaal zit, ik wens iedereen één auto (en het fatsoen daar normaal mee om te gaan), twee fietsen, vele stevige wandelschoenen, gerieflijk OV maar bovenal een veilige en leefbare woonomgeving.

Woensdag 18 juli 2001 (50)

Annie toch!

Hoe ga je als gemeente met je burgers om? Al vele jaren hebben de elkaar opvolgende gemeentebesturen van Utrecht daar grote moeite mee. Een jaar of tien geleden hebben ze voor het eerst een wethouder opgezadeld met de portefeuille ‘participatie’. Een succes is het nooit geworden. Het huidige college heeft er zelfs speerpunt van beleid van gemaakt. Het roer moet definitief om. En wat zegt Annie Brouwer in een toespraak aan het begin van de 5500e gemeenteraad sinds de gemeentewet van Thorbecke? Brouwer:’We willen een nieuwe impuls geven aan het wijkgericht werken en raadplegende referenda houden over belangrijke onderwerpen in de stad. Maar we moeten niet kritiekloos achter de burger aanhollen. Burgers stellen soms tegenstrijdige eisen aan de overheid. Het stadsbestuur ontkomt niet aan keuzes’. En waarom stoor ik me nu zo verschrikkelijk aan zo’n open deur? Omdat dit al decennia het standaard geluid is van onze bestuurders. Nooit is er serieus iets ondernomen om de burgers van de stad normaal te horen, of er wordt alweer gesteld – als we eindelijk voorzichtig proberen een stap verder te komen – dat we niet kritiekloos achter ‘de burger’ aan moeten hobbelen. Alsof dat ooit is gebeurd Annie! Stop met zulke teksten en doe gewoon wat de burger van je verwacht. En dat is helemaal niet zo moeilijk. Het enige dat mensen willen is dat een gemeentebestuur goed naar mensen luistert. Voeling heeft met de maatschappij. Meer wordt niet verlangd. Als er eerst een luisterend oor is geweest, dan mogen jullie vervolgens de knopen doorhakken. Er is geen burger die mee wil besturen. Wij hebben ook ons werk. Vandaar dat we jullie inhuren voor die taak. Maar zo liggen de verhoudingen wel: wij hebben jullie ingehuurd. En de betaler bepaalt! En dat is dus niet die ene gang naar de stembus eens in de vier jaar, maar dat geldt iedere dag van de week. Jullie mogen met plannetjes komen en daarover de burger horen. En als je weet wat er in de samenleving speelt, weet je precies met welke plannetjes je kunt komen. En denk nu niet dat je met zo’n houding de pijnplannetjes niet voor elkaar krijgt, zoals bijvoorbeeld de hostels. Echt, er leven voornamelijk weldenkende mensen in deze stad. Maar, de inwoner van Utrecht moet zich wel in de stad blijven herkennen. Dus noem het niet vreemd dat sommige partijen goed scoren als er telkenmale plannetjes worden gelanceerd die volledige uit de klauw zijn gelopen. Voorlopig heeft het voormalige UCP-plan de burger al tientallen miljoenen guldens gekost en er is nog geen tegel in dat gebied verplaatst. Dat moet dus kunnen, terwijl tijdens dat proces hele stadswijken zijn verloederd? Ik zou zeggen, ga eerst eens doen waar we je voor betalen. Als dat allemaal is gedaan, pas dan mag je roepen dat je niet kritiekloos achter de burger wenst aan te hollen!

Woensdag 1 augustus 2001 (51)

Verlos(on)kunde!

Het wordt de bewoners van Leidsche Rijn niet in dank afgenomen dat er soms wat klaagklanken opklinken over de vele vertragingen en misplanningen binnen dit gigantische project. Tot op heden heb ik persoonlijk nog weinig directe last ondervonden van al die vertragingen. Te druk bij de supermarkt? Dan surf ik lekker naar de homepage van de Makro, vink wat producten aan, en de volgende dag staat er een busje voor de deur. Happen! Files? Ik heb een prachtig kantoor aan huis. Met de kinderopvang hadden we geluk. Omdat we tot het eerste groepje bewoners hoorden, kon ons kind zo instromen in de eerste groep. Een voordeel, we krijgen dan automatisch voorrang bij ons tweede kind dat nu gestaag aan het groeien is in de veilige moederschoot. Das dubbel boffen. Een vriendin alhier met een zoontje van een maand of negen, heeft nog steeds geen plek in de kinderopvang. Die heeft haar hele kennissenkring moeten inschakelen, en dat zal nog wel even zo blijven. Dat noemen we dikke pech. Medische zorg, dat wordt al lastiger, maar tot op heden zijn we gelukkig nog redelijk gezond. Thuis bevallen echter, zit er sinds kort helemaal niet meer in. De verloskundige zorg is per 1 september opgezegd, amper drie weken voor de uitgerekende datum. Parkwijkers en Langerakkers zijn vanwege capaciteitsgebrek ‘exclusief’ uit de Vleutense praktijk geveegd. Kraamzorg? Dat kan niet meer gegarandeerd worden. Ook daar schijnen we mazzel te hebben, want minimaal 24 uur is toegezegd. Eerder gaven de dorpse kerken al aan dat er op de begraafplaatsen geen plek meer is voor Langerakkers en Parkwijkers. Alleen als men praktiserend lid is van de betreffende geloofsstroming kan er een uitzondering worden gemaakt. Bewoners die met modderpoten uit Veldhuizen naar het winkelcentrum in De Meern gaan worden al met de nek aangekeken. Ze zorgen voor teveel drukte op de parkeerplaats en lege schappen! Alsof zij het leuk vinden zonder winkels in hun wijk. Laat ik dit keer niets zeggen over de vele jaren aan vertragingen rond HOV, snelwegen, winkelcentra, gezondheidscentra en sportvoorzieningen. Als ik alle vertragingen op een hoopje veeg, blijft de vervelendste dat we van de een op andere dag worden uitgesloten van verloskundigenhulp. Ik kan u verzekeren, niets is stressvoller dan ‘open einden’ rond de geboorte van je kind. Het kan er bij mij ook absoluut niet in dat de verantwoordelijke stichting in Leidsche Rijn er in al die jaren niet in is geslaagd dit punt te organiseren, zonder zichzelf een fors brevet van onvermogen te moeten geven. De afgelopen maanden heb ik mijn sociale leven op een heel laag pitje gezet om ieder weekeinde te kunnen klussen aan een prachtige nieuwe slaapkamer. Dan kon ons tweede kindje daar ter wereld komen. Helaas, het zal zonder tegenbericht verplicht geschieden in het ‘Centrum voor Tijdelijke Opvang Verloskunde’ op de Uithof. Bedankt daarvoor!

woensdag 15 augustus 2001 (52)

Verlos(on)kunde! (2)

In mijn vorige column heb ik me nogal kwaad gemaakt over het feit dat wij als Langerakkers en Parkwijkers zomaar uit de verloskundigenpraktijk werden geveegd. Maar zoals van ‘participerende burgers’ verwacht mag worden, spreken we niet alleen ons verdriet en bezorgdheid uit, maar gaan we tevens eigenhandig opzoek naar een oplossing. Ook bij dit verhaal. Ik kan u bij benadering niet vertellen hoeveel uur ik de afgelopen twee weken aan de telefoon heb gehangen met allerlei instanties die bij zo’n verhaal betrokken zijn. Ik overdrijf niet als ik u vertel dat ik ongeveer vijftien !! instanties meermaals heb gesproken en van die instanties meerdere personen. Het geinige is wel, dat iedereen ongeremd zijn beklag doet. Vooral zijn beklag over ‘de andere partij’, om zodoende zijn eigen straatje schoon te vegen. Super! Het wordt ook weer eens kristalhelder dat er veel te veel partijen bij zoiets betrokken zijn, dat er veel te veel vergaderingen zijn die helemaal geen ene moer opleveren en dat alles op de eerste plaatst komt, behalve de consument/patiënt/bewoner. Al met al ben ik me kapot geschrokken hoe we in dit land zaken organiseren. Niemand durft ergens verantwoordelijk voor te zijn en de creativiteit om tot oplossingen te komen is nul. Iedereen verschuilt zich achter iedereen. We nemen allemaal een beetje schuld en derhalve is niemand schuldig. Wat ik als communicatie-man nog het ergste vind is dat er ongestraft zoveel onwaarheden naar buiten worden geslingerd. Het gaat tegenwoordig niet meer om de waarheid, maar om de perceptie daarvan. Iets hoeft niet te kloppen, als het maar aannemelijk te maken is. Met heel veel mazzel staat er in 2005 (met vier jaar vertraging) een ‘echt’ gezondheidscentrum in Parkwijk. Inmiddels heb ik redelijk het hoe en waarom van die vertraging kunnen achterhalen. Dit stukje is tekort om het geheel te beschrijven en ga er maar van uit dat het ook te gênant is om te doen. Ik vraag me inmiddels waarachtig af of ons aller Projectbureau Leidsche Rijn wel beseft hoe belangrijk goede zorg in een prettig gebouw is voor de bewoners. Gelukkig was er op alle fronten beweging de afgelopen weken. Een aangrenzende verloskundigenpraktijk heeft zich naar aanleiding van de vele krantenartikelen opgeworpen om alhier de problemen op te lossen. Jawel, het ziet er naar uit dat ons tweede kindje toch thuis geboren kan worden! Iemand anders meldde zich met een zeer reële oplossing voor het aanstaande huisvestingsprobleem van het gezondheidscentrum. Waarom de bevoegde instanties niet zelf in staat zijn gebleken om tot deze oplossingen te komen is goed en wel beschouwt schandalig. Het is prima dat burgers ook zelf hun best doen om te helpen zaken voor elkaar te krijgen, maar er zijn grenzen. En ik verzeker u, bij mij is die grens dit keer veel en veel te ver overschreden.

Woensdag 29 augustus 2001 (53)

Openheid

Er gebeuren de laatste tijd vreemde dingen op het gebied van openheid naar de burger. De overheid zoekt het vooral in het verbeteren van de communicatie. De commissie Wallage wil minimaal 500 miljoen inzetten voor de verbetering hiervan. De gemeente Utrecht heeft zojuist besloten dat iedere wijk een communicatiemedewerker krijgt. Communicatie is het toverwoord! Nu ken ik dat vak een beetje en weet dus hoeveel soorten ‘communicatie’ er bestaan. Allereerst is er de marketingcommunicatie. Hoe verpak je een boodschap zodanig, dat iedereen er met boter en suiker ingaat. Op deze plaats heb ik al vaker opgeschreven dat met betrekking tot Leidsche Rijn regelmatig voor deze optie is gekozen. Vooral in het begin. Je roept gewoon dat het allemaal briljant gaat worden. Als de praktijk dan wat anders blijkt, roep je gewoon dat zaken nu eenmaal kunnen tegenvallen, of je roept niets. Projectontwikkelaars zijn ook zeer bedreven in de marketingcommunicatie. Toen wij ons huis kochten, stond op alle tekeningen dat de aanpalende wegen zouden doodlopen op de Groenedijk. Sterker, de verkopend makelaar wist ons te vertellen dat over onze weg alleen fietser en voetganger de Groenedijk konden bereiken. Hoe anders bleek de praktijk. Toen wij de ontwikkelaar daarop aanspraken, gaf men aan dat men foutieve informatie van de gemeente had gekregen. De gemeente gaf weer aan dat het de fout was van de ontwikkelaar. Nog ergerlijker werd het toen op de verkooptekeningen van de huizen tegenover ons (die nu worden opgeleverd) bedoelde wegen nog steeds doodliepen op de Groenedijk. Ook na twee jaar weigerden de ontwikkelaars juiste informatie aan potentiële kopers door te geven, ook al hadden we ze daarop gewezen. Naast de marketingcommunicatie is er ook de ‘strategische communicatie’. Je weet dat een bepaalde boodschap lastig ligt. Alle betrokken partijen gaan samen rond de tafel zitten en kiezen gezamenlijk een strategie. Zo van:’hoe gaan we deze moeilijke boodschap zodanig verpakken, dat de buitenwacht de werkelijke achtergronden niet kan doorgronden’. Dat vereist overigens wel de medewerking van alle ‘zendende’ partijen, anders stort zo’n kaartenhuis ongenadig in elkaar. Het belang van de ‘ontvanger’ wordt met deze methode onaanvaardbaar geschaad omdat het bijkans onmogelijk wordt zijn of haar gelijk aan te tonen. Maar dat zal de ‘zenders’ worst wezen. Deze hebben zich aan elkaar gecommitteerd en blijven derhalve gesloten als een oester. We zouden het haast vergeten, maar er is ook nog de ouderwetse vorm van communicatie. Daarbij gaat het niet om ‘verkopen’ of ‘verpakken’, maar om de betekenis volgens Van Dale:’Het uitwisselen van gedachten’. Het zou nu zo fijn zijn als al die extra communicatie miljoenen puur en alleen worden ingezet voor dat doel. Het uitwisselen van gedachten waarbij iedereen van elkaar wil leren en daar vervolgens ook iets mee wil doen.

Woensdag 5 september 2001 (54)

Bonte avond

Ook gekeken naar de extra raadsvergadering over het functioneren van Verhoef, vorige week? Ik wel. Het was echt weer zo’n fijne ouderwetse raadsvergadering tot in het holst van de nacht. Het was net te interessant om bij weg te lopen, maar als kijker voelde je de bui constant hangen: hier rollen geen koppen! Eigenlijk is het diep triest dat onze raadsleden en wethouders zich een kleine acht uur bezighouden met een slechtere soort van poppenkast. In het kielzog van de 45 raadsleden worden tientallen ondersteunende ambtenaren nodeloos wakker gehouden, zodat die de volgende dag nergens meer aan toe komen. En waar ging het allemaal over? Helemaal nergens! Leefbaar Utrecht had zich in een volstrekt onmogelijke situatie gemanoeuvreerd door op basis van een intern collegestuk de Dikke Bertha in stelling te brengen op Kees Verhoef. Ze hadden wel het kruit geladen, maar waren de kanonskogels vergeten. Wethouder Toon Gispen werd door meerderen verweten een bijl te hebben geplant in de rug van Kees Verhoef. Een Merenees die zijn nieuw gevonden Utrechtse vriendjes opdracht geeft een kille liquidatie uit te voeren op een oud wethouder uit Vleuten? Lekker gevalletje. Is er iets mis tussen Toon en Kees? Dat zou zo maar kunnen. Kees was in Vleuten wethouder welzijn en Gispen voorzitter van de Stichting Integraal Welzijn (SIW). Het zou mij niets verbazen als daar ooit wat is voorgevallen. Gispen gaf aan zijn fractie te hebben geïnformeerd op de dag voor zijn vakantie met als opmerking dat de overige wethouders een paar lastige vragen moesten stellen in de volgende college vergadering. Hij had die wethouders natuurlijk ook even zelf kunnen bellen. Het is zo’n klassiek gevalletje. De kwade genius die zijn bloedhonden instrueert, zelf op vakantie gaat, en bij terugkomst de vermoorde onschuld speelt over de brief waarin partijleider en fractievoorzitter kleine Kees opknopen. Inmiddels is Verhoef is nog lang niet uit de gevarenzone. Hij is lelijk gebeten en de man met de verbandtrommel is in geen velden of wegen te bekennen. De enige afweging die gemaakt zal worden is hoe dit college Kees kan lozen, zonder zichzelf op te blazen. Tenzij Kees natuurlijk zelf de handdoek werpt. Wat dat betreft heeft hij het spel slim gespeeld door nu te blijven zitten. Over een paar maanden kan hij met opgeheven hoofd verklaren dat de sfeer in het college zo verziekt is, dat hij er geen zin meer in heeft. Dan praat niemand meer over zijn matige prestaties, maar alleen over de normenloosheid van Leefbaar Utrecht. Kees beschikt nu over de Dikke Bertha, én het kruit én de kanonkogels. Dan is het af met iedere keer die slechte toneelstukjes in de raad. Het lijkt god betere wel een maandelijkse bonte avond. Als Henk denkt dat we daar op zitten wachten heeft hij het goed mis. Dan ga ik wel naar het theater … met Kees!

Woensdag 12 september 2001 (55)

Sub-optimaal

Politiek is een hard vak. Veel te hard misschien. Twee weken geleden hadden we de ridicule raadsvergadering waar het hoofd van Verhoef op het hakblok werd gelegd. Nog geen week later wierp een rustig en fatsoenlijk man de handdoek. Verhoef heeft een belangrijk punt gemaakt door te pleiten voor reflectie over hetgeen hem is aangedaan. Het zou zot zijn om nu net te doen of er niets onoorbaars heeft plaatsgevonden, maar waarschijnlijk gaat iedereen gewoon over tot de orde van de dag. Bezopen, maar zo gaan die dingen. Veel conventionele stemmers vinden dat hele Leefbaar Utrecht sowieso een aanfluiting. Zelf denk ik er iets anders over. Ook al zou Leefbaar Utrecht uiteindelijk niets meer blijken te zijn dan een macabere grap van een stel bierverkopers, iets dat ik zeker niet verwacht, dan nog zijn ze belangrijk voor een herschikking van de democratie. Iedere conventionele partij weet inmiddels verdomd goed dat men uit een ander vaatje moet tappen om de burger aan zich te binden. Dat het geen zekerheid meer is dat de huidige gevestigde partijen dat over tien jaar ook nog zijn. Dat het eigenlijk te idioot voor woorden is dat een partij met lokaal niet meer dan honderd leden, wel met een man of acht in de gemeenteraad kan zitten, en dan nog met een air of ze de vervangers van God op aarde zijn. Ofwel: Leefbaar Utrecht draagt alleen al door er te zijn bij aan de vernieuwing van andere partijen en de democratie in het algemeen. Maar dan moeten ze wel stoppen zichzelf steeds zo lelijk in de voet te schieten. Nog zo’n afgang, en het hele spel is uit. Dan weten de ‘gewone’ partijen weer dat ze, als ze geen hele domme dingen doen, helemaal niet hoeven veranderen. Dan kiest over vijf jaar niemand meer voor Leefbaar Utrecht en is de facto alles voor niets geweest! Dus, heren en dames: doe iets met deze hele geschiedenis. Stuur een dikke bos bloemen aan Verhoef, ruk desnoods een paar champagneflessen uit die goedgevulde koelkasten. Geef aan dat dit niet goed is geweest. Een beetje minder herrie doet niets af aan de boodschap. Echt, het is niet alleen goed voor de sfeer, maar ook voor de democratie op langer termijn. Daar kan geen wijkraad tegenop. Nu heb ik het sowieso niet zo op die wijkraden. Ik heb liever dat iedereen gewoon op een goede manier zijn of haar werk doet. Goed luistert, op tijd vragen wil beantwoorden, afspraken nakomt en bijvoorbeeld gevraagde documenten tijdig wil versturen. Ik zit alweer maanden op een paar rapportjes te wachten en wat ik ook mail: geen sjoege. Daar word ik nu narrig van. Nu word ik dat hier wel vaker, maar het kwam nog niet bij me op om een ‘sub-optimaal’ functionerende ambtenaar tot ontslag te dwingen met zieken, schreeuwen en verhaspelen van documenten.

Woensdag 26 september 2001 (56)

Ongeluk

Op het moment dat ik dit stukje schrijf, drie september, lijkt het alsof de herfst plots is nedergedaald. De 4e herfst van Langerak. Vorige weekeinde was het nog tropisch en stond ik samen met mijn hulpvaardige overbuurman op een wankel trapje de aluminium beplating van ons huis onder hoge druk te reinigen. Op driekwart van deze actie moesten we stoppen vanwege binnentrekkend onweer. Jammer. We hadden geen enkel probleem met een nat pak in die hitte, maar waren wat angstig ons bloot te stellen aan de grillen van moeder natuur, juist onder een staalplaat van 10 bij 8 meter. Dit weekeinde zouden we het afmaken, maar met 16 graden heb ik er weinig behoefte aan. Met de weersomslag zijn gelukkig ook de vele insecten verdwenen die ons huis teisterden. Vieze zwarte torretjes voerden telkenmale een vreemd patroon uit. Kropen via de muur naar het plafond, hingen daar wat, lieten zich plots naar beneden vallen, om dit ritueel ontelbaar vaak te herhalen. Vandaag geen torretje meer gezien. Gelukkig. Helaas werden deze beestjes direct vervangen door een muis. Het zijn prachtige beestjes om in een bos gade te slaan, maar in huis moet ik ze niet hebben. In plaats van het reinigen van ons dak heb ik dus de jacht ingezet op een muisje. Het eerste uur was hij me nog te snel af, te handig ook. Hij hield zich keurig verscholen achter een loodzware boekenkast. De lunch heb ik gebruikt om een beter strijdplan uit te werken. En, met succes. Toen de muis zich achter een laag en veel lichter kastje liet zien, was het een kwestie van tijd. Het kastje draaide ik met één kant tegen de muur, de ander kant was nu zijn enige vluchtweg. Met een stokje loodste ik hem richting een klaarstaande bak waarin hij gevangen zou worden. Helaas duwde ik de bak iets te vroeg en hard naar beneden, waardoor het muisje een nekslag ontving en snel doch bloederig het leven liet. Triest. De hele zomer heb ik al die spinnen en torretjes steevast in leven gelaten en voorzichtig buiten de duur gezet. Samen met mijn zoontje vingen we alles met potjes en bakjes. Dan konden we er eerst goed naar kijken en over praten. Zo kon ik hem leren dat beestjes niet zomaar dood mogen. Muggen en wespen vormen een uitzondering, maar de rest is nuttiger dan lastig en broodnodig voor het natuurlijk evenwicht. Gelukkig deed Daan zijn middagdutje en heeft niets meegekregen van de omgebrachte muis. Het koste me grote moeite om me van de ontzielde muis te ontdoen. En erger, ik heb Daan, toen hij wakker werd en direct over de muis begon, verteld dat ik hem had kunnen vangen en netjes buiten weer heb vrijgelaten. Dus, voor het geval hij deze verhaaltjes ooit naleest: sorry jongen, het was een ongeluk!

Woensdag 10 oktober 2001 (57)

De Geboorte

Mag je in een column schrijven over persoonlijke zaken? Waarom niet, zou ik zeggen. Zeker als er toch een link valt te leggen naar Leidsche Rijn moet het kunnen. Afgelopen nacht (4 oktober) bracht de overuren draaiende Leidsche Rijnse ooievaar ons tweede kind! Na Daan werd Herre bij ons binnengevlogen. Een prachtige achtponder met alles erop en eraan. En wat we zo graag wilde is gelukt: Herre kwam gewoon in ons eigen huis. Met een verloskundige en kraamverpleegkundige aan het bed. Begin juli zag het er nog naar uit dat niemand in Langerak en Parkwijk zou mogen genieten van deze unieke Nederlandse manier van bevallen. Er was teveel werkdruk bij de waarnemende praktijk in Vleuten, de gezondheidsstichting in Leidsche Rijn kon het opengevallen gat niet dichten en als klap op de vuurpijl ging de Kraamorganisatie op de fles. Helaas pindakaas! Maar mooi niet. We zijn gaan wroeten, bellen, zoeken, en mensen gaan aanspreken op hun verantwoordelijkheden. Daarop sprong de verloskundigenpraktijk De Lekbrug, actief in Nieuwengein, IJsselstein en Vianen, in het opengevallen gat. En dan zou je denken dat iedereen blij zou zijn met zo’n schitterende oplossing. Aanstaande ouders blij, gezondheidsstichting blij, verloskundigen blij, ziektekostenverzekeraars blij, Regiozorg blij, Tovu blij, Mesos blij, KNOV blij, Taskforce blij, gemeente blij en wijzelf blij. Maar nee, dat gaat heel anders in de gezondheidszorg. Alleen de aanstaande ouders waren blij, dolblij. De rest danst slechts om de eigen toko. Buitenstaanders zoals wij worden in dat wereldje niet geduld. Het draait om geld en macht en grote ego’s. De patiënt en de zorg, dat komt op het derde plan. Niemand durfde mij dat op een directe wijze te zeggen, maar in ieder gesprek werd mij tussen de regels duidelijk gemaakt dat onze bemoeienis buitengewoon onplezierig werd gevonden. Maar hoe dan ook, Herre is inmiddels het zesde kindje dat in Langerak en Parkwijk gewoon thuis door de fantastische mensen van De Lekbrug op de wereld is gezet. Loes Schultz en haar mensen kunnen we daarvoor niet genoeg bedanken. Om 22.30 kwam ze met haar geruststellende en tientallen jaren ervaring binnen, en na anderhalf uur konden we genieten van onze tweede zoon. Ze vertelde me dat ze inmiddels een nieuwe verloskundige hadden gevonden die graag in Leidsche Rijn wil werken ? en wonen. Of wij wellicht wisten welk pad te bewandelen om alhier een huis te huren. U snapt dat we nu gaan kijken hoe we kunnen helpen zoiets soepel en snel te organiseren. Mocht er iemand suggesties hebben, hoor ik het graag. Dan zullen we wel weer te horen krijgen dat we daar niets mee te maken hebben, maar de praktijk leert dat je daar beter niet naar kunt luisteren. Want laten we eerlijk zijn. Wat is nu mooier dan zo’n geweldige Nederlandse bevalling. Lekker thuis in Leidsche Rijn. Voorwaar geen overbodige luxe in zo’n vruchtbaar stadsdeel!

woensdag 24 oktober 2001 (58)

Hooggespannen

Op 17 oktober werd het Kindercluster Voorn feestelijk in gebruik genomen. Werd bij ‘de eerste paal’ nog staatssecretaris Adelmund van stal gehaald, nu mocht haar baas minister Hermans opdraven. Het gebouw is veelbesproken, zowel in positieve als negatieve zin. Velen zien er het walhalla van de nieuwe wijze van omgang met kinderen in. Een soort fabriek waar je je pasgeborenen aan de ene kant inschuift en 12 jaar later als goed onderlegde jong adolescent weer krijgt afgeleverd. Je kind kan er de crèche doorlopen, de basisschool, maar ook de voorschoolse-, tussenschoolse- en naschoolse opvang. Daarnaast worden er nog allerhande activiteiten in de avonduren ontwikkeld. Tegenwoordig zijn er nog maar twee voorwaarden aan de reproductie: het kind moet thuis een slaapplaats hebben en er moeten voldoende muntjes worden meegeleverd. Dat kan giraal, maar een zakje euro’s om de middel wordt ook geaccepteerd. Ook ik had weinig op met zo’n kinderfabriek. Dat zal te maken hebben met het feit dat ik zelf ben gevormd op het pittoreske dorpsschooltje van Vleuten: De Torenpleinschool. Ik geloof nooit dat er meer dan 125 leerlingen op dat schooltje zaten. In klas vier kregen we les van meester Piet, geboren te Schiermonnikoog. Een kei van een meester en eigenlijk veel te goed voor dit schooltje. Om hem te behouden, promoveerde hij ieder jaar met ons mee. Vandaar dat we hem ook in klas 5 en klas 6 ‘hadden’. Zodoende kregen de dorpelingen, een mix van kinderen van forensen en autochtonen, een gedegen basis voor de rest van hun leven. Niemand kwam voor schooltijd op school, in de middagpauze wandelde je lekker naar huis voor de lunch, en als de schooldag voorbij was, was ie ook echt voorbij. Dan kon er gespeeld worden. En niet gespeeld op ‘bedachte’ plekken als een speeltuin of een park, maar op echte plekken: het crossbos, weilanden, of langs de wetering. Goed, tegenwoordig moet je hier over stad spreken dus gelden deze sentimenten niet meer. Dan nog begrijp ik niet goed dat ieder plekje moet worden ‘bedacht’. Ik weet zeker dat een paar stukken weiland met wat bomen, houtwallen en slootjes voor kinderen honderd keer meer fantasieprikkelend zijn dan welk stoer aangelegd park dan ook. Daarom is lezen ook zoveel leuker dan een Gameboy. Het zal de wurggreep zijn van al die beeldbewakers. Nog steeds heeft niemand hier, zonder een boekwerk met 1001 voorschriften, een eigen kaveltje mogen bebouwen. Ik wil het al jaren, maar het lukt me niet. We zijn hier panisch voor het ongereguleerde. En dat Kindercluster dan? Een prachtig gebouw, briljant van opzet, knus ook per deel en goed al die faciliteiten. Maar toch ga ik met wat vaders uit de buurt organiseren dat we bij toerbeurt zelf met onze kinderen gaan lunchen en na school lekker spelen. En ja, die hoogspanningslijn. Die is weg in 2003. En anders halen we hem weg.

woensdag 7 november 2001 (59)

Pinnen!

Langerak is afgelopen vrijdagmorgen op hondsbrutale wijze beroofd van een van haar eerste, en zeer gewaardeerde, voorzieningen: de pinautomaat. Alleen als je het gaat bekijken, kan je geloven dat inderdaad een groepje criminelen er in is geslaagd met een shovel een volledige machine uit een kantoorpui te trekken, en er nog mee weg te komen ook. Dan moet je over ijzeren zenuwen beschikken, of je inmiddels dermate onbedreigd voelen door de Hermandad, dat je zoiets aandurft. Iemand heeft dus om een uurtje of drie in de nacht ergens een shovel gejat, hem kunnen starten, daarmee de Langerakbaan afgereden, een aantal verkeersborden geramd, een hap in een muur gezet, de pinautomaat eruit gerukt, die op een vrachtautootje gezet, en is al fluitend de wijk uitgereden om elders de buit te tellen. De buit zal overigens lager zijn dan de veroorzaakte schade, maar geen crimineel die daar aan denkt. Mijn huis zit bouwkundig vast aan de ‘crimescene’ maar ik heb er totaal niets van gemerkt. Er is een halve muur ontzet, het dak verwrongen en heel wat houtwerk versplintert. Dit is overigens niet de eerste ramkraak op een pinautomaat in deze regio. We moeten dus spreken van een regionaal georiënteerd groepje profs. En nu, zal de Rabo na dit voorval zo gek zijn ons een pinautomaat terug te geven? De nieuwe eigenaar van het pand, de Rabo sloot het kantoor al eerder, zal die pinmachine best kunnen missen. Die stond nu niet op de gelukkigste plek. We werden gek van al die non-valeurs die steevast over het fietspad richting de automaat koersten. Men parkeerde in de wadi, op het fietspad, op de stoep, op de middenberm van de Langerakbaan en sommige automobilisten lieten de auto zonder probleem midden op de rijweg staan. Combineer het gebrek aan parkeervakken aan de hufterigheid van de gemiddelde weggebruiker en het wordt een zooitje. De gemeente beloofde al meer dan een jaar geleden (ook de Rabo stuurde brieven) wat meer helderheid in de situatie te brengen. Het bleken holle woorden. Nu zult u vast denken dat we hier ook altijd wat te zeuren hebben. Dat klopt. Het is ook behoorlijk ergerlijk dat we in Langerak een plek of tien hebben waar stoepen en fietspaden tot rijweg zijn gebombardeerd, omdat veelal de logica in de verkeersrouting ontbreekt. Dat punt is al erg vaak aangedragen en evenzo vaak genegeerd. Een beloofd onderzoek werd uiteindelijk uitgevoerd, maar om onduidelijke redenen voor de presentatie in de prullenbak gepleurd. Het zou prettig zijn als de Rabo de pinautomaat alleen wenst terug te plaatsten als de gemeente de beloofde aanpassingen uitvoert. Dat moet kunnen want beide partijen schijnen perfecte contacten te onderhouden. In de stad betaalt de Rabo 20 miljoen voor aanpassingen aan de openbare ruimte als men snel haar hoofdkantoor mag uitbreiden. Dan moet dit onbeduidende puntje in Langerak moeiteloos oplosbaar zijn.

woensdag 21 november 2001 (60)

Buurtsoap

Maanden geleden schreef ik een stukje over de paaltjesoorlog te Leidsche Rijn. Misschien weet u dat nog. Aan die soap is weer een geheel nieuw hoofdstuk toegevoegd. De gemeente had, naar nu blijkt, een groot aantal paaltjes illegaal neergezet en een wakkere bewoner kwam daar achter. Jaren van moeizaam klankbordoverleg tussen bewoners en gemeente werd, ondanks het bereikte compromis, in één klap waardeloos. Alle paaltjes moesten weg, terwijl de raad al jaren geleden instemde met het ?vier-fasen-ontsluitingsdocument?. Een ambtelijk foutje dat weer vele tienduizenden guldens kost en waarmee de lijdensweg van de bewoners aan de Verderlaan weer wordt verlengd. Jaren hebben ze daar terecht gestreden voor een veilige weg. Zelfs de meest egoïstisch ingestelde buurtbewoner moest onderkennen dat het daar niet meer ging. Het was de sluiproute der sluiproutes geworden. Helaas pindakaas. Inmiddels zijn alle palen op de Verderlaan verdwenen. Wat een wanvertoning. Een andere soap betreffen de vuilcontainers te Veldhuizen. Deze soap werd gisteren wederom niet beëindigd. Het onderwerp zou vorige week worden behandeld tijdens de collegevergadering, maar werd doorgeschoven naar deze week. Gistermiddag zou de kogel door de kerk gaan en was er een persconferentie belegd. Niet dus. Ook nu werd de hete aardappel weer doorgeschoven. Ik ben heel benieuwd wat het Veldhuizers actiecomité dit keer in petto heeft voor Walther Lenting. Vorige keer werd de gehele dampende inhoud van zo?n container op z?n stoep gedumpt. Dan moet je over een creatief team beschikken om dat te overbieden. Persoonlijk vond ik de laatste actie minder geslaagd. Ok, een wethouder van Leefbaar Utrecht moet wel dezelfde humor hebben als die van zijn partijtop, maar dump die rommel dan op het B&W-plein ten stadhuize. Val daar z?n partner en kinderen niet mee lastig. Die hoeven er niet onder te lijden dat papa een bestuurlijke functie vervult. Al blijft het natuurlijk onhandig om aan een eenvoudige inrichtingsprobleem een politieke lading mee te geven. Als een handvol vuilcontainers al leidt tot zulke ellende, hoe moet het dan met de echte problemen van Leidsche Rijn? In Langerak is ook wel eens een vuilcontainer op een andere plek beland dan aanvankelijk de bedoeling was. Dat werd heel eenvoudig geregeld met de verantwoordelijk ambtenaar. Aan de andere kant, ook tegen mijn tuin staan die dingen en last heb ik er niet van. Goed, echt fris is anders, maar het scheelt weer twee van die smerige Kliko?s in de tuin. Het is maar wat je liever hebt. Mijn ergernis richt zich meer op de mensen die de kunst van het mikken niet verstaan. Om de zoveel tijd veeg ik de omgeving rond de containers daarom maar aan. Dat was vroeger heel normaal, maar vandaag de dag schijnt de gemeente overal verantwoordelijk voor te zijn. Een aardig compromis: Als Lenting die paar bakken nu iets opschuift en de gebruikers leren mikken of vegen, is alle ellende voorbij.

woensdag 5 december 2001 (61)

Pubertijd

Vorige week verscheen er weer eens een aardig artikel over ?Nederland Vergaderland?. Meermaals heb ik erover geschreven: we verspelen in dit land miljarden met nutteloze vergaderingen. Vooral bij de overheid. Sommige bedrijven proberen de kosten inzichtelijk te maken met een speciale meter. De uurlonen van de deelnemers aan een vergadering staan in een teller, en die loopt mee tijdens de vergadering. Dan ram je de agendapunten er soepeltjes doorheen. Dat apparaat hebben we in Utrecht ook nodig, vooral om de kosten van onderzoekingen inzichtelijk te maken. Vooral in Leidsche Rijn loopt dat gigantisch uit de klauw. Het laatste onderzoek betrof het document: ?Analyse Verkeersveiligeheid Langerakbaan?. Het rapport is zeer helder. De conclusies zijn goed. Jammer alleen dat inmiddels prima op papier staat wat we als bewoners reeds meer dan een jaar geleden op een A4-tje aanleverde bij het wijkbureau. Het is dus een zeer kostbare aangegelegenheid voor een gemeente om inzichten van bewoners te toetsten aan de werkelijkheid. Je zou bijvoorbeeld ook kunnen afgaan op de goede blik van bewoners. Niet eerst doen alsof er onzin wordt gesproken. Dan, als bewoners doorgaan met zeuren, een onderzoek aankondigen. Dat onderzoek vervolgens vele maanden uitstellen om meer dan een jaar na dato en vele tienduizenden guldens (en een aantal ongelukken) verder, uiteindelijk tot exact dezelfde conclusies te komen. En dan mogen we nog van geluk spreken. Want veel vaker komt er uiteindelijk een slap rapportje dat alles in het midden laat, waarna de gehele slag van voren af aan kan beginnen. En het rampzalige: al die poen kan niet worden ingezet om daadwerkelijk verbeteringen aan te brengen. Denk aan de zorg, het onderwijs en de politie en u weet dat ik geen onzin schrijf. Nu iets anders. Op deze pakjesavond is het op zijn plaats iets te schrijven over Leen de Wit, wijkmanager van Leidsche Rijn. Na een sabatical van drie maanden besloot hij kortgeleden om per 1 januari toch een andere job op te pakken binnen de gemeente. Waarschijnlijk door alle gespaarde vakantiedagen was het afgelopen donderdag opeens zijn laatste dag. Geen receptie, geen afscheid van de bewoners, helemaal niets. Dat lijkt me te weinig eer voor een man die vier tropenjaren heeft doorgemaakt om in deze woeste vlakte het wijkbureau vorm te geven. Om staande te blijven in deze zeer kritische omgeving is al een prestatie opzich. Om dan ook nog heel wat prestaties neer te zetten is, zeker achteraf, knap te noemen. En verder is het jammer dat de spoeling van echte ?Leidsche Rijn Pioniers? wel erg dun aan het worden is. Toen de Kingma?s deze zomer naar Drenthe vertrokken werd er al iets duidelijk van de veranderingen die op til waren. Leidsche Rijn ontgroeit haar kleuterstatus en is op weg naar de pubertijd. Jammer hoor!

woensdag 19 december 2001 (62)

Dun

Om maar direct met de deur in huis te vallen: Liep het u vorige week ook dun door de broek? In Parkwijk kan men erover meepraten. Aldaar had een noeste arbeider een tijdelijk koppelingetje gemaakt tussen de drinkwaterleiding en de huishoudwaterleiding. Dit om met schoon water de huishoudwaterleiding voor oplevering te reinigen. Tot zover geen probleem. Echter, het licht ‘vergat’ deze koppeling weer te verwijderen. Oorzaak: het vuilere huishoudwater kon zich lekker vermengen met het schone drinkwater. Gevolg: een explosie aan diarree in Parkwijk. Gelukkig kon dat dan weer met het vuilere huishoudwater worden weggespoeld. In het weekeinde voor pakjesavond bleek ook in onze straat een explosie aan buikgriep. Wij echter ontvingen geen briefje van Hydron om ons water voor consumptie te koken. Ik heb even met Hydron gebeld of dit toeval betrof. Wij liggen dan wel aan dezelfde waterleiding, maar na het nemen van monsters bleek ons water okselfris! Daar moeten we dan maar vanuit gaan. We zullen met z’n allen wel teveel pepernoten hebben geconsumeerd. Een feestelijker bericht betrof de 10.000-ste inwoner van Leidsche Rijn. Staatssecretaris Remkes was helemaal naar Veldhuizen gekomen om samen met wethouder Lenting een stukje natuursteen in de stoep van de gelukkige bewoner te vleien. Ik kon het me amper voorstellen dat we alweer met zovelen zijn. Ik woon naast de eerste bewoner van Leidsche Rijn en na amper 3 jaar is dit onwaarschijnlijke resultaat behaald. Ik vond het overweldigend. Het vreemde was alleen dat Remkes liep te klagen in zijn toespraak: het hadden er al 20.000 moeten zijn! Kan je nagaan. Het gaat dus eigenlijk allemaal veel te langzaam. In dat verband heb ik goed nieuws: ontwikkelaar Wim Oostveen startte vorige week met het bouwrijpmaken van het ‘gat van Langerak’. Er is al jaren gezeur over dat stukje grond in Langerak 2, maar Oostveen hoorde Remkes goed en is begonnen. Ik ben benieuwd of de gemeente Utrecht ook goed naar Remkes heeft geluisterd. Zullen ze hem weer op de vingers tikken, of zal men er nu als de wiedeweerga met hem uit willen komen over de resterende 100 bunder. Ik denk het laatste. Remkes had nog een aardig woord: hij las veel te veel negatieve stukjes over Leidsche Rijn. Dus verordonneerde hij de aanwezige professionals het imago spoedig te verbeteren. Ik voelde me bijna aangesproken. Leest u, meneer Remkes, tweewekelijks deze column? In dat geval even persoonlijk: het imago heeft een rechtstreeks verband met het product. Vandaar. Leidsche Rijn zal uiteindelijk best een fantastisch stadsdeel worden, maar schiet dan ook een beetje op met al die voorzieningen, bruggen, parken en wegen. Goed geïntegreerd in dit cultuurhistorisch zeer waardevolle gebied. Een stad is veel meer dan huisjes alleen. Dat weten wij allang. Laat de rest daar ook eens naar handelen, u incluis!