↑ Terug naar Archief

Heuswaar 2009

Rest volgt.

7 januari 2009

Minder is meer

Met die rondwarende financiële crisis ga je opeens vaker over geld nadenken. Wat zal ons het nieuwe jaar brengen op dat vlak? Maakt u zich zorgen? Ik eigenlijk niet meer. Tijdens de feestdagen was er wat meer tijd voor bezinning, ook op dat terrein. Als je over zaken nadenkt en praat, ontstaan er vanzelf nieuwe inzichten of worden oude inzichten die diep zaten weggestopt wat meer naar boven gehaald. Het werd mij eigenlijk vlot duidelijk dat in ons gezin geld een erg marginale positie inneemt. Althans, aan het belang van het uitgeven daarvan. De tijd dat ik voor mijn vrouw als cadeautje voor tussendoor een maandinkomen van een bijstandsgezin neerlegde, is echt voorbij. Ik heb in mijn kantoor schrijfgerei liggen waar je in Afrika een dorp meerdere maanden van kan onderhouden. U kent ze wellicht, die dikke vulpennen met zo’n wit ‘bergje’ bovenop de dop. Ik ben al zeker een decennium ‘af’ van dat soort onzin. Het adagium minder is meer spreekt mijn vrouw en mij wel aan. Ik hoor u denken: “Makkelijk geroepen als je voldoende inkomen hebt.” Dat is misschien ook zo, maar aan de andere kant is het bestaan van een kleine zelfstandige erg onzeker. Het ene jaar is top, het andere jaar een flop. Dan leer je vanzelf de tering naar de nering zetten en daar is niks mis mee. Dat hebben we beiden van huis uit meegekregen al komen we allebei uit de gegoede middenklasse. Minder blijft dus meer. Zo’n beetje alle verbouwingen aan ons huis heb ik eigenhandig gedaan. Slecht voor de economie, goed voor de portemonnaie. En niks is leuker dan dagen in de weer te zijn met gipsplaten, houten balken en isolatiemateriaal. Eettafel, salontafel? Zelf ontworpen, zelf gemaakt. Rietveld zou er jaloers op zijn en een betere remedie tegen stress is er niet. Geld spenderen voor de lol van het spenderen is in dit gezin dus redelijk uitgebannen. Shoppen om het shoppen doen we feitelijk niet meer. En ik heb zo de indruk als ik om mij heen kijk dat veel meer mensen die koopgekte zijn ontgroeid. Of ken ik louter de verkeerde mensen? Daarom vraag ik me soms af hoe al die winkeltjes die in Utrecht het komende decennium worden gebouwd bestaansrecht moeten krijgen, zeker nu het kopen via internet zo’n vlucht neemt. Ik las laatst dat de stad nooit onderzoek heeft gedaan of het er niet domweg teveel worden. De markt wil ze bouwen, dus dan zal de markt dat wel goed hebben uitgerekend. Ik verwacht net iets meer van onze bestuurderen. Net als bij die koopzondagen. Ik was en ben fervent tegenstander van al die verschrikkelijke koopzondagen en heb ook tegen gestemd bij het referendum. Utrecht is op zijn mooist op een stille zondagmiddag. Dat genot dient ergens voor. Maar sinds deze week zijn opeens alle Albert Heijns iedere zondag open. Het kan best handig zijn, maar ik ga liever op zondag naar albert.nl. Ik hoop u ook.

Maar dan zonder de van bovenaf opgelegde bemoei ziekte die heden ten dagen in de politiek rondwaart. Die zucht om alles dat leuk is te verbieden neemt bijna groteske vormen aan maar is aan de andere kant weer zo dubbel als de pest. Ons wordt aangeraden niet te roken. Is een prima streven, niks mis mee. Drank is ook zo’n dingetje. Kan ik mee leven. Maar ach en wee als iedereen daar vandaag allemaal mee zou stoppen. Dan sodemietert de economie in elkaar en loopt de schatkist miljarden mis. Net als met de auto. Aan de ene kant wordt ons aangeraden de trein te nemen. Zouden we dat allemaal doen, stort het treinsysteem in elkaar en is de BV Nederland failliet door het gebrek aan inkomsten.

Muur
Door Wouter de Heus op ma, 10/08/2009 – 08:00

Nu de aankomende studenten de binnenstad weer in zwermen is het met de vakantie zo’n beetje gedaan. Gemerkt hoe rap de avonden weer korter worden? Zelf ben ik vooral aan het schipperen tussen werk en de kinderen die nog twee volle weken moeten wachten voordat ze weer naar de schoolbanken mogen.

Ondertussen ben ik verdraaid nieuwsgierig hoe de economie er werkelijk voorstaat. Voorzichtig aan komen overal vandaan berichten dat het diepste dal achter ons zou liggen. Ik geloof daar geen biet van. De vakantiestilte ontneemt mij een heldere blik op de werkelijkheid. De bouw bijvoorbeeld – een mooie indicator – ligt dan altijd stil. Het enige dat ik kan waarnemen is dat werk aan wegen en bruggen wel doorgaat, maar dat is altijd het geval tijdens de vakantierust. Gewoon om de automobilist zo min mogelijk te storen. Waar ik benieuwd naar ben is of in mijn eigen bouwput, die van Leidsche Rijn, weer wat activiteiten worden ontplooid na de bouwvak. In de tien jaar dat wij dit stadsdeel bevolken was de vakantie een periode van noodzakelijke rust. Het monotone geluid van knallende heistellingen was buiten de vakanties zo pregnant aanwezig, dat je soms een hersenbeschadiging vreesde. Heien met een kussentje ertussen werkt helaas niet maar jaar in jaar uit dat gebonk in je hoofd moet welhaast schadelijk zijn.

Om kort te gaan, de bouw lag net voor de vakantie bijna stil. En hoe hinderlijk het ook was, al die jaren leven in een bouwput met zandverstuiving en idioten in sjofels en bestelbusjes, niks is treuriger dan te leven in een stilstaande bouwput. Overal staan schitterende bouwborden waarop de meeste waanzinnige villa’s en buitenplaatsen worden aangeprezen. Mooie dromen in holle frasen. De borden staan her en der al scheef en worden voorzichtig smoezelig. Hele gebieden waar de kabels en leidingen netjes in de grond liggen, de bouwvlekken zichtbaar zijn en de puinbanen voor nieuwe wegen al zijn aangelegd. Verder gebeurt er helemaal niets. En als er niks gebeurt, wordt er ook geen geld verdiend. Wat zouden al die honderden bouwvakkers allemaal doen? En alle Polen die hier inmiddels werkten en de Duitsers uit de voormalige DDR? Honderden nummerplaten uit die landen bevolkten hier de stoffige wegen. Benieuwd of die in september weer terug zijn of dat ze allemaal in Poznan, Gdansk of Chemnitz zullen blijven tot aan de viering van twintig jaar val van het IJzeren Gordijn.

Het is alweer zo lang geleden dat de Trabanten en Waltburgjes zonder problemen die vesting vrijelijk konden nemen. Dat doet me denken aan een schooltrip in 1985 naar Berlijn, Leipzig, Weimar en Buchenwald. Uren in niemandsland tussen West en Oost. Een onwerkelijke rit op de Transit naar Berlijn met heel veel wachttorens. Met de bus bijna vast in het betonnen labyrint op Checkpoint Charlie. De Trabanten zijn inmiddels ingeruild voor Mercedes en BMW en de tocht naar het Westen gaat heel wat sneller. Wat dat betreft zie ik die Polen en voormalig DDR-ers graag weer terug na de vakantie en niet alleen als bewijs dat de economie weer in de lift zit.