↑ Terug naar Archief

Heuswaar 2004

In omgekeerde volgorde

Woensdag 29 december 2004 (141)

Geruststellend

En alweer is er een jaar voorbij. Aan het eind van vorig jaar had ik nog de hoop dat 2004 een veel beter jaar zou worden dan 2003. Helaas, het is nog steeds een puinhoop in Irak en in ons eigen land was het nu ook niet direct een stuk feestelijker. Wat dat betreft geen terugblikjaar. Het grote voordeel is wel dat we met z’n allen de mogelijkheid hebben om het in 2005 een stuk beter te doen. Dat is voor mij althans, een prettige gedachte. Hoe vervelend het ook was, iedere dag is er de kans weer opnieuw te beginnen en het beter te doen dan de dag ervoor. Voor de jeugd van Leidsche Rijn en de dorpen kan op 31 december het jaar niet georganiseerd worden afgesloten. Het grote oud & nieuwfeest van Azotod is op het laatste moment afgelast. De benodigde vergunningen voor Cluster Voorn ontbreken. Dit gegeven past helemaal in het rampjaar voor Azotod: onderkomen afgebrand, uit Stichting De Haar geknikkerd, geen spoedig zicht op een nieuw onderkomen, Arie van den Heuvel ontslagen en dan ook nog het grote eindfeest moeten afgelasten. Ronduit bizar allemaal. Voor collega-columnist “Heuvel” hoop ik dat 2005 een geweldig jaar zal worden en dat het eindelijk mag lukken alle plannen uit te voeren. Het is te zot voor woorden dat iemand die een kwart eeuw activiteiten voor jongeren heeft ontwikkeld, nu bij het huisvuil kan worden gezet. Het gezonde verstand zal ook in deze zaak vast overwinnen. Dat deed het ook bij de ontsluitingsperikelen in Langerak. Eerder deze week werd duidelijk dat er alsnog een rotonde komt in de Langerakbaan. Via die rotonde wordt deelgebied De Woerd aangesloten en de Mitrosflats. Bewoners hadden deze oplossing medio 1999 al uitgetekend. Toen was het niet mogelijk, nu dus wel. Het geeft weer aan hoe nuttig bewonersparticipatie kan zijn. Het geeft ook aan dat er in het Utrechtse Stadhuis soms meer gevoel is bij het kleine leed uit de polder dan ik soms denk. Ook dat is een geruststellende gedacht. Maak er een mooi jaar van!

Woensdag 15 december 2004 (140)

Palen

Vandaag wordt in Terwijde de eerste paal geslagen onder de 10.000e woning van Leidsche Rijn. Althans, dat was de strekking van een persbericht, ergens vorige week. Met veel tamtam wordt daarmee symbolisch aangegeven dat het ons aller wethouder Lenting is gelukt om de bedroevende woningbouwproductie op te zwepen naar acceptabel niveau. De allereerste paal van Leidsche Rijn staat onder mijn blokje. Die werd in december 1997 nog geslagen door onze premier Wim Kok, tegenwoordig wordt zoiets gedaan door een van de vele VROM-directeuren. Verschil moet er zijn. Ik weet niet of we de eerste zeven jaar palenslaan in Leidsche Rijn moeten kenschetsen als de zeven vette jaren, of als de zeven magere jaren. Volgens de Ontwikkelingsvisie uit 1997 hadden er ultimo 2004 alleen al in het Utrechtse deel van Leidsche Rijn 11404 woningen moeten zijn opgeleverd. Dat zijn er nog geen 4000 geworden. Vijfendertig procent van de planning is gehaald. In zeven jaar kan dus veel misgaan. Als je zoiets beschouwd, dan weet je direct dat overheidsplanningen niet met een korreltje zout moeten worden genomen, maar met een pak zout. Wat zeg ik, met een zoutmijn! En, voel ik me daar ongelukkig onder? Helemaal niet. Het scheelt een boel drukte in de wijken. Stel dat al die huizen wel waren gebouwd, maar dat het met de grote infrastructuur net zo mis was gegaan als nu. Dan stond het hier de hele dag vast, qua verkeer. De bewoners van de Castellumlaan hadden dan dagelijks aan het zuurstof gemoeten, terwijl het daar nu al niet te harden is. Uit deze cijfers mag je wat mij betreft opmaken dat het met de woningnood in Utrecht wel meevalt. Als we wethouder Van Kleef moeten geloven, lopen hier tienduizenden gezinnen rond met hun boeltje onder de arm op zoek naar een woning. Als het aan haar ligt, moet ook rond Bunnik worden gebouwd. Dat zou zelfs “de natuur versterken”. Grijzer moet het niet worden. We wijzen als westerse wereld steevast met het vingertje naar de verantwoordelijken voor de kap van het Amazone-gebied, maar hier mag wel alle natuur verdwijnen? Het lijkt mij dat het in een maatschappij om meer gaat dan betaalbaar wonen alleen. Maar Van Kleef wenst niet verder te kijken dan haar eigen beleidsgebiedje. Wonen is belangrijk, maar de kwaliteit van leven ook. Het idiote feit dat we hele delen van het Leidsche Rijn Park gaan bebouwen, de laatste stukken groen in de stad, geeft aan dat we in Utrecht nog steeds denken in termen van “stenen” en niet van “mensen”. Daar had onze overleden prins geen last van. Hij deed vast veel fout, maar wist wel dat zonder natuur, de mensheid verloren is.

Woensdag 1 december 2004 (139)

Broer

Dinsdagmiddag half twee. De krant wil een column, maar ik weet niet waarover te schrijven. Het gebeurt niet vaak dat ik daar last van heb. Meestal speelt er wel iets sufs op gemeentelijk gebied dat op deze plek is uit te diepen of waarmee de draak is te steken. Natuurlijk, dat was deze week ook wel aan de hand, maar ik heb geen zin om te schrijven over hoeveel moeite het kost om bij een wijkbureau boven tafel te krijgen wie verantwoordelijk is voor het schoonmaken van een muurtje dat al een jaar vol graffiti zit. Waarom het maanden moet duren voordat ouders met zuigelingen op een fatsoenlijke manier bij het consultatiebureau kunnen komen. Allemaal klein leed uit de polder. Wat wel weer leuk is, is dat ik zojuist een chocoladeletter door de bus kreeg met een groot gedicht. Gemaakt door iemand van het wijkbureau. Na een paar aanvaringen, een leuke manier om alles weer glad te strijken. Van zulke aardige kleine gebaren word ik helemaal vrolijk. Helemaal, dat is helaas niet waar. Maar dat heeft te maken met het feit dat een van mijn geliefde broers opeens met hartproblemen in het ziekenhuis belandde. Het gaat gelukkig wat beter, maar ook niet meer dan dat. Zoiets is niet direct voer voor de krant, maar ik kan me opeens zo voorstellen dat heel veel mensen rondlopen met grote zorgen, waardoor het kleine leed uit de polder niet zo heel interessant is. Mij kan het in ieder geval even niet boeien. Vandaar deze keer een kort verhaal. Helaas niet op rijm, dat bewaren we voor zaterdag.

Woensdag 17 november 2004 (138)

Annie

De Volkskrant van afgelopen zaterdag publiceerde groots de resultaten van een verkiezingspeiling: hoe zou onze gemeenteraad eruit zien als er nu verkiezingen zouden zijn. Belangrijkste uitslag: de PvdA zou verdubbelen (van 7 naar 14 zetels) en Leefbaar Utrecht zou worden gedecimeerd (van 14 naar 4 zetels). Opzich interessante informatie, echter, de verkiezingen zijn pas in het voorjaar van 2006. We hebben dus weinig aan deze gegevens. Ik bedoel, stel dat men bij Leefbaar Utrecht stemmenkanon Henk Westbroek een paar maanden voor de verkiezingen weer in stelling brengt, zal die uitslag er heel anders uitzien. Veel interessanter was het interview met Annie Brouwer, onze burgemeester. Het feit dat er weinig interesse is in wat er op het Utrechtse stadhuis gebeurt ligt niet aan college en raad (“we werken ons drie slagen in de rondte”) maar aan de burger (“Ik vind dat heel veel mensen slordig met hun democratische stemrecht omgaan”). Het feit dat de besluitvorming in Utrecht zo traag verloopt ligt niet aan college en raad (“de inzet van dit college is om veel mensen te betrekken bij het beleid … en … dat leidt niet tot snellere besluitvorming”). Verder vindt de burgemeester dat Utrechters vooral actief zijn als het om hun rechtstreekse belangen gaat, dat ze bij wijkbezoeken alleen mensen tegenkomt die ze al kent en nooit nieuwe burgers. Dat Annie bij slechts 64 procent van de bevolking bekend is ligt eraan dat ze geen minister is geweest. Ze is meer van de “inhoud” dan van de “arena”. En, last but not least, “de gekozen burgemeester is echt niet de toverdrank voor meer betrokkenheid”. Als ik deze informatie even verwerk dan kom ik tot het volgende profiel van de Utrechter: ongeinteresseerd en niet van de bank te krijgen, behalve als het eigenbelang in geding is. Zou de geringe interesse van de burger bij de plaatselijke politiek ook andere redenen kunnen hebben? Lijkt me wel. Allereerst bestaat een kwart van de Utrechtse bevolking uit studenten. Toen ik in Utrecht studeerde was ik ook meer met heel andere zaken bezig. Toen er nog raadscommissies voor de wijken waren, zat het zaaltje in Leidsche Rijn altijd vol. Nu met de wijkraad is dat niet meer het geval. Wel eens een raadsvergadering gevolgd? Ik doe dat bijna altijd, maar heb ook bijna altijd weer spijt. Annie vergeet volgens mij dat de meeste mensen druk zijn met werk, huishouden, kinderen opvoeden. Zich, als daar tijd voor over is, zorgen maken over de toestand in de wereld. Bij de zoveelste “historische beslissing” over het Stationsgebied een enorm Deja-Vu gevoel krijgen en schouderophalend overgaan tot de orde van de dag. En het jammer vinden dat als ze iets doen voor het algemeen belang, zoals bijvoorbeeld zitting nemen in een wijkraad, ze dat veelal voor Piet Snot doen. Ik vind Annie echt een leuk mens, maar blijf me helaas opwinden over het gebrek aan zelfreflectie. Nooit de hand in eigen boezem, het ligt altijd aan de ander. Jammer.

Woensdag 3 november 2004 (137)

Van Gogh

Ik had al een zwak stukje ingeleverd bij de krant, toen de telefoon ging. Mijn vrouw. Theo van Gogh is vermoord.
Ja, wat moet ik, als eenvoudig columnist, daar aan toevoegen. Weinig, maar het stukje dat ik al had ingeleverd, sloeg direct nergens meer op. Het handelde over de gemeentelijke politiek Wederom. Van Gogh schreef keiharde stukjes in ieder blad dat daarvoor een plek had. Overigens, Fortuyn schreef ook harde stukjes. Mag je harde stukken schrijven? Het gaat allemaal over het vrije woord. Wat mag wel, wat mag niet, wat is op het randje. Natuurlijk moet je alles kunnen schrijven, zonder de wet te overtreden. Theo van Gogh maakte met Ayaan Hirshi Ali het filmpje “Submission” voor het TV-programma Zomergasten. Bij het zien ervan weet je direct: daar komt weer gezeik over. Niet zozeel over de inhoud, maar vooral of zoiets mag, ja dan nee. Er zijn mensen die de discussie aanjagen, er zijn mensen die de discussie voeren, er zijn mensen die de discussie smoren en er zijn mensen die niets doen. Iemand die een discussie kennelijk wilde smoren, schiet iemand die discussies aanjaagt dood. Een fietsende vader van een zoontje. Een kind is zijn vader kwijt. De discussie z’n aanjager. Van Gogh dacht niet dat hij gevaar liep. Hij noemde zich “de opgewekte dorpsgek”. De dorpsgek voorspelde de moord op Fortuyn en gaf aan dat Hirshi Ali ook ernstig gevaar loopt. God verhoede dat hij daar postuum gelijk is gaat krijgen. Burgemeester Cohen heeft een ieder opgeroepen om deze dinsdagavond naar de Dam in Amsterdam te gaan en kabaal te maken over deze moord. Ik denk erover, maar hoop dat het druk gaat worden. Voorlopig zit ik fysiek misselijk van dit nieuws achter de computer. Als we in dit land al niet vredig met elkaar samen kunnen leven, hoe moet het dan verder in Israel of Irak?

Woensdag 20 oktober 2004 (136)

Blauwe ogen

Het is bijna ongelofelijk, maar de gemeenteraad laat haar tanden zien. De raad heeft unaniem besloten om de door wethouder Lenting met Corio (eigenaar van Hoog Catharijne) afgesloten contracten juridisch te laten toetsen. Corio mag volgesn de contracten eigenaar worden van het winkelhart van Leidsche Rijn als men netjes meewerkt aan de verbetering van het Stationsgebied. Een enkele commentator in de regionale pers vond dat daarmee is aangetoond dat
er geen enkel vertrouwen bestaat tussen de partners. Raar, dunkt mij. Moet je zo’n belangrijke deal, die feitelijk over miljarden gaat, dan op elkaars blauwe ogen afsluiten? Wat een lariekoek. Praten als vrienden, afrekenen als vijanden. Zo hoort het te gaan. Mensen vergeten snel. Kennelijk is men vergeten dat er in 1963 zoveel vertrouwen bestond tussen de gemeente en Bredero dat er een deal werd gemaakt die Utrecht niet alleen tientallen miljoenen euro’s heeft gekost, maar natuurlijk ook die verschrikkelijke hoeveelheid beton heeft opgeleverd die we nu weer moeten wegwerken. De bouw van Hoog Catharijne zou Utrecht destijds geen cent gaan kosten. Na jaren onderhandelen werd in 1978 de dramatische deal uit 1963 omgezet in een iets betere deal. Nog steeds leed de gemeente jaarlijks dikke verliezen op dat geweldige Hoog Catharijne, maar iets minder dan daarvoor. Bij de oude deal, zo berekende wethouder J. Rosenberg in 1975, zouden de totale gemeentelijke verliezen oplopen tot 1 miljard gulden in 2009! Een fijn verhaal. De bouw van Hoog Catharijne bracht Utrecht de artikel 12-status. Ofwel, Utrecht raakte failliet. Tientallen miljoenen kwamen door die fijne HC-deal niet ten goede aan de stad. Duidelijk dus waar al die tekorten op het onderhoud van de openbare ruimte en de schoolgebouwen naar terug te voeren zijn. Na alle vorige colleges heeft, naar mijn bescheiden mening, ook dit college zich nu in het web van de eigenaar van HC gedraaid. Wethouder Lenting roept namens het college steeds dat niets doen geen optie is. Een mooie kreet, meer niet. Hij had zich, maar misschien vergis ik mij, vooraf beter moeten inlezen in de geschiedenis van Hoog Catharijne. Dan had hij z’n plannen wellicht zo gefaseerd, dat ie Corio niet in de eerste fase nodig zou hebben. De regie over de OV-Terminal (station) had bij de NS mogen liggen (het Rijk). Dan had die partij de eerste Corio-kastanjes uit het vuur kunnen halen. Corio is door dit bestuur in een zetel gezet. Een zetel waar men zich met geen tien stokken uit laat slaan. Misschien ben ik te wantrouwend en volgt Lenting de goede strategie met ‘verleiden’, het zou altijd kunnen. Ik ben benieuwd waarmee de juristen van de raad gaan komen. Het is maar een klein gebaar vanuit de raad, maar ik ben blij dat de raad iets doet, in plaats van het gebruikelijke niets. En, een geruststellende gedachte: als de raad deze deal na juridische toets door laat gaan, en Corio het winkelhart van Leidsche Rijn in de schoot geworpen krijgt, kan uiteindelijk Nelie Kroes, oud-commissaris bij Corio, uit hoofde van haar nieuwe functie als Europees commissaris Mededinging wellicht iets zeggen over het marktwerkingsniveau van deze briljante deal. Daar moeten we dan wel een jaar op wachten, want ze zal zich het eerste jaar niet bemoeien met partijen waar ze commissaris is geweest. Mooie boel!

Woensdag 6 oktober 2004 (135)

Fouten

Waar gehakt wordt, vallen spaanders. Het blijft mensenwerk. Wie zonder zonde is, werpe de eerste steen. Als je niets doet, kan je ook geen fouten maken. Een typisch gevalletje Murphy … Even een paar gemeenplaatsen, open deuren en andere cliches, waar, zoals gebruikelijk, veel waarheid in schuil gaat. Vanwaar dit begin? Omdat deze week bleek dat door een waarschijnlijk eenvoudig foutje een deel van het monument Ridderhofstad De Grauwaert is opgegraven. Echter, niet door een team archeologen, maar gewoon door een machnist die met z’n graafmachine deed wat op de tekening stond. Helaas stond er iets niet goed op zijn tekening. Jaren is een heel projectteam bezig geweest met het ontwerp van Park Grauwaert, waarbij het monument onbeschadigd in de grond zou blijven … een lullig foutje en het merendeel van de resten is ongezien vergraven. De ketting is zo sterk als zijn zwakste schakel. Nog een mooie uitdrukking. Projectarcheoloog Herre Wynia was uit het veld geslagen toen hij van het nieuws vernam, een maand of anderhalf geleden. Ik geloof ook best dat men bij het projectbureau in haar maag heeft gezeten met deze netelige kwestie. Het blijft alleen zo raar dat er niet even een berichtje de deur uit is gegaan naar de media of naar de belanghebbenden, over dit geval. Ik hoorde het via een detectoramateur die wel erg veel mooie spulletjes had opgedoken! Naar het waarom van de stilte kan ik alleen gissen: communicatiemensen houden niet van slecht nieuws. Raar hoor. Zulke zaken komen toch altijd naar boven. Dan kan je beter zelf het bericht de wereld insturen. Het is een communicatie-wet dat je altijd zelf aan slag moet blijven. Niet achter de feiten aan moet hollen. Als je dan al maanden de tijd hebt gehad uit te vogelen waar iets fout is gegaan, en dat bij navraag nu nog steeds wat in het vage blijft, ja, dan heb je van het communicatievak niet erg veel kaas gegeten. Iedereen maakt fouten. Gelukkig maar. Het blijft alleen raar dat de bevolking van Utrecht voornamelijk de Haleluja voorgeschoteld krijgt. Kennelijk werken hier mensen die foutloos moeten zijn. Dan heb ik slecht nieuws! Maar dat wist u al, want dat staat in de eerste regels van dit stukje …

Woensdag 22 september 2004 (134)

Nietig

De herfst is ingetreden, de zevende in dit stadsdeel in ontwikkeling. Eigenlijk de achtste, als we meenemen de periode van bouwrijp maken in Langerak en Veldhuizen. Ofwel, de tijd gaat snel. Tijdens de moesson van 1997 stonden de vele archeologische vrijwilligers tot aan hun knieen in de drek van Veldhuizen om daar al dat moois uit lang vervlogen tijden aan de vergetelheid te onttrekken. Er ging geen seizoen voorbij, of er werd weer iets moois toegevoegd aan de steeds groeiende collectie. De afgelopen maanden is deelgebied De Woerd zo’n beetje volledig afgegraven. Boekwerken zullen nog worden volgeschreven over de kennis die in dat gebiedje is opgedaan. Afgelopen vrijdag werd al een klein voorschot genomen met de presentatie van 121 schitterende muntjes. Sceatta’s, heten de kleinnoden uit het begin van de 8e eeuw toen de Friezen deze gebieden bevolkten. En, zoals vaker, had ik de mazzel aanwezig te zijn tijdens de vondst. Voor de lunch was er al een stuk of vijf muntjes gevonden. In de keet aten de mannen en vrouwen derhalve onrustig hun broodjes. Het liefst was men blijven graven. Na de lunch was het sprinten naar de kuil. Een kuil dwars over de bedding van een oude rivierarm van de Oude Rijn. Naast de officiele archeologen waren ook de gebroeders Bransen uit De Meern aanwezig. In het veld bekend onder de geuzennaam “Bransen-Boys”. Al jaren overal te vinden met metaaldetector en bij de opgraving van De Woerd als vrijwilligers aanwezig ter assistentie. Tijdens een miezerige lentebui begon de drassige bodem te piepen als lag er een nest jonge buidelratten. De ene na de ander Sceatta kwam naar boven. Via een van de Bransenboys richting ondergetekende en dan richting de vondstzak van de archeoloog. Magische momenten in de sompige klei. Het zal aan mij liggen, maar je hart slaat een paar keer over als je een brokje klei in je hand krijgt gedrukt dat, na een keer tussen de vingers wrijven, een fonkelende schittering afgeeft van jewelste. De lijnen van een stylistisch stekelvarken geven aan dat we hier een directe getuige in handen hebben van de donkere middeleeuwen. Iedereen weet wel iets af van een Romein, al is het via Astrix en Obelisk. Maar een tasbaar teken van de machtige Friezen die hier na de Romeinen woonden in het verlaten Castellum, regelmatig streden met de Franken om de macht, dat geeft een overrompelend gevoel van nietigheid. Na zo’n moment bekleift direct het gevoel dat bij de ontwikkeling van Leidsche Rijn toch wat meer respect voor het verleden ingebracht mag worden. Best aardig dat Leidsche Rijn als goed voorbeeld mocht pronken op de Biennale in Venetie, maar de praktijk van alledag zou een iets nederige opstelling rechtvaardigen. Ofwel, een dagje opgraven, dat zouden meer mensen moeten doen!

Woensdag 8 september 2004 (133)

Openbare ruimte

Moet je, als journalist, aandacht besteden aan een interne ambtelijke nota die je soms opeens in je mailbox aantreft of op de deurmat vindt? Dat ligt eraan. Je drukt zulke informatie niet zomaar af, dan moet er eerst een waslijst aan vragen worden beantwoord. Ik zal u de vragen en antwoorden besparen. De nota die staat beschreven in het hoofdartikel van deze krant mag belangwekkend worden genoemd. Als je het stuk goed leest betreft het een soort noodkreet van een groep ambtenaren die haar stinkende best doet een goed functionerend Leidsche Rijn af te leveren. Een groep ambtenaren die , zo zie ik het, intern al tijden proberen het tij ten goede te keren, maar steeds tegen blokkades oploopt. Blokaders opgeworpen door kille rekenmeesters of opgeworpen door personen die het amper interesseert dat in Leidsche Rijn mensen van vlees en bloed wonen die hier nog deccenia prettig willen wonen. Deze ‘frontliners’ snappen dat Leidsche Rijn niet ter meerdere ere en glorie van het stadsbestuur of de ambtelijke top wordt gemaakt en nog honderd jaar houdbaar moet blijven. Die de kreet ‘form follows function’ aanhangen, verkeersveiligheid belangrijker vindt dan een lekker zichtlijntje.: die het dagelijkse contact met de bewoners alhier serieus neemt! Een gemeentelijke organisatie bestaat uit een aantal diensten. Uit de nota blijkt tussen de regels door, dat er in Leidsche Rijn veel misgaat omdat verschillende diensten elkaar te vuur en te zwaard bestrijden. Uit de gesprekken die ik afgelopen week moest voeren bleek pijnlijk dat wethouders verdraaid weinig invloed hebben op het beleid van een stad. Men zal best hard werken, maar wat is het resultaat van dat geploeter? Of erger, misschien zit er nog steeds veel waarheid in het aloude gezegde: Men dronk een glas, deed een plas en alles bleef zoals het was ! Leefbaar Utrecht wilde de burgers meer invloed geven. Uit de notitie die ik ontving, blijkt dat dit voornemen er echt is, maar dat men pas komend voorjaar aan de daadwerkelijke implementatie van een goede bewonersinbreng toekomt. Een bewonersinbreng die veel geld zal opleveren, een bewonesinbreng die veel negatieve publiciteit zal voorkomen. Er is veel participatie geweest, maar daar werd in de praktijk bitter weinig mee gedaan. Ofwel, Leidsche Rijn wethouder Lenting heeft ruim vier jaar nodig gehad om het Leefbaar Utrecht ideaal in Leidsche Rijn te verwezelijken. Dat is langer dan een normale collegeperiode! Dat vind ik bedroevend, maar vooral jammer. Bedroevend omdat hetgeen al in tientalle stukken is vastgelegd, dan pas handen en voeten krijgt. Bedroevend omdat mijn buurtbewoners en ikzelf jaren voor piet snot hebben lopen participeren. Bedroeven omdat er zoveel geld in de plomp is gedonderd en jammer omdat ik vind dat het stadsdeel waar ik van ben gaan houden beter verdient.

Woensdag 25 augustus 2004 (132)

Sportbos ?

Eindelijk heb ik medestanders gevonden. Het heeft een paar jaar geduurd, maar vorige week werd een aantal leden van de Commissie Welstand West wakker . Dit geleerde college toetst al jaren de bouwplannen voor Leidsche Rijn aan haar , meest ongeschreven, regels van welstand. Als architect of stedenbouwer weet je nooit echt waar je aan toe bent, want nogmaals, er bestaat geen handboek soldaat als het gaat om de omschrijving van ‘redelijke eisen van welstand’. Je maakt een plannetje, mooie tekeningen en plaatjes, dient de boel in en tijdens een van de vele openbare vergaderingen van het sjieke college mag je langskomen om een toelichting te geven. Het kan maar zo dat je denkt iets heel moois te hebben onttrokken aan het niets, en dat je, voor je er erg in hebt, in luttele tellen bent neergesabeld door je vakbroeders: overdoen! Men gaat soms heel ver. Recent werd een zaak behandeld over iemand die in Parkwijk-Noord het uit bakstenen opgetrokken huis had geschilderd. Foei! Mag niet! Nooit meer doen! Het handelde over dakopbouwtjes aan de Houtrakgracht. Alle door bewoners ingediende plannetjes waren afgewezen. De oorspronkelijk architect had nu iets bedacht en dat beviel de welstand-commissie. Conclusie: als iemand in de toekomst een dakopbouw zou willen, mag het alleen op de manier van dat plan. Ik vind het trouwens prima dat er zo’n commissie is. Alleen, soms houdt men zich bezig tot en met de uitwerking van de metselvoeg (Terwijde, eiland 7), terwijl aan de andere kant zonder problemen herashekwerken verschijnen als erfafscheiding aan de Groenedijk (Wilde Wonen). Op vrije kavels komt de ene na de andere catalogis-woning, maar owee als je iets gedurfts indient. Maar goed, nu ging het om een gebouwtje in het zogenaamde sportbos van het Leidsche Rijn Park. Deze benaming, sportbos,is mij al jaren een gruwel en nu de commissieleden ook. In Leidsche Rijn heeft men bijna alle sportvoorzieningen die normaal in de wijken terug te vinden zijn op een bosje geharkt, om ze netjes bij elkaar op vervuilde grond te kunnen realiseren in plaats van op dure woningbouwgrond. Prima idee. Maar tel deze noodzakelijke voorzieningen dan niet op bij de hectaren voor het Leidsche Rijn Park. Overal roept men dat het Leidsche Rijn Park 310 hectaren groot zal worden. Mooie boel! Het park wordt straks een een bunder of 45. Dan heb je nog een stukje lint, en de rest is gewoon voetbalveld, tennishal en kantine. Ooit wel eens een bos gezien op het eerste veld van VV De Meern? Nee dus! Met dank aan de Commissie Welstand West is de mythe rond het sportbos eindelijk voorbij. Geen Sportbos, maar bosje sportvoorzieningen. Dat moet de naam voortaan maar worden.

Woensdag 11 augustus 2004 (131)

Juf

Nog een paar dagen, en de lange schoolvakantie zit er weer op. Daan, mijn oudste zoon, gaat dan naar groep drie. Vroeger was dat een hele stap, je ging dan naar de ?grote? school. Tegenwoordig schuif je gewoon een lokaaltje omhoog in het allang vertrouwde gebouw. Dat is een groot voordeel van de forumschool, zoals we die in Leidsche Rijn hebben. Aan de andere kant is het misschien jammer dat al die kinderen de zenuwslopende gang aan de hand van moeder niet meer mee mogen maken. Al weken had je bedacht hoe het zou zijn, het leven in dat enorme gebouw naast de kleuterschool. Die grote zware deur, die hoge ramen. Je zag tijdens de vele speeluren op het aangrenzende pleintje de kinderen strak achter hun tafeltjes zitten en een meneer met een lange stok dingen aanwijzen op grote kaarten. Dat moest een enorme kwelling zijn, zo’n dag bewegingloosheid. Mijn eerste juf heette juffrouw Hardy. Ze was rustig en lief. Al wat ouder, in mijn beleving, maar misschien leek dat maar zo. Voor haar was het een peuleschil om al die nerveuze kinderen in eenhandomdraai rustig te krijgen. De stress was nergens voor nodig geweest. Het leven viel mee in dat grote gebouw. Zou juffrouw Hardy nog leven? Ik heb geen idee.
Goed, nog een paar dagen en dan begint de lange run richting kerstreces. De politiek moet dan gaan beslissen over het Muziekpaleis. Dan zal blijken hoe de verhoudingen tussen Leefbaar Utrecht en de VVD werkelijk liggen. Met betrekking tot Leidsche Rijn is er politiek al tijden niets meer loos. Het dossier woningbouwproductie zal alleen bij de opposite tot wat gezeur aanleiding kunnen geven. Maar, Lenting kennende, heeft hij vast een mooie troef in de mouw waardoor eventueel kabaal direct van tafel zal zijn. Lenting is een echte bestuurder geworden die de kunst verstaat de angel uit een probleem te trekken. En, de moeilijke vertragingsjaren zijn een beetje voorbij aan het raken. Het winkelcentrum alhier opent stukje bij beetje haar deuren. Stroomweg De Tol is in aanbouw. De tijdelijke weg naar Utrecht krijgt vorm. Er kan gestart worden met de tweede aansluiting op de A12. Forum Waterwin is bijna af, er komen tijdelijke voorzieningen in Terwijde. Wat dat betreft heeft ook Leidsche Rijn de stap naar de grote school gemaakt. De komende tijd zullen de problemen vooral komen vanuit de dorpen. Centrumverbeteringen die alleen op papier gereed zijn. Onvrede over de bestuurlijke situatie. Sluipverkeer . Toenemende criminaliteit. Die gezellige oude dorpen liggen straks echt midden in de stad en dat zal niet makkelijk wennen.

Woensdag 28 juli 2004 (130)

Truttig

Eigenlijk wilde ik deze hele column gebruiken om mijn collega Arie van den Heuvel eens flink aan te pakken over zijn stukje van vorige week. Maar ja, het zou wat al te dol zijn als columnisten elkaar gaan aanvallen. Een columnist mag immers ongenuanceerd zijn en zaken lekker vet neerzetten. Dat hoort bij het vak. En, het is al zo oud als de weg naar Rome: mensen die het edele golfspel nog nooit hebben beoefend spreken altijd over hetzelfde: uitgebluste mannetjes met dikke buiken! Ik vind me dan weer terug in de eerste klas van het Gymnasium waar ik een spreekbeurt moest houden over mijn favoriete bezigheid. Inderdaad, het golfspel. Ik kreeg er een tien voor, maar moest me wekenlang verontschuldigen tegenover mijn klasgenoten dat ik er zo’n suffe sport op na hield. Gelukkig hield ik ook van voetbal en kon de maandagmorgen discussies over de verrichtingen van Cruyff c.s. netjes meedoen. Overigens, inmiddels golven al die oud klasgenoten ieder weekeinde, en kom ik er zelf nog maar een paar keer per jaar aan toe. Maar goed, ik ga me niet verdedigen tegenover een gewaardeerd collega. Een ding wil ik er nog over kwijt. In Leidsche Rijn worden vele hectares meer geegaliseerd voor voetbalvelden, dan dat stukje dat voor Golfclub De Haar zal worden bestemd. Iemand die wel eens op De Haar is geweest, zal weten dat voor de aanleg van dat extra stukje golfbaan honderden bomen zullen worden aangeplant en niet worden gekapt zoals bij voetbalvelden (het speelt wat lullig met een eik op de middenstip). En, de beste garantie dat er nimmer huizen zullen worden gebouwd in een mooi groengebied is om er een golfbaan te bestemmen. Ik geef toe, deze argumenten worden door verstokte Groen Linksers altijd afgeserveerd, maar zijn wel feiten. Politiek is immers een geloof en geen wetenschap. Ik heb me wat dat betreft in artikelen heel vaak heel druk gemaakt over de 500 woningen die op de lokatie Haarzicht langs het Haarpad zullen verschijnen, heb me druk gemaakt over de pretinrichting die men voorstaat iets verder langs het Haarpad en heb me suf gelobbied dat er voor PVCV een betere locatie zou worden gezocht dan langs de Joostenlaan. Dan spreken we echt over natuurdistructie. Die golfbaan zal groen toevoegen en niet vernietigen. Dat was alles. Nu nog een paar regels over de mafheid van het Nederlands woonwagenbeleid. Aan de Tweede westerparklaan zijn twee kampjes verschenen voor een vijftal woonwagens. Gewoon op het rijtje tussen de woonhuizen. Ik dacht dat de maakbaarheidsgedachte van de jaren zeventig voorbij was! Niets blijkt minder waar. De woonwagenbewoners willen graag ik een gezellig kampje wonen. De burgerij graag in een rijtje. Maar wat doen we, we harken het zo aan dat er woonwagens komen achter een muurtje in het rijtje! Niemand blij, behalve die paar beleidsmakers achter hun bureautjes en de verantwoordelijk wethouder. Wat een truttigheid!

Woensdag 14 juli 2004 (129)

Zomer

Voor de broodnodige afwisseling zitten we deze julimaand niet op Schiermonnikoog, maar aan de Zeeuwse Riviera te Westenschouwen. Het weer is matig, maar regenen doet het nauwelijks. Dat schijnt altijd zo te zijn in Zeeland. De regen valt meest van tijd een stukje voorbij de kust, wisten de localos te melden. Het kostte overigens nog de nodig moeite om uberhaupt een verhaaltje te kunnen maken. De kinderen hadden dit middaguur een DVD op de planning staan, en de laptop is niet alleen pappa’s werkapparaat, maar tevens DVD-spelen, MP3-speler, foto-ontlader voor de digitale camera’s en montage-machine voor de familiefilmpjes. Er was een compromis afgemaakt, maar toen ik de kinderen aansprak op hun onderdeel van de deal (kijken tot 16.45, daarna kon pappa even typen) was het huis te klein. De twee jongens heb ik voor straf maar even richting slaapkamer gedirrigeerd. Je moet af en toe streng zijn, anders is het einde zoek. Dan zijn ze weer een beetje normaal als we straks een stukje verderop bij mijn oudste broer en zijn gezin de avondmaaltijd gaan nuttigen. Jawel, Zeeland is hip deze zomer. Ik begreep dat een collega correspondent er volgende week naar toe gaat, voorts bevolken wat buurtgenoten de mooie eilanden en op de eerste dag alhier liep ik een nichtje met haar kroost tegen het lijf. Wat dat betreft is het rustiger op Schiermonnikoog, maar dan mis je ook de gezelligheid. En als het nu iedere dag 25 graden is, dan zit je lekker op het strand. Maar bij een graadje of 17 en een windje 6 is het prima een aantal plekken te hebben om even aan te landen. De kinderen spelen zoet met neefjes en nichtjes zodat de ouders onder het genot van een wijntje ook nog wat van de vakantie kunnen maken. Goed geregeld wat dat betreft. Laten we hopen dat onze leden van het stadsbestuur het ook goed hebben geregeld en zonnige vakantie-oorden hebben geboekt. De sleet zat er behoorlijk op, dus er zal veel rust en warmte nodig zijn om de koppies weer leeg te krijgen. Met een beetje mazzel blijft deze zomer een narrig briefje van Henk en Broos uit, dan kan iedereen na het reces weer hard aan de slag om een aantal belangrijke knopen door te hakken. Dat lijkt me harder nodig dan de vele grote en kleine ruzies van de afgelopen maanden. Veel zomergenot!

Woensdag 30 juni 2004 (128)

College

Wat zou voormalig VVD fractievoorzitter Albert Van den Bosch zich hebben verbeten voor de televisie: een echte crisis in het stadhuis net nu hij burgemeester van Zaltbommel is geworden! Na de dramatisch verlopen raadsvergadering heb ik de volgende dag eens een rondje fractievoorzitters gedaan. Oldenborg en ook Leefbaar Utrecht voorzitter Broos Schnetz vertelden hetzelfde verhaal: de problematiek bij de RHD was voor de leefbaren een principiele kwestie en daarvoor moet je een bestuurder met gewone mensentaal ter verantwoording kunnen roepen. Dan moet niet direct iedereen in de stress schieten dat het college gevaar loopt. Gewoon een kwestie van nieuwe politiek. De “oude” politiek begreep er niets van en de meest onnavolgbare complottheorien werden langsgelopen om de zet van de leefbaren te kunnen doorgronden. Want ja, in de oude politieke verhoudingen weet je dat een motie van afkeuring het einde van een wethouder betekent en veelal de val van het college. Broos hield stug voor dat ze met Van Zanen door konden en kunnen. “Wouter”, zei Broos, “Als Van Zanen gewoon direct had erkend dat hij fouten heeft gemaakt, was voor ons de kous af geweest. Maar dat het hele college direct achter Van Zanen kruipt, en vooral dan ook onze eigen wethouders, dat is zo’n ouderwetse machtsmethode, daar schrikken wij niet van. Die motie gaat niet van tafel, excusses van ons komen er ook niet. Ik ga echt wel kijken of ik kan bemiddelen in een oplossing, zo zit ik in elkaar, maar het is graag of niet”. Waar zou het nu aan liggen dat geen van de andere coalitiepartijen geloven dat de leefbaren hier principieel bezig waren. Dat ze Van Zanen niet wilde wippen net voor de raadsbehandeling van het omstreden Muziekpaleis? Ik kom daar niet uit. De een denkt dat het rancune is, dat er oude rekeningen werden vereffend. De VVD heeft het de leefbaren in deze periode niet gemakkelijk gemaakt. Ik ben net teveel buitenstaander om te doorgronden wie gelijk heeft in de kwestie, maar ik weet wel dat het belang van de stad op een gruwlijke wijze is verkwanseld door iedereen die afgelopen donderdag niet verder kon kijken dan het eigen ego. Tijdens de hele vergadering, die duurde tot 02.15 uur, heb ik werkelijk niemand horen zeggen dat het belang van de stad en haar inwoners op het spel stond. Dat dit geen moment is voor een stad zonder college. Dat lijkt me veelzeggend. Als er binnen een maand geen nieuw college is, vormt de burgemeester in haar eentje het college. Dat zou nog eens een stunt zijn. Annie heeft het deze periode het lastigst gehad, maar aanstonds is zij alleenheerser van de stadstaat Utrecht! Mijn voorkeur zou zijn om nieuwe verkiezingen te houden. Maar ja, dat is niet geregeld in de gemeentewet. En laat een ding helder zijn, als die mogelijkheid wel zou zijn geregeld bij het nieuwe duale stelsel, dan zou Leefbaar Utrecht van de hele RHD-affaire echt geen principiele kwestie hebben gemaakt. Principieel zijn is mooi, maar kent vast zijn grenzen. Uiteindelijk zal morgen de boel wel worden gelijmd. Gewoonweg omdat er geen alternatief is. De hele affaire zal wel sporen nalaten. Sporen die ons vast zullen voeren naar een volgende affaire.

Woensdag 16 juni 2004 (127)

Gespleten tong

Jawel waarde lezers, het is weer eens zo ver. Pure paniek in het stadhuis want de burgemeester is voor de zoveelste keer in de problemen. Nu omdat de politie tijdens een wijkbijeenkomst foto’s liet zien aan de aanwezige burgers van veelplegers. Gastjes die er een vervelende hobby op nahouden: inbreken! Het bleek dat als die etterbakken achter slot en grendel zaten, het rustig was in de wijk op dat gebied. De politie vroeg de aanwezige burgers om hulp bij de opsporing van het jeugdige inbrekersgilde. Zoiets lijkt mij een geruststellende gedachte. Gewoon het idee dat de politie weet wie verantwoordelijk is voor zeer irritant gedrag, er blijk van geeft daar serieus iets aan te doen, en dit ook helder met de burgers wisselt. Daar hebben we lang op moeten wachten, dunkt mij. De politiek heeft keer op keer gevraagd keihard op te treden tegen veelplegers. Bijna niets was te dol. Men zag in dat het maatschappelijk niet te verteren is dat groepjes jeugdige draaideurcriminelen bijna ongestraft konden opereren. Maar zoals altijd spreekt een deel van onze geachte afgevaardigden in de gemeenteraad met gespleten tong. Dan wordt er, zoals gewenst, opgetreden tegen die veelplegers, is het weer niet goed. Want, de burgemeester was niet op de hoogte van het feit dat op de bewuste bijeenkomst foto’s zouden worden getoond. En wat denken die raadsleden dan. Dat de politie ieder avond vier uur met Annie belt om te vertellen wat men per wijk doet om crimineeltjes achter de deur te krijgen? Korpschef Vogelzang, die bijna weg is, heeft al jaren genoeg van de houding van onze raadsleden en riep dat de gemeenteraad geen zeggenschap heeft over opsproringszaken. Dat is aan het Openbaar Ministerie. Annie was blij met dit argument en schreef het in een brief aan de raad. Maar, die zullen vast niet tevreden zijn. Want, onze raadsleden houden wel van een relletje. Dan is men weer even heel belangrijk. Dat we door al die relletjes straks een nieuwe korpschef hebben die vast niets meer durft om draaideurcriminelen aan te pakken, daaraan zal niet worden gedacht. Willen onze raadsleden in de toekomst zelf boeven vangen of moeten we het meer zien als ?burgemeestertje pesten?? Persoonlijk ben ik ook geen grote fan van Brouwer. Dat komt vooral door haar wijze van communiceren. Ze legt altijd de volle nadruk op het stukje dat goed gaat en omzeilt graag de zaken die niet goed gaan. Maar daar hebben meer collegeleden last van. Meer moeite heb ik met het incidentenbeleid van een aantal raadsleden. Ik zou zeggen, als Brouwer zoveel fout doet, stuur haar dan weg, wees eens flink. Nu blijft het steeds bij beschadigen en op het laatste moment de keutel intrekken. Of de burger daarop zit te wachten.

Woensdag 2 juni 2004 (126)

Melden

Met veel genoegen heb ik afgelopen donderdag de raadsvergadering gevolgd over de voorjaarsnota. Ik zit dan in kantoor aan de vergadertafel achter de laptop te werken. Als ik omhoog kijk, straalt via mijn hangende teeveetje de gezelligheid van het stadhuis me tegemoet. Ik had een aantal vergaderingen, maar die vielen meest van tijd in de ongelofelijke hoeveelheid schorsingen van raad en college en de onderbrekingen voor lunch en avondmaal. Het is bijna onbehoorlijk hoelang er tijdens een openbare vergadering wordt geschorst, maar het voordeel was wel dat daarmee is de generale lijn goed was vast te houden. De bijdragen van Burger en Gemeenschap waren als altijd gericht op de dorpen en Leidsche Rijn. De felheid waarmee het college, en dan voornamelijk wethouder Yet van den Bergh, daarop reageerde was opmerkelijk. Het is al vaker voorgekomen dat Kees Verhoef werd aangewreven dat Vleuten-De Meern een miljoenengat heeft achtergelaten aan Utrecht. Wethouder Van Zanen deed dat eerder, evenals wethouder Lenting. Nieuwsgierig als ik ben, heb ik meermaals gevraagd (en ook nu weer) om dan eens man en paard te noemen. Kan het huidige college precies becijferen hoeveel miljoen het gat bedraagt waarmee Vleuten-De Meern Utrecht heeft opgezadelt en kan Utrecht dan direct uitleggen waarom haar rekenmeesters, die ongetwijfeld door de boeken van de dorpen zijn heengegaan, daar kennelijk niets over hebben gerapporteerd. Bij de collegevorming sprak Henk Westbroek, even uit mijn hoofd, van een gat van twintig miljoen. Is het werkelijk dat de dorpen Utrecht een hak hebben willen zetten en op het laatst miljoenen hebben weggegeven? Wie weet, ik sluit niets uit. Maar het is wel erg makkelijk om tijdens zo’n raadsvergadering Verhoef even fijntjes toe te bijten dat hij een geluidswal (er zou spraken zijn van een bedrag van € 15 miljoen) expres niet heeft opgenomen in de financiele ramingen. Navraag bij Verhoef levert op dat hij zich van geen kwaad bewust is. Navraag bij Van den Bergh levert op dat men intern eerst tijd nodig heeft om een antwoord voor te bereiden. Ik wacht geduldig af waarmee het stadhuis gaat komen. Wellicht was het handiger geweest om dat eerst op papier te hebben alvorens een oud-bestuurder en huidig raadslid, publiekelijk af te kammen. Feit is wel dat door het gekibbel over bedoelde geluidswal de verlengde Veldhuizerweg naar de nieuwe A12 aansluiting Woerden-oost pas medio 2007 gereed is in plaats van de door dit college beloofde eind 2005. Maar ligt dit nu aan het vorige college (een veel gehoorde klacht), aan Rijkswaterstaat (dat hoorden we ook regelmatig), aan Verhoef (die kreeg hem nu), aan onwelwillende en op geld beluste boeren (hoog in de top 3 van excuses) of heeft het huidige college iets niet handig aangepakt (dat hoorden wij nog nooit van onze bestuurders). Als ik antwoord heb, zal ik het melden.

Woensdag 19 mei 2004 (125)

Pers

Ik wilde het kort hebben over het werk van journalist en columnist. Ooit was er een tijd dat dit werk enig aanzien genoot. Inmiddels wordt er vooral in politieke kringen nogal meewarig gedaan over dit werk, zeker als het is voor een gratis weekkrant. Nu dient er wel onderscheidt gemaakt te worden. In het Utrechtse is er over het algemeen bij bestuurders een veel negatievere mening dan bij volksvertegenwoordigers. En, de mening verschilt ook per week. Na een kritisch stuk is de mening weer heel anders dan bij een positief stuk. Iedere week ontvangt een journalist vele persberichten van een gemeente. Als je die netjes overschrijft, is iedereen dik tevreden. Neem je de moeite om enkele van de aangeleverde feiten en wetenswaardigheden te checken alvorens je ze overneemt, begint de ellende. Wil je als journalist voor een weekkrant als De Brug wat dieper graven explodeert de tijd die benodigd is om een verhaal op papier te krijgen. Het overnemen van persberichtjes is wat dat betreft een stuk gemakkelijker. Daarmee doe je de lezers wel tekort, is mijn mening. Waarom deze zinnen? Het kwam omdat ik op de site van Leefbaar Utrecht een verhaal vond van de voorman van deze partij, Broos Schnetz. Broos schreef in dat stuk dat overdrijven, uitvergroten en jokken een van de stijlkenmerking is die een columnist ten dienste van de humor zou gebruiken. Hij besluit het stukje dat Leefbaar Utrecht zich de onzorgvuldigheid van de journalist en het gepis van de columnist met opgeheven hoofd zal laten welgevallen en dat over twee jaar de kiezer wel uit zal maken of Leefbaar Utrecht de boel wat democratischer heeft kunnen maken. Van Broos moet de journalist en de columnist gewoon nog twee jaar zwijgen, tot de kiezer in 2006 een oordeel heeft geveld. Een ondemocratische gedachte, lijkt me. Als er geen journalist of columnist meer is die de wereld achter de fijne gemeentelijke persberichten wil uitleggen, heeft de kiezer een totaal geconditioneerde kijk ontvangen. Daarom was ik blij met de woorden van de voormalige fractievoorzitter van de VVD bij zijn afscheid van de raad, afgelopen donderdag. Albert van den Bosch bedanktein zijn toespraak de pers. Hij gaf aan dat geen journalist zich onder druk moest laten zetten omdat de democratie een vrije en kritische pers zo broodnodig heeft. Dus, ik zal het onzorgvuldige gepis van Broos over de pers me met opgeheven hoofd laten welgevallen! En Broos, als ik naar de WC ga, doe ik altijd netjes de bril omhoog!

Woensdag 5 mei 2004 (124)

Sectoraal

Afgelopen week was het weer eens zover: hoe werken gemeentelijke diensten langs elkaar heen! Nog geen jaar geleden vierden we met bewoners van de Groenedijk en nieuwe bewoners uit Langerak, samen met mensen van de gemeente, een vrolijk feest na afsluiting van de restauratie van de Groenedijk. Jaren werk was er geinvesteerd, door alle partijen, om deze eeuwenoude parel een goede plek te geven binnen de nieuwbouw van Leidsche Rijn. Samen met verkeerskundigen van het projectbureau was een gedegen verkeerscirculatieplan gemaakt om ervoor te zorgen dat de Groenedijk, hoewel doorsneden door veel te veel autowegen, toch nog enigzins de functie van hoofdfietsroute kon vervullen. Daartoe was de Groenedijk opgeknipt in een aantal segmenten, doormiddel van helaas foeilelijke paaltjes. Iedereen gelukkig zou u denken. Tot afgelopen week. Opeens was het merendeel van de paaltjes zomaar verdwenen. Wat bleek: de Dienst Stadsbeheer was bezig met een proef, uiteraard zonder iemand daarvan op de hoogte te brengen. Deze dienst van wethouder Van Zanen heeft een bezuinigingsopdracht en dacht: af en toe verdwijnt zo’n paaltje, terugplaatsen kost geld, als we de resterende paaltjes weghalen, kost het nooit meer geld. Toen boze bewoners de krant belden en er navraag werd gedaan bij de gemeente, waren de paaltjes met een dag terug. Dus, deze bezuinigingsproef heeft uiteindelijk alleen maar geld gekost. En, dat had de accountmanager van de Dienst Stadsbeheer ook van te voren kunnen bedenken. Althans, als hij van te voren had nagedacht, wellicht even overleg had gevoerd met de verkeerskundige van het Projectbureau of gewoon even had gesproken met zijn collega’s van het wijkbureau alwaar zijn standplaats is. Nu is een aantal mensen weer druk bezig geweest om de verdwenen paaltjes terug te krijgen die na gedegen studie op de juiste plaats waren neergezet. Het zou prettig zijn als het ooit nog eens zou lukken dat gemeentelijke diensten elkaars werk ondersteunen in plaats van frustreren. Ik geef toe, die kans lijkt niet al te groot. Toch moet er een boel te verdienen zijn als de diensten eens beter gaan samenwerken. Meer dan er valt te verdienen door het weghalen van paaltjes en meer dan bij het elimineren van onzin-regels, waartoe de gemeente onlangs een oproep aan de burgers deed.

Woensdag 21 april 2004 (123)

Even geduld aub!

De Beer is los. Op verkeersgebied dan. Maandag zal het college van b. en w. tijdens een informatieavond in het AC-Restaurant bekendmaken dat het dorp De Meern nog jarenlang een verkeersgoot zal blijven. En, men zal hopen op begrip hiervoor bij de bevolking. Dan zal ik het college hierbij uit de droom helpen: u zult begrip zoeken, maar hoon vinden. Inmiddels ben ik zo ver dat ik het helemaal eens ben met de bewoners die geen begrip meer hebben voor de verkeerssituatie in De Meern. Toen ik als een van de eerste bewoners naar de verkeersplannen van Leidsche Rijn keek, schrok ik me een ongeluk. Samen met anderen hebben we direct voorstellen gedaan die tot verbetering zouden moeten kunnen leiden. Het duurde jaren voordat daar iets mee gebeurde, maar stukje bij beetje werden er aanpassingen gedaan in de plannen. Niet alle voorstellen konden worden overgenomen. Men zou best willen, maar inmiddels waren sommige bouwplannen zo ver gevorderd, dat bepaalde verbeteringen niet konden worden ingepast. Inmiddels is het huidige college drie jaar aan de gang, maar heeft op verkeersgebied in Leidsche Rijn weinig dramatische verbeteringen kunnen aanbrengen. We zitten straks met een stelsel van HOV-banen dat meer barrieres opwerpt dan oplossingen biedt. Tijdens dit college zijn de vertragingen op de aanleg alleen maar toegenomen. Ieder zinvol voorstel om medegebruik van die straks amper benutte lappen asfalt mogelijk te maken, wordt van tafel geveegd. De noordelijke stadsas is tijdens dit college weer jaren vetraagd. Toen Leefbaar Utrecht aan de macht kwam, trof men een enorme puinhoop aan in Leidsche Rijn. Lenting heeft daar best een aantal structurele verbeteringen in kunnen aanbrengen. Behalve op het gebied van het verkeer. Ja, de A2 is rondgekomen op papier. Ja, er komen wat bussen bij. Er is alleen geen enkele versnelling gekomen in de belangrijke infra die de kernen zullen ontlasten. Jarenlang heeft iedereen gelachen om het feit dat we in Leidsche Rijn wel huisjes bouwen, maar geen infrasstructuur aanleggen. Ook de mensen die daar nu in dit college voor verantwoordelijk zijn. Nou, we kunnen blijven lachen. Ook na al die jaren zijn we nog steeds huisjes aan het bouwen, al is het te traag, maar blijft de belangrijke infrastructuur vertragen. Tijd heelt uiteindelijk alle wonden, ook op verkeersgebied in het nieuwe westen. Ik hoop dat u nog even geduld heeft…

Woensdag 7 april 2004 (122)

Zielig?

Collega columnist Jerry Goossens van het Utrechts Nieuwsblad schreef zaterdag eens een stukje over Leidsche Rijn. Over het plan voor het Leidsche Rijn Centrum. Zijn conclusie was dat wij als Leidsche Rijners ons hart maar beter kunnen vasthouden, omdat kortgezegd de plannen van het college weinig realistisch zijn:?hoe ambitieuzer de voornemens, des te groter de kans op een fiasco?. In de rest van zijn stukje klinkt de dedain door hoe kennelijk de gemiddelde binnenstadbewoner over Leidsche Rijn denkt. Als Jerry die gevoelens goed inschat, vindt men ons in de oude stad een beetje zielig. Nu heb ik zelf langer in het hartje van Utrecht gewoond dan hier, dus het lijkt me dat ik Leidsche Rijn en het oude Utrecht beter met elkaar kan vergelijken dan Goossens. Toch verwoord Goossens wel het gevoel dat ik regelmatig heb als ik weer eens een raadslid heb gesproken. Het merendeel van de raadsleden komt liever in actie als er een paar klinkers scheefligt op de Oudegracht dan voor het versnellen van bijvoorbeeld de hoofdinfrastructuur in Leidsche Rijn. Diep triest, wel waar. Maar, zijn we zielig aan deze zijde van het kanaal? Nee, natuurlijk niet. Sterker, als we de gegevens uit de Utrecht Monitor mogen geloven, zijn we hier een stuk minder zielig dan in de rest van de stad. En, veel Utrechters uit de stad zijn het met me eens door het kopen of huren van een woning alhier. Wat jammer blijft is vooral dat veel raadsleden die in het verleden over Leidsche Rijn hebben moeten beslissen, zich zo verdomd slecht op de hoogte stelden van de plannen. Vorige week had ik een gesprek met Kasper Driehuijs. Net afgezwaaid als PvdA raadslid. Hij woont inmiddels in Leidsche Rijn, maar daarvoor in Overvecht. In het interview geeft hij onomwonden toe dat hij zich als raadslid regelmatig heeft laten overhalen tot het nemen van slechte beslissingen. Wat ik eigenlijk wil zeggen is dat ik blij ben dat er een goede visie ligt voor het Leidsche Rijn Centrum en dat ik hoop dat als over die plannen echte beslissingen worden genomen, er raadsleden zijn die voldoende kennis over Leidsche Rijn bezitten om er een verstandig besluit over te nemen. Jerry Goossens nodig ik hierbij uit om eens een kijkje te komen nemen in Leidsche Rijn en er dan weer een stukje over te schrijven. De laatste tijd houd ik regelmatig rondleidingen voor ambtenaren, dus een stedelijk columnist is eenvoudig in te passen in m’n schema.

Woensdag 24 maart 2004 (121)

Juul

De gezelligheid van de jaren zeventig is nu definitief voorbij. De dood van Albert Mol vormde daarin een belangrijke gebeurtenis, maar nu de oude prinses is heen gegaan, kunnen we definitief vaarwel zeggen tegen het laatste decennium dat nog iets van de middeleeuwen in zich droeg. Misschien zeg ik dat uit nostalgie, maar gezien hebbend de filmbeelden dit weekeinde over de laatste regeringsjaren van Juliana denk ik dat het echt zo is. Zo lang is die tijd nog niet voorbij, maar we spreken over een periode dat wij thuis nog niet beschikte over kleuren tv, dat er slechts 2 netten waren. Kindertelevisie was er alleen op de woensdagmiddag, vanaf 15.30 uur. Goede omgangsvormen bestonden nog, ook al had het decennium ervoor de ergste kruiperigheid geelimineerd. Sokken werden nog gestopt en als je een gat had in je broek, ging er een lapje overheen. Kom daar nu eens om. Zou er nog iemand de kunst van het sokkenstoppen verstaan? Mijn grootmoeder deed de hele dag niets anders voor haar zeven kinderen en tientallen kleinkinderen. Haar voorraad kaartjes met stopwol was schier onuitputtelijk en zij kon een sok ‘onzichtbaar’ stoppen en zonder dat je met je tenen het verdwenen gat kon voelen. Sokken met gaten verdwijnen sinds de dood van mijn grootmoeder in de prullenbak. Ik heb de indruk dat Juliana tot op hoge leeftijd ook de sokjes van de prinsjes heeft gerepareerd. Ik geloof overigens niet dat ze het zo goed kon als mijn eigen grootmoeder, maar ja, dat was ook een topspecialist. Goed, nu de jaren zeventig voorgoed uit ons systeem zijn weggebd, zullen we ons maar weer begeven in de 21e eeuw. Aankomende woensdag zouden we bomen gaan planten in de Leidsche Rijnpark, maar deze vrolijke gebeurtenis is vanwege de hofrouw verplaatst naar 7 april. Dan kunt u dat nu vast in de agenda zetten. Het voltallige college van burgemeester en wethouders is dan aanwezig voor het planten van de Amaliaboom. Als u nog wat te verhapstukken heeft met een van de leden, is dat wellicht uw kans. En, wie weet knipt men dan op de terugweg naar het centrum van de stad nog even een lint om het Amaliapark (voorheen Groot-Arcehologiepark) voor geopend te verklaren. Utrecht bezit dan vier Koninklijke parken. En, dat mag gezegd, het Amaliapark is straks een waar juweel.

woensdag 10 maart 2004 (120)

Luiheid en visieloosheid

Afgelopen week waren twee items hot. De evaluatie van de wijkraden en het gerommel op het gebied van het tijdelijk verkeer in de oude kernen. Afgelopen donderdag schoot de raad haar eigen verlengstuk in de wijken af: de raadscommissies voor de wijken. Ik weet nog hoe blij we in Leidsche Rijn waren toen na acties van het raadslid Danielle van den Broek (VVD) er eindelijk zo’n raadscommissie kwam. Het was net voor de verkiezingen en eigenlijk tegen het politieke gevoel van de VVD in. Ofwel, misschien moeten we concluderen dat het starten van die raadscommissie destijds een electoraal stuntje was. De PvdA was wel voor zulke commissies, maar oud voorzitter van de raadscommissie alhier, Kasper Driehuijs, heeft de raadscommissie van Leidsche Rijn wel een jaar op ijs gezet. Uiteindelijk zijn er nog twee geweest. In oktober en januari. Altijd druk, altijd emotioneel, maar nu dus voorbij. Leefbaar Utrecht was vooral tegenstander van de raadscommissies omdat alle politieke bewegingen, van Christen Unie tot GroenLinks, evenveel leden op de been mochten brengen. En daarmee vond men de verkiezingsuitslag niet tot z’n recht komen. In de raad bezit de Christen Unie maar een armzalig zeteltje, en mag Leefbaar Utrecht wel viertien plekken warmhouden. En, het zou niet samen kunnen met hun eigen speeltje, de wijkraad. GroenLinks is begonnen met het afzagen van de stoelpoten onder de raadscommissies door het indienen van een motie, vorig najaar, om de raadscommissies af te schaffen. Waarom, dat weet ik niet meer. Aan de andere kant, GroenLinks blijft toch een beetje de partij van betweters en overheidsdenkers. De burger, die moet de boel maar aan de raadsleden overlaten. Het CDA heeft altijd aangegeven dat de raadscommissie er zouden moeten blijven, tot er een beter alternatief is. Hulde voor dat standpunt, maar men heeft het afgelegd. Ik vrees dat het hele onderwerp ‘wijken’ straks zal worden teruggebracht tot een agendaonderdeeltje van een al bestaande raadscommissie. Dan mag de burger het doen met de wijkraad: een vooralsnog bedroevend functionerend platform, niet in de laatste plaats omdat sommige wethouders het niet zien zitten in zo’n club. Alles beziend is mijn conclusie dat onze geachte afgevaardigden in de raad een behoorlijk stukje luiheid verweten mag worden. Men zal het er vast mee oneens zijn. Jammer dat ik nu geen regels meer over heb om de soap rond het verkeer in de oude dorpen te bespreken. Op dat punt mag de gemeente geen luiheid worden verweten, maar volstrekte visieloosheid. Daarover volgende keer wat meer …

woensdag 25 februari 2004 (119)

Niet gek!

Vorige week had ik graag het raadsdebat gevolgd over het Leidsche Rijn Park. Helaas was het vanwege een storing in het Stadhuis niet te volgen op RTV Utrecht. Jammer dat de lokale zender niet in staat is zoiets even in beeld aan te geven. Je blijft toch om het kwartier even checken. Hoe dan ook, het het programma voor het Leidsche Rijn Park is door de raad aangenomen. Inclusief een geweldige motie van Leefbaar Utrecht over gecamoufleerd bouwen. Er mag van onze leefbaren (die zich voor een groot deel niet meer herkiesbaar zullen stellen voor een volgende periode) wel gebouwd worden in het groen, maar dan op een soort Teletubbie manier. De plaatjes waren super. Wel lachwekkend dat wethouder Lenting (die zo’n beetje als enige niet uitspreekt of hij door wil gaan na 2006) met een onuitvoerbare motie op pad wordt gestuurd, en nog lachwekkender dat je als raadsleden die toch niet meer doorgaan vooraf kan weten dat zoiets onuitvoerbaar is (althans, dat neem ik aan, maar wellicht is het echt serieus bedoeld). Een mooi staaltje van over je graf regeren (trouwens, de plaatjes van die woningen lijken nog het meest op een voorstel voor een handiger begraafplaats voor Leidsche Rijn die ik meermaals voorbij heb zien komen, maar steeds werden weggehoond. Een begraafplaats is er nog steeds niet). Maar het allermooist bleef het nota bene aangenomen voorstel van GroenLinks om het betonpuin, dat we straks overhouden aan de sloop van een aantal gebouwen in het Stationsgebied, om daar in het park de muur van te bouwen om het binnenhof. Zuurder kan je het voor de bewoners van Leidsche Rijn niet maken. Eerst maak je een wethouder verantwoordelijk voor zowel het Stationsgebied als Leidsche Rijn (dan is het niet raar dat het mogelijk wordt om Leidsche Rijn financieel leeg te roven om het Stationsgebied te kunnen realiseren en is het niet raar dat je de de eigenaar van Hoog Catharijne, die een opknapbeurt al decennia onmogelijk maakt, zomaar beloont met nog een winkelhart) en draagt vervolgens GroenLinks het college op om de rotzooi van het Stationsgebied hier neer te pleuren om een muur van te metselen. Voor de tientallen miljoenen die we uit Leidsche Rijn bijdragen aan het Stationsgebied krijgen we sloopafval terug! Kan het gekker? Vast! Maar voorlopig vind ik dit gek genoeg.

woensdag 11 februari 2004 (118)

Papier is geduldig

In gelul kun je niet wonen, een prachtige uitspraak van de overleden PvdA-er, Jan Schaeffer. Hiermee doelde hij ondermeer op al die oeverloze nota’s die worden uitgebracht: veel pennen-gelik, maar uitvoeren ho maar. In Leidsche Rijn is dat ook een bekend fenomeen. Ik heb over dit onderwerp helaas menig column moeten volschrijven. Op papier klinken zaken erg leuk, maar helaas leest niemand zo’n nota meestal na. De nota is na veel overleg geschreven en uiteindelijk vastgesteld door college of gemeenteraad. Daarna slaken de ambtenaren vaak een dikke zucht van verlichting, het werk zit er weer op, en men gaat na een periode van rust weer fijn achter een nieuw stuk maagdelijk papier zitten voor de volgende nota. In het voorjaar van 2002 werden er vele meetings gehouden, ook met bewoners, over de actualisatie van de ontwikkelingsvisie Leidsche Rijn. Een belangrijk instrument, zo onderschreven de nota-schrijvers, zou moeten worden het betrekken van bewoners (als ervaringsdeskundigen) bij het toetsen van nieuwe plannen. Daarmee zouden de enorm uit de klauw gelopen kosten voor nazorg (de openbare ruimte is volgens tekening ingericht, maar voldoet direct niet en moet opnieuw worden ingericht, vaak na opmerking van nieuwe bewoners) een flink stuk kunnen worden verlaagd. Inmiddels zijn we bijna twee jaar verder, maar met dit beleidsvoornemen is nog niets gedaan. We zijn wel weer een aantal wijken verder, qua tekenen, dus over een tijdje zal je weer dikke kosten zien voor nazorg. Vorige week kwam de wijkvisie Leidsche Rijn gereed voor de inspraak. De laatste regels zijn interessant. Het wijkbureau stelt heel ambiteus te werk te gaan: men gaat aan tafel zitten met de mannen en vrouwen van het projectbureau om tijdens de planontwikkeling ideeen in te brengen, zodat het aantal foutjes in de openbare ruimte wat naar beneden kan. Over de bewoners als ervaringsdeskundige lees je niets meer. Navraag bij het wijkbureau leert, na wat heen en weer gepraat, dat men wel degelijk bezig is een project voor te bereiden zoals bedoeld bij de actualisatie. Het project heet ‘Openbare ruimte op maat’. Helaas kan men nog niet aangeven wanneer een en ander ook daadwerkelijk geeffectueerd zal worden. Wie weet komt het er ooit nog van dat de goedkoopste en beste ervaringsdeskundigen die er zijn, bewoners, worden ingezet om de kosten te beperken.

woensdag 28 januari 2004 (117)

Viva Las Vegas

Ik ben een liberaal mens, dus gun ik iedereen zijn of haar verslaving. Zelf ben ik zo’n domoor die het roken nog steeds niet kan laten. Deze januari kwam nog te vroeg voor mijn verslaving, maar ik heb beloofd te stoppen. Sommige wethouders zijn verslaafd aan bordelen. Heb ik geen moeite mee. Drank is alweer listiger. Ik bedoel, iedereen mag zich van mij geregeld een stuk in de kraag zuipen, maar weer niet degene met een kwade dronk. Dat is veel te link voor kinderen en partners naar het blijkt. Er zijn ook nog de veeldrinkers die rustig achter het stuur kruipen. Gewone mensen die tegen wapenbezit zijn, maar geregeld hun dure leasebak in een potentieel moordwapen omtoveren. Voor die mensen mogen ze van mij strafkampen oprichten in noord-oost Groningen. Een andere verslaving is het gokken. Net als bij drank en roken een verslavende bezigheid waar de overheid zich scheel aan verdient. Het komt mij nog steeds vreemd voor dat een overheid aan de ene kant heel veel geld trekt uit verslavende bezigheden, om die poen middels de andere hand weer te stoppen in geestelijke hulpverlening en ziekenhuizen. Maar goed, die discussie laten we maar voor wat hij is. In Utrecht hebben we sinds een krappe vijf jaar ook de beschikking over een staatsgokpaleis, gelegen bij de Jaarbeurs. Om de machtige mannen van dat gokpaleis ter wille te zijn is er destijds een vergunning verleend op basis van de welbekende artikel 17 procedure. Dat gaat lekker rap, maar het nadeel is dat zo’n gebouw dan na vijf jaar weer moet worden afgebroken. Die vijf jaren zijn bijna voorbij, maar bestuurlijk Utrecht zal dat gebouw nooit laten afbreken. Er mag straks een mega-gokpaleis verschijnen in het stationsgebied, en tot die tijd moet er gewoon gegokt kunnen worden in Utrecht. Artikel 17 of niet. Men is inmiddels druk doende alle juridische plooien glad te strijken. Waar een wil is, is immers een weg. Als je in Leidsche Rijn een raam wilt plaatsen waar een of andere architectonische hotemetoot iets op tegen heeft, gaat het feest niet door. Waar geen wil is, is immers geen weg. Maar kom niet aan de boys and girls van het casino. Ik snap het wel, maar het is niet goed. En, laten we eerlijk zijn, dat hele gokken in Nederland blijft een beetje een sneue bedoeling. Ik heb een keer 48 uur mogen doorbrengen in Las Vegas. Kijk, dan heb je het over gokken. Gokken gokken. En niet dat slappe aftreksel dat we hier onder gokken verstaan. Ik zou zeggen, als je dan echt wilt gokken: koop voor een habbekrats een ticket naar die lichtexplosie in de woestijn. Voor nog veel minder zit je in een waanzinnig hotel. Dompel je onder in de wondere wereld van de echte casino’s. In Nederland zal het op dat vlak gewoon treurig blijven, zonder of met vergunning, in een tijdelijk gebouw of in een definitief gebouw. Viva Las Vegas!

woensdag 14 januari 2004 (116)

Ondoordacht

Het was een zware week voor een aantal van de onderwijswethouders van de vier grote steden. Wethouder Oudkerk van Amsterdam was na de opname van het groot dictee der Nederlandse Taal in een cafe leeggelopen tegenover de uiterst charmante columniste van het Parool, Heleen van Royen. Hij gaf aan dat ie gek is op porno en hoeren en af en toe een snuifje cocaine neemt (beetje raar om daarover te spreken als je naast zo’n stoot aan de bar zit, maar misschien is het een nieuwe versier-techniek). En ja, dat is wat onhandig om te zeggen, als wethouder. Porno en hoeren, dat is niet verboden (alhoewel, hij bekeek wat schuine sites op de computer van zijn werkkamer in het stadhuis en dat mag dan weer niet) maar cocaine is nog steeds opgenomen in het wetboek van strafrecht. Dus, Oudkerk schreef een klein briefje aan zijn baas Job Cohen dat hij op de porno en de hoeren niet zal ingaan (prive) maar dat ie graag verklaart nooit van de geneugten van de coca-plant te hebben genoten (want ja, als wethouder mag je geen dingen tegen de wet ondernemen). Lekker slap, zoiets. Denk dan even na voor de grote leegloop. De Utrechtse wethouder van Onderwijs, Verhulst, kwam met een plan om basisschoolkinderen een schoolsweater te laten dragen. Hij kreeg de hoon van zo’n beetje iedere schooldirecteur over zich heen en moest zich tegenover Jan en alleman verdedigen over zo’n ondoordacht plan. We leven in Nederland en dat is, zo weten we allemaal (behalve wellicht Verhulst), wars van uniformen en andere vormen van gelijkschakeling. Verhulst gaf aan juist heel goed te hebben nagedacht, en had uitvoerig onderzoek gedaan. Tijdens dat onderzoek vond hij dan nergens iets over de Nederlandse volksaard. Kennelijk wilde hij een debat over dit onderwerp en zal z’n idee eind januari bespreken met de schoolbesturen. Bij die ene bespreking zal het wel blijven. Het is goed om over alles te spreken, daar heeft Verhulst gelijk in, maar dan moet het over zijn. Onderzoek alles en behoudt het goede! In dat kader zal het nog wel even duren voordat ik mijn jongens ’s ochtends in een schoolsweater moet hijsen.